17 september 2019 | XPOfleet Management Day 2019

30 04 2019

17 september 2019 vindt de 7de XPOfleet Management Day plaatsin de Kinepolis in Antwerpen. Noteer deze datum alvast in uw agenda. U ontvangt binnenkort een persoonlijke uitnodiging.

XPOfleet Management Day 2019

Advertenties




Mobiliteitsbudget door commissie sociale zaken goedgekeurd op 6 februari 2019.

15 02 2019

Stemming door het Parlement wellicht voor einde februari 2019.

Op 6 februari 2019 keurde ook de commissie sociale zaken het wetsontwerp rond het mobiliteitsbudget goed nadat de commissie financiën deze voordien op woensdag 16 januari 2019 had goedgekeurd. Het is nu te verwachten dat de wet tegen eind februari 2019 in het Parlement in plenaire zitting zal worden gestemd. Na publicatie in het Staatsblad kunnen de ondernemingen en werkgevers starten met de uitwerking en de implementatie ervan.

Dat belooft niet zo eenvoudig te zijn. Het beheer is complex en er zijn vele fiscale en sociale regels die moeten gevolgd worden. Een deel van de opdracht zal door sociale secretariaten worden overgenomen. Enkele sociale secretariaten bieden reeds eenvoudige online berekeningstools aan.

De invoering van een mobiliteitsbudget betekent ook een ingrijpende aanpassing voor de bestaande carpolicy en ook leasingmaatschappijen zullen hun adviestools moeten bijpassen en bijkomende mobiliteitsberekeningen aanbieden als aanvulling op de klassieke bedrijfswagen offerte.

Na de wettelijke invoering van het mobiliteitsbudget zullen nog vele praktische vragen onbeantwoord blijven. Het is te verwachten dat dit jaar er dan ook nog een reeks verklarende nota’s en circulaires zowel van de fiscale als van de sociale administraties. zullen volgen Wellicht zullen vele werkgevers daarop wachten om het effectief in te voeren. Het mobiliteitsbudget invoeren is voor de werkgever geen wettelijke verplichting. Ook de werknemer mag zelf beslissen of hij al dan niet instapt in het mobiliteitsbudget nadat de werkgever het heeft ingevoerd.

Tenslotte geldt de tijdelijke versoepeling van de CO2-grens van 95 gram voor de herinvestering in een milieuvriendelijk voertuig (Kamerstuk nr. 3381/2). De grens werd voor 2019 opgetrokken tot 105 gram en tot 100 gram voor 2020. Hierdoor beschikt de werknemer over een grotere keuzevrijheid binnen pijler 1 van het mobiliteitsbudget.

 

Bron: Mobilitas





Mobiliteitsbudget door commissie financiën goedgekeurd

18 01 2019

De Kamercommissie Financiën heeft op woensdag 16 januari 2019 het mobiliteitsbudget goedgekeurd. Als in februari van dit jaar ook de Commissie Sociale zaken en de plenaire vergadering het licht op groen zetten kan het mobiliteitsbudget op 1 maart 2019 in werking treden. Hiermee komt mogelijks een einde aan de saga die reeds op 4 november 2013 begon en dus reeds meer dan 5 jaar aansleept. Op die dag organiseerde CD&V-Kamerleden Jef Van den Bergh en Griet Smaers samen met SD Worx een studiedag rond het mobiliteitsbudget als duurzame alternatief voor de bedrijfswagen. Kamerlid Jef Van den Bergh was uiteindelijk de hoofdindiener van dit wetsvoorstel. Bij de huidige regering in lopende zaken is er vandaag wel enig animo te bespeuren om het mobiliteitsbudget nog voor de verkiezingen van zondag 26 mei 2019 goed te keuren, desnoods ook met de steun van de NVA, zo is te horen.

Dankzij het mobiliteitsbudget kunnen werknemers het budget van hun huidige bedrijfswagen herinvesteren in 3 pijlers.  Ze hebben de keuze tussen een milieuvriendelijker model (pijler 1) en kunnen bijkomend kiezen tussen alternatieven zoals openbaar vervoer, fiets of zelfs dichter bij het werk gaan wonen (pijler 2). Zij kunnen ook een cash uitbetaling vragen (pijler 3) eventueel ook in combinatie met pijlers 1 en 2. Concreet kan een werknemer met een bedrijfswagen of wie daarvoor in aanmerking komt, jaarlijks een mobiliteitsbudget ter beschikking krijgen als de werkgever die heeft voorzien.

