Fiscale Evolutie in het Belgische fietslandschap

29 10 2017

NIEUWSBRIEF – MOBILITEIT

https://gallery.mailchimp.com/7a858463acae8eed169eff40a/images/be55b01c-0855-4ae5-a0dc-ca7b75dca19a.png

Fietsvergoeding voor eigen fiets & aftrek kosten

Fietst u met een eigen privé-fiets naar het werk dan hebt u recht vanaf 1 januari 2017 op een belastingvrije fietsvergoeding van 0,23 euro per gereden kilometer woon-werkverkeer. Bovenop mag u in uw aangifte 0,23 euro per kilometer in aftrek brengen maar enkel als u de werkelijke kosten bewijst.

Bedrijfsfiets of leasingfiets

Ontvangt u van uw werkgever een bedrijfs- of leasingfiets dan wordt er geen voordeel van alle aard aangerekend voor het privégebruik. Er is daarom ook nooit sprake van een bedrijfsvoorheffing. Bovenop mag de werkgever nog een belastingvrije fietsvergoeding uitbetalen van 0,23 euro per gereden kilometer woon-werkverkeer. U kan dus als werknemer genieten van de cumul van de twee belastingvrije stelsels. Als de bedrijfsfiets nooit voor woon-werkverkeer wordt gebruikt, wordt die wel als belastbaar voordeel beschouwd. Het voordeel wordt dan berekend op basis van de werkelijke waarde.

Opgelet! Indien de werkgever een mountainbike of racefiets ter beschikking stelt, beschouwt de fiscus dit voordeel als een loon. Dit standpunt van de minister van financiën wordt echter betwist en is niet in de wetgeving terug te vinden. Woon-werkverkeer kan immers ook over bospaden en ‘fietsostrades’ lopen. De vrijstelling van de fietsvergoeding  is volgens de minister dan weer wel van toepassing voor mountainbikes of racefietsen.

Bedrijfsfiets en RSZ

Indien de bedrijfsfiets ook voor zuivere privé-verplaatsingen gebruikt wordt zijn de gewone RSZ-bijdrage van werknemer en werkgever verschuldigd op dat privé-gedeelte. Woon-werkverkeer wordt hier niet als privégebruik beschouwd. De basis van de bijdrage is de reële waarde (de winkelprijs voor dat model fiets). Op die prijsbasis wordt het zuiver privé-gedeelte berekend. Dit is in principe voor iedere werknemer verschillend. Men kan wel met de RSZ hierover afspraken maken voor een gelijkvormig percentage dat voor alle werknemers van toepassing is, bijv. 30% privégebruik. De politiek is er nog niet in geslaagd om dit laatste element aan te passen.

Aftrek fietskosten en investeringen bij de werkgever

Zuivere fietskosten

Aankoop of financiële leasing

Een werkgever mag de kosten aankoopkosten of kosten van een financiële leasing (on balance) van een bedrijfsfiets die hij aan werknemer ter beschikking stelt aftrekken tegen 120%. Dit geldt ook voor de onderhoudskosten. De bedrijfsfiets wordt lineair afgeschreven over een minimumperiode van ten minste drie jaar.

Operationele leasing

De fietskosten verbonden aan een operationele leasing (off balance) zijn slechts aftrekbaar tegen 100% omdat hier geen afschrijvingen mogelijk zijn.

Toebehoren en fietsinstallaties

Volgende kosten zijn voor 120% aftrekbaar:

  • toebehoren (zoals een fietshelm). Onder fietstoebehoren verstaat men de gebruikelijke (met de fiets verbonden) voorwerpen die wenselijk of noodzakelijk zijn om de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling mogelijk te maken. Voorbeelden: fietspomp, bel, fietslicht, reflectoren, gereedschapskist voor kleine herstellingen, fietstas, accu, lader van een elektrische fiets, … Gewone, sportieve of beschermende kledij van de fietser vallen buiten deze categorie en komen dus niet in aanmerking voor de fiscale aftrek van 120% maar wel voor 100%.
  • de fietsenstalling zelf: kosten van aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een fietsenstalling te installeren.
  • kosten voor fietslaadpunten
  • de kleedruimte of sanitaire voorzieningen: kosten van aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een kleedruimte of sanitair (al dan niet met douches) te installeren.

Opgelet! Huurkosten voor fietsinstallaties komen niet in aanmerking voor de verhoogde aftrek van 120%.

Elektrische fietsen

Alle voorheen genoemde fiscale voordelen zijn logischerwijze ook van toepassing voor elektrische fietsen inclusief de verhoogde aftrek van 120%  De speedpedelecs vormden tot voor kort hierop een uitzondering. Deze snelle elektrische fietsen halen een snelheid van 45km/h en sinds 1 oktober 2016 worden zij in de verkeerscode gelijkgesteld met bromfietsen (KB van 21 juli 2016).