Dit budget stemt overeen met de totale (jaarlijkse) kost van de ingeruilde actuele bedrijfswagen. Het budget kan ook worden geherinvesteerd in alternatieve en duurzame vervoersmiddelen zoals een abonnement of ticket op het openbaar vervoer inclusief hogesnelheidstreinen, fiets, deelauto, werk- en waterbussen, taxiritten en korte termijnverhuur van een voertuig zonder chauffeur voor een maximumduur van 30 dagen. De herinvestering van het budget mag ook in huisvestingskosten als de werknemer dichter bij het werk gaat wonen in een straal van max. 5km van zijn werkplaats. Het saldo kan worden uitbetaald in cash. Daarop moeten er 38,07% sociale bijdragen worden betaald, maar geen belasting. Tegelijk worden ook enkele aanpassingen voorzien aan de regeling van cash for cars. De werkgever heeft geen enkele verplichting om het mobiliteitsbudget voor zijn werknemers in te voeren.

Mogelijke versoepeling CO2 grens

Tot voor enkele weken geleden was de grens om te herinvesteren in een milieuvriendelijk voertuig vastgelegd op 95 gram. Dit had wel tot gevolg dat de keuze uitermate beperkt was. Na heel wat kritiek van o.a. Febiac en Renta is nu te horen dat men zou bereid zijn voor de kalenderjaren 2019 en 2020 de CO2 -norm te versoepelen tot respectievelijk 105 gr en 100 gr per kilometer en dus pas vanaf 1 januari 2021 te verstrengen tot de initieel beoogde 95 gram per kilometer. Het is wachten of er op dat vlak nog amendementen worden ingediend alvorens de regeling door het parlement wordt goedgekeurd. Deze CO2 grens is niet van toepassing indien men investeert in een 100% elektrisch voertuig.

Bron: Mobilitas





Fiscus bevestigt gebruik van NEDC 2.0 waarden tot einde 2020 voor de berekening van het voordeel van alle aard. | België

16 01 2019

Er is nu meer rechtszekerheid gekomen rond het gebruik van de NEDC 2.0 waarde bij de berekening van het voordeel van alle aard. In een recente update van haar vraag & antwoord  (1) staat dit nu duidelijk te lezen op welke manier de NEDC 2.0 waarde nog tot einde 2020 mag gebruikt worden voor de berekening van het voordeel van alle aard.

Fiscale situering NEDC 2.0 en WLTP – stand van zaken

Sinds 1 september 2018 hebben alle als nieuw ingeschreven voertuigen een hogere officiële CO2-waarde als gevolg van de strengere WLTP homologatietest (2). Op papier kan dat leiden tot aanzienlijke belastingverhogingen omdat de autofiscaliteit in grote mate gebaseerd is op de officiële uitstootcijfers. Maar de minister stelde in het verleden gerust. De (intussen vervangen) minister van financiën Johan Van Overtveldt bevestigde op vraag van een brief van Febiac midden vorig jaar (2018) dat de fiscus nog zal blijven uitgaan van de zogenoemde teruggerekende NEDC 2.0 waarden voor de federale formules binnen de autofiscaliteit (2) . Hieronder verstaat men de CO2-solidariteitsbijdrage, het belastbaar voordeel van alle aard en de aftrekbeperking van autokosten in de vennootschapsbelasting. Dat gebeurt aan de hand van de officiële Europese correlatietool. De Europese wetgever bepaalde dat de CO2-uitstoot waarde gemeten volgens WLTP in elk geval moet meegedeeld worden en dat in elk geval tot einde 2020 dit moet gebeuren samen met een tweede cijfer dat een omrekening is naar de oude NEDC-waarden. De Europese Commissie werkte daartoe een correlatie-techniek uit die bindend is voor alle constructeurs. Deze omzet-oefening resulteerde in de NEDC 2.0 norm die het effect van WLTP in een overgangsfase moet verzachten en voor fiscale doeleinden kan worden gebruikt. Elk EU land kan zelf bepalen wanneer zij voor haar fiscale doeleinden de WLTP of de NEDC 2.0 wenst te gebruiken. Voor alle nieuw ingeschreven Belgische voertuigen (behalve stockwagens)  vanaf 1 september 2018 vermeldt het gelijkvormigheidsattest (of COC) beide waarden:

  • WLTP: terug te vinden onder vak 49.4
  • NEDC 2.0 (gecorreleerde NEDC): terug te vinden onder vak 49.1.