Speedpedelecs

De Kamercommissie Financiën keurde onlangs een wetsontwerp* goed dat speedpedelecs fiscaal gelijkstelt met klassieke en gewone elektrische fietsen. Werknemers die met een dergelijke snelle elektrische fiets naar het werk pendelen zullen dus ook recht hebben op een fiscaal vrijgestelde vergoeding van maximaal 0,23 euro per kilometer. Wie een ‘bedrijfs-speedpedelec’ van zijn werkgever ter beschikking krijgt en daarmee zijn woon-werktraject aflegt, zal hierop niet langer een belastbaar voordeel aangerekend krijgen. Er is dan ook geen sprake meer van een bedrijfs-voorheffing. De kosten van speedpedelecs zijn ook voor 120% aftrekbaar onder de voorwaarden van gewone fietsen. Werknemers die ervoor kiezen hun werkelijke beroepskosten te bewijzen, kunnen voortaan ook 0,23 euro aftrekken voor elke kilometer woon-werkverkeer die afgelegd werd met een snelle elektrische fiets. De fiscale wijzingen voor speedpedelecs treden retroactief in werking. Ze gelden vanaf het aanslagjaar 2018 dus vanaf 1 januari 2017.

*wetsontwerp van 2 augustus 2017 houdende diverse fiscale bepalingen I, goedgekeurd in de Kamer op 5 oktober 2017.

Opgelet! de nieuwe bepaling betreft enkel de gelijkschakeling op het vlak van de fiscale voordelen met de klassieke fiets De wegcode onderscheidt nog steeds verschillende rechten en verplichtingen naargelang het type (elektrische) fiets dat wordt gebruikt.

Combinatie bedrijfsfiets met bedrijfswagen

De combinatie van een bedrijfswagen met een bedrijfsfiets is fiscaal perfect mogelijk en verhoogt niet het voordeel van alle aard van het totaal pakket. Wie kiest voor een kleinere bedrijfswagen en een bedrijfsfiets binnen hetzelfde budget zal mogelijks een lager voordeel van alle aard betalen. Verschillende leasingmaatschappijen bieden deze combinatie reeds aan binnen een budget van 30,00 tot 150,00 euro per maand voor het fietsbudget.

Cafetariaplan en bedrijfsfiets

Via een cafetariaplan kan men op een voor de werkgever budget neutrale manier een bedrijfsfiets ter beschikking stellen in ruil voor een “salary sacrifice”. Sociale secretariaten voorzien hiervoor specifieke berekeningstools en advies.

Bedrijfsfiets en BTW

De BTW aftrek dient beperkt te worden tot het gedeelte “echt beroepsgebruik”. Hieronder vallen dus enkel de professionele verplaatsingen naar klanten. Het woon-werkverkeer met de bedrijfsfiets wordt voor de BTW niet beschouwd als privégebruik.

Wetgeving elektrische fietsen

De nieuwe verkeerswetgeving maakt het onderscheid tussen drie types fietsen met aandrijving:

  • Pedelec : deze fiets met hulpmotor geeft enkel ondersteuning als je zelfmeetrapt en dat tot 25 km/u aan een maximaal vermogen van 250 watt. Sneller mag, maar zonder elektrische ondersteuning. Een pedelec geldt als een gewone (elektrische) fiets dus zonder verzekeringsplicht BA en inschrijving en geniet van alle fiscale fietsvoordelen.
  • Speed pedelec : een speed pedelec (high speed electric bike) is een pedelec die elektrische ondersteuning biedt tot 45 km/u bij een vermogen tussen 250 watt en 4kW. Sinds 1 oktober 2016 behoren speedpedelecs tot de nieuwe bromfietsklasse P (“P” van Pedelec). Hiervoor geldt de verkeerwetgeving voor bromfietsen. Een rijbewijs, helm conform EN1078, inschrijving bij de DIV en nummerplaat zijn verplicht maar voorlopig geen verzekering BA. Fiscale fietsvoordelen gelden ook voor speedpedelecs.

Tekst: Michel Willems
Copyright  MOBILITAS

Advertenties




Toekomstige fiscaliteit plug-in hybrides in België

24 10 2017

De regering beloofde in haar zomerakkoord de fiscale aftrekbaarheid van luxe SUV plug-in hybrides strenger aan te pakken vanaf 2020. In de officiële documenten van het zomerakkoord vinden we enkel de twee woorden ‘hervorming autokosten’ in het hoofdstuk over de vennootschapsbelasting. Men wenst de luxe SUV plug-in hybrides die vaak meer dan 75.000 euro kosten en in de huidige modellen slechts over een beperkte batterijcapaciteit beschikken fiscaal niet meer te ondersteunen.

Het betreft modellen zoals een Porsche Cayenne, BMW X5, Volvo XC90 of  Audi Q7. Zij zullen hun huidig gunstregime inzake fiscale aftrekbaarheid (vandaag vaak 90 of 100%) vanaf 2020 verliezen. Het jaar 2020 is ook het laatste jaar van het fiscale gunstregime in Vlaanderen voor dergelijke voertuigen die inzake BIV en verkeersbelasting vandaag van  een volledige vrijstelling genieten inzake BIV en verkeersbelasting bij een maximale CO2-uitstoot tot 50 gram.

Voor klassieke benzine- en dieselwagens geldt voor dezelfde modellen een fiscale aftrekbaarheid van slechts 50 à 60 procent en vanaf 2018 mogelijks nog van 40%. Vandaag blijkt dat de batterij van dergelijke plug-in hybride luxe SUV’s vaak erg beperkt is en dus slechts een kleine actieradius elektrisch rijden toelaat, in de praktijk max. 30 kilometer en vaak amper of nooit elektrisch worden opgeladen. Men spreekt daarom ook van ‘fake’ plug-in hybrides.

De regering wenst dit oneigenlijk gebruik af te schaffen en wenst de fiscale aftrekbaarheid vanaf 2020  te laten afhangen van de energiecapaciteit van de batterij. Is die beperkt in verhouding tot het gewicht van het voertuig dan zal men moeten rekening houden met een sterk verlaagde fiscale aftrekbaarheid zoals bij klassieke Benzine en dieselmodellen. In de ontwerpteksten  valt nu te lezen dat de formule werd bepaald op 1 kilowattuur (kWh) per 100 kilogram auto. Een Porsche Cayenne hybride van 2,8 ton met een batterij van 10 kWh komt hierdoor niet meer in aanmerking voor het huidige gunstig fiscaal regime. De batterij zou minstens 28 kWh energie moeten kunnen opslaan.

Ook andere luxe hybride SUV’s, waaronder de BMW X5 vallen fiscaal door de mand. Merkwaardig is het feit dat ook kleinere plug-in hybrides waaronder de Toyota C-HR en de Toyota Auris (de best verkochte hybride en populair in het leasewagensegment), de BMW 2-Reeks en de Volkswagen Golf GTE plug-in volgens de voorgestelde formule beschikken over een batterij met te weinig vermogen en dus volgens de ontwerpteksten hun huidige fiscale voordelen zullen verliezen.

In de ontwerpteksten wordt vermeld dat de regering de formule nog kan aanpassen (lees verlagen) tot 0,6 kWh per 100 kilogram. In dat geval zou bijv. de Volkswagen Golf GTE plug-in nog kunnen genieten van het fiscale gunstregime.

De nieuwe fiscaliteit zou gelden voor voertuigen die vanaf 1 januari 2018 worden gekocht, maar de toepassing zou pas vanaf 2020 volgen.

Bron: Mobilitas





CO2 taks (patronale solidariteitsbijdrage) coëfficiënt 2018 | België

23 10 2017

Zoals ieder jaar wordt de CO2 taks op 1 januari van ieder jaar geïndexeerd. Ook op 1 januari 2018 is dit het geval. De index aanpassing is vastgesteld op 1,2708

De bijdrage wordt dus per type brandstof als volgt berekend:

voor benzinevoertuigen:

  • CO2 bekend: [(CO2-uitstoot x 9€) – 768] / 12 x 1,2708
  • CO2 niet bekend: [(182 x 9€) – 768] / 12 x 1,2708 = 92,13€

voor dieselvoertuigen:

  • CO2 bekend: [(CO2-uitstoot x 9€) – 600] / 12 x 1,2708
  • CO2 niet bekend: [(165x 9€) – 600] / 12 x 1,2708 = 93,72€

voor voertuigen op LPG:

  • [(CO2-uitstoot x 9€) – 990] / 12 x 1,2708

voor elektrisch aangedreven voertuigen:  26,47 EUR

Vanaf 1 januari 2018 mag de CO2-bijdrage in geen geval lager zijn dan € 26,47 voor niet elektrische voertuigen. De bijdrage is in principe per kwartaal verschuldigd. De forfaitaire solidariteitsbijdrage is verschuldigd ongeacht of de werknemer zelf financieel tussenkomt en onafhankelijk van de hoogte van de werknemerstussenkomst.