 

De Belgische RSZ liet in het najaar 2018 reeds weten dat men tot het einde van 2020 voor nieuwe wagens mag rekening houden met de CO2-uitstoot volgens NEDC 2.0.norm (3). Vanaf 2021 voorziet zij een vervanging door de corresponderende WLTP-waarde. Sinds kort gelden hiervoor de waarden voorzien op het gelijkvormigheidsattest als referentiepunt en niet zoals in het verleden de waarden vermeld op het inschrijvingsbewijs.

Update  FAQ-lijst voordelen van alle aard

In een recente update van de befaamde FAQ-lijst van de FOD Financiën rond de berekening van het voordeel van alle aard bij bedrijfswagens (1) geeft de fiscus zelf aan onder vraag nr. 41 welke CO2 waarde moet gebruikt worden en maakt een onderscheid tussen 2 situaties :

  • Voor voertuigen met 1 CO2-uitstootgehalte (NEDC 1.0)

Voor de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard moet rekening worden gehouden met het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig zoals dat gekend is bij de dienst   voor inschrijving van de voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Dit gegeven staat in principe vermeld op zowel het gelijkvormigheidsattest (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde   voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen) als op het inschrijvingsbewijs van het voertuig.

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;
  • Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0)

Om na te gaan of een voertuig over 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC) beschikt, kan het gelijkvormigheidsattest van het voertuig worden geraadpleegd. Het gelijkvormigheidsattest van een voertuig met 2 CO2- uitstootgehaltes vermeldt namelijk zowel een tabel (code 49.1) met NEDC verbruiks- en CO2-waarden, als een tabel (code 49.4) met WLTP verbruiks- en CO2-waarden. Het inschrijvingsbewijs van het voertuig vermeldt daarentegen echter maar één waarde en verduidelijkt niet om welke waarde het gaat (WLTP of NEDC). Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0), mag tot en met 31.12.2020 met de NEDC 2.0 waarde rekening worden gehouden voor de berekening van het voordeel van alle aard. Ook hier moet het gaan om de NEDC-waarde zoals die gekend is bij de DIV. In principe stemt die NEDC 2.0-waarde overeen met de NEDC-2.0 waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen). Wanneer het gelijkvormigheidsattest CO2-uitstootgehaltes vermeldt, maar het inschrijvingsbewijs niet, en de DIV heeft geen enkel gegeven over de CO2-uitstootgehaltes, moet het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig voor de berekening van het voordeel van alle aard als volgt worden vastgesteld:

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;

Vlaamse regeling WLTP & NEDC 2.0

Op niveau van de Vlaamse autofiscaliteit die de BIV en de verkeersbelasting omvat, liet minister van financiën Bart Tommelein in september 2017 reeds weten dat de NEDC 2.0 norm mag worden gebruikt in elk geval tot einde 2019.

(vraag om uitleg nr. 2750 J. Vandenbroucke en 2760 J. De Potter, 19 september 2017, Comm. Fin. Vl. Parl., C317, 9-14). In de wandelgangen is nu te horen dat die termijn mogelijks zou verlengd worden tot 30 juni 2020 of zelf tot einde 2020 om te vermijden dat er een verschil zou ontstaan tussen de federale formules en de regionale (Vlaamse) formules voor de fiscale toepassing van de NEDC 2.0 en WLTP waarden .

Regeling WLTP & NEDC 2.0 in het Brussels en Waals Gewest en voor leasingvoertuigen

Voor voertuigen ingeschreven in het Brussels of Waals Gewest en voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een leasingmaatschappij heeft de WLTP & NEDC 2.0  regeling op de berekening van de BIV en de verkeersbelasting voorlopig geen invloed. Deze is nog steeds gebaseerd op fiscale pk’s en op het vermogen in kilowatt. De CO2-uitstoot heeft hier dus geen belang.

 

Carpolicy

Wellicht is dit het moment om uw car policy aan een review te onderwerpen. Zeker indien deze gekoppeld is aan een maximale CO2-waarde. WLTP en de daaraan gekoppelde NEDC 2.0 waarde verhoogt de uitstootcijfers gemiddeld met 10 gram. Voor sommige modellen kan dit echter hoger zijn. Zonder aanpassing van de car policy dreigen bepaalde voertuigen de selectielijst niet meer te halen.

 

Voetnoten :

(1) De befaamde FAQ-lijst van FOD Financiën voordelen van alle aard is recent aangepast. Vraag nr. 41.

https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/121-faq-bedrijfswagens-2019-versie17.pdf

(2) Test Procedure) (verordening (EU) 2017/1151 van 1 juni 2017, PB EU L 175, 7 juli 2017, 1; http://wltpfacts.eu)

(3) RSZ – directie reglementering – mail van 26 september 2018 volgend op de nota FEBIAC betreffende inschrijving en fiscaliteit van lichte voertuigen van 16 augustus 2018.

Bron: Mobilitas





Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

21 11 2018

Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

1 januari 2019 komt snel dichterbij voor de Brusselse Gewestregering. Dat is ook het moment waarop zij de autobelastingen zelf zal innen. Maar de veelbesproken hervorming van de autofiscaliteit komt er voorlopig niet en is bijna zeker uitgesteld tot de volgende legislatuur. Voor autobezitters en eigenaars van leasingvoertuigen ingeschreven in het Brussels Gewest blijft dus voorlopig alles bij het oude. Enkel het briefhoofd van het aanslagbiljet zal wijzigen : van de FOD Financiën naar Brussel Fiscaliteit. Dat betekent vandaag concreet dat wie in het Brussels Gewest met een vervuilende auto rondrijdt niet meer betaalt aan belastingen dan de eigenaar van een gloednieuwe propere leasingauto. Voor een groenere Brusselse autofiscaliteit gebaseerd op CO2-uitstoot, Euronorm en andere poluenten zoals NOx en fijnstofpartikels is het nog even wachten. Met de invoering van een Lage Emissie Zone (LEZ) heeft de Brusselse regering wel een eerste voorzichtige stap gezet maar de LEZ wordt maar zeer geleidelijk ingevoerd. Tot einde 2019 hebben dieselvoertuigen met EURO3 (dus zonder verplichte roetpartikelfilter) nog steeds vrije toegang tot de Brusselse zone. Voor benzine, LPG en CNG voertuigen geldt de vrije toegang nog tot einde 2024 indien zij minstens aan de EURO2 norm voldoen. In Antwerpen zijn de regels veel strenger. Anderzijds bereikte de Brusselse regering einde mei 2018, mede door toedoen van minister van Leefmilieu Céline Fremault, een princiepsakkoord om tegen 2030 een volledige dieselban in te voeren, al temperde Minister-president Rudi Vervoort het enthousiasme dat een volledige dieselban nog niet verworven is. De LEZ wijzigt ook niets aan de totale autodruk.

Uitstel voor groenere BIV en verkeersbelasting

Concreet betekent het uitstel van de Brussels regering dat de hervorming van BIV (Belasting voor Inverkeerstelling) en de VB (Verkeersbelasting) in 2019 niet zal worden uitgevoerd en wordt verschoven naar de volgende legislatuur. Wellicht zal dan ook een koppeling worden gemaakt met het inter-federaal akkoord over de slimme kilometerheffing. De BIV en de verkeersbelasting zullen, zoals reeds enkele decennia lang, voorlopig verder berekend worden op basis van de fiscale Pk’s en het vermogen in kilowatt van het voertuig. In het kader van de aangekondigde fiscale hervorming stelde Brussels minister van Financiën Guy Vanhengel een groep van experten aan die in mei 2018 haar voorstel kwam toelichten voor het Brussels Parlement. Maar er was wel enige kritiek te horen. De huidige verschuiving van de voorgestelde fiscale hervorming naar de toekomst is deels te wijten aan de ondoorzichtige formules die vrij eenzijdig de focus legden op luchtkwaliteit en het onzorgvuldig gebruik van euronormen en diesel/benzine-framing en een CO2-verrekening die uiteindelijk weinig verschil maakte. Het vermogen van het voertuig was een criterium dat niet werd gebruikt met vaak perverse fiscale gevolgen. Luxe-voertuigen met krachtige motoren betaalden in de voorgestelde regeling plots veel minder dan oudere kleine dieselvoertuigen. De kritiek dat geen rekening werd gehouden met sociale correcties was steeds luider te horen. Een nieuwe Maserati die onder het nieuwe stelsel lager zou worden getaxeerd dan een 8 jaar oude kleine diesel was hiervan een treffend voorbeeld. In navolging van Vlaanderen stelde de expertengroep ook voor om elektrische, plug-hybride en CNG-auto’s voor een minimale periode van vijf jaar vrij te stellen van taxatie. Maar ook dat stuitte op enig verzet. Indien milieuvriendelijke auto’s te snel zouden doorbreken dreigde het Brussel Gewest te veel inkomsten te verliezen. In 2016 brachten BIV en verkeersbelasting meer dan 180 miljoen euro op.

Leasingvoertuigen

Bijna alle Belgische erkende autoleasingmaatschappijen hebben hun maatschappelijke zetel binnen het Brussel Gewest. Dit betekent dat zij bij inschrijving van een voertuig op hun naam ook aan dezelfde taxatie inzake BIV en verkeersbelasting onderworpen zijn. Een aanpassing van de huidige regeling zou dan ook meteen een wijziging in taxatie voor honderdduizenden leasingvoertuigen hebben betekend. Bij de regionalisering van de autofiscaliteit (BIV en verkeersbelasting) werd destijds beslist dat de oude federale regeling, die nu overeenkomt met deze van het Brussels Gewest, voorlopig zou behouden blijven voor leasewagens om fiscale concurrentie tussen Gewesten te vermijden. Daarom dient vooraf nog een samenwerkingsakkoord te worden gesloten tussen de huidige drie Gewesten alvorens de gewestelijke fiscale taxatieformules voor leasingvoertuigen kunnen gewijzigd worden. Een bijkomende reden dus dat de hervorming van de autobelastingen in het Brussels Gewest nog enige tijd zal nodig hebben om effectief in werking te treden. Concreet zullen de huidige berekeningsregels voor BIV en verkeersbelasting gebaseerd op fiscale Pk’s en vermogen in kilowatt nog een tijdje verder behouden blijven voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij.

Bron: Mobilitas





Benamingen voor brandstof overal in Europa gelijk

8 11 2018

Vanaf 12 oktober 2018 zijn de benamingen voor brandstof aan de pomp overal in Europa geharmoniseerd: u kunt kiezen uit E5, E10, B7 of LPG. Maar wat verandert er precies?

Het antwoord op die vraag is simpel: niets. Er komt alleen een sticker bij voor de internationale herkenbaarheid, de oude namen blijven er voorlopig ook op staan.

Er zijn drie categorieën:
• vluchtige brandstoffen als benzine krijgen een cirkel
• dieselolie krijgt een vierkant
• gasvormige brandstoffen als LPG, aardgas (CNG), waterstof (H2) en LNG krijgen een ruit.

Daarnaast blijven de signaalkleuren bestaan: als u een zwart vulpistool in handen heeft, dan is dit diesel.

Bron: Link2Fleet





Uitstel voor het mobiliteitsbudget | België

27 09 2018

De invoering van het mobiliteitsbudget loopt actueel vertraging op. Het was de bedoeling om dit in te voeren op 1 oktober 2018 maar deze streefdatum is niet meer haalbaar. Op 27 juli van dit jaar keurde de ministerraad het wetsontwerp goed maar het is vandaag nog wachten op het advies van de Raad van State. Na dit advies moet de ministerraad het wetsontwerp in tweede lezing goedkeuren en moet het vervolgens de volledige parlementaire weg nog doorlopen met een eindstemming in de Kamer van volksvertegenwoordigers. De invoering vanaf begin 2019 lijkt dus een meer realistisch scenario. De wetgeving inzake de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) werd intussen wel sinds 1 januari 2018 (retro-actief) ingevoerd en er zijn reeds updates voorzien die nog niet zijn goedgekeurd. Deze formule heeft echter weinig succes. In dit laatste geval moet de werknemer zijn bestaande bedrijfswagen inleveren in ruil voor een maandelijkse vergoeding in cash.

 

Bron: Mobilitas