Prinsjesdag 2019: de plannen voor de auto van de zaak

23 09 2019

Op 17 september jl. presenteerde het Kabinet de beleidsvoornemens voor 2020. Hieronder een korte samenvatting. Op hoofdlijnen was er al veel vooraf bekend over de fiscale plannen, maar vandaag werden deze formeel door het Kabinet aan de Tweede Kamer aangeboden. Hieronder een korte samenvatting.

Bijtelling

De bijtelling voor volledig elektrische auto’s gaat omhoog voor auto’s met een Datum Eerste Toelating vanaf 1 januari 2020. De bijtelling gaat voor deze auto’s naar 8% van de catalogusprijs voor zover die niet meer is dan € 45.000. Is de catalogusprijs wel meer dan € 45.000, dan geldt over de eerste € 45.000 een bijtelling van 8% en daarboven 22%.

Per 2021 gaat de bijtelling naar 12% over de eerste € 40.000. In 2022, 2023 en 2024 wordt het percentage 16% en in 2025 17%. Daarna geldt het standaardtarief van 22% ook voor elektrische auto’s. Er blijft een overgangsregeling van kracht waarmee het bijtellingspercentage van de Datum Eerste Toelating steeds voor 60 maanden geldt. De bijtellingsregeling wordt tussentijds steeds geëvalueerd en kan dan bijgesteld worden voor nieuwe situaties.

BPM

Voor volledig elektrische auto’s blijft tot en met 2024 de BPM-vrijstelling bestaan. Vanaf 2025 geldt voor deze auto’s alleen de vaste voet van € 360. De BPM-tarieven voor andere auto’s worden per 1 juli 2020 bijgesteld op basis van de nieuwe WLTP-testmethode voor de CO2-uitstoot. Eerder was al geregeld dat voor taxi’s per 2020 de teruggaaf van BPM vervalt. De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor deze auto’s blijft wel bestaan. In de BPM wordt verder de toeslag voor auto’s met een compressieontsteking zo gewijzigd dat deze alleen blijft gelden voor dieselauto’s.

MRB

Voor EV’s blijft tot en met 2024 het MRB-nihiltarief bestaan. In 2025 wordt dat een kwarttarief. Voor plug-in hybrides blijft het huidige halftarief nog bestaan tot en met 2024. In 2025 wordt dat een driekwarttarief. Per 2026 gelden voor beide typen auto’s de normale tarieven. Ter financiering van de klimaatvoorstellen stijgt de dieselaccijns per 1 januari 2021 en per 1 januari 2023 met 1 eurocent. Ook wordt de MRB voor bestelauto’s van ondernemers verhoogd. Vanaf 2021 tot en met 2024 bedraagt de gemiddelde stijging 24 euro per bestelauto per jaar. In 2025 daalt de MRB op deze bestelauto’s vervolgens eenmalig met gemiddeld 24 euro per bestelauto per jaar.

Fiets van de zaak

Vanaf 2020 wordt voor een door de zaak ter beschikking gestelde fiets een gunstige bijtellingsregeling ingevoerd. De jaarlijkse bijtelling wordt 7% van de consumentenprijs. Deze regeling voorkomt administratieve lasten omdat dan niet langer het werkelijke privégebruik bijgehouden hoeft te worden.

Bron: https://www.aldautomotive.nl/over-ons/nieuws-en-persberichten/ArticleID/3575





Fiscale regels voor het overeenstemmend voertuig voor valse plug-in hybrides bekend.

23 09 2019

Vanaf 1 januari 2020 gelden nieuwe regels inzake aftrekbaarheid voor alle bestaande voertuigen van het wagenpark en specifieke regels voor de fiscale aftrekbaarheid van zogenoemde “valse” plug-in hybrides. Dit zijn volgens de fiscus voertuigen die deels werken op brandstof en deels via een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij geen aanzienlijk gebruik van het voertuig toelaat via de elektrische  energiebron. Deze regel geldt voor alle plug-in hybrides aangekocht vanaf 1 januari 2018. Valse plug-in hybrides die vóór 1 januari 2018 zijn besteld (bestelformulier of ondertekening van het leasecontract als bewijs) vallen niet onder de regel van “valse plug-in hybrides”.

Fiscaal technisch gezien is een valse hybride een oplaadbaar hybride voertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht (0,45 via afronding) of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer. In dat geval bepaalt de fiscus dat de in aanmerking te nemen CO2 uitstoot van de valse plug-in hybride vanaf 1 januari 2020 niet meer gelijk is met deze vermeld op het homologatieformulier maar wel de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2 waarde vermenigvuldigd met 2,5.

De wetgever heeft nu in het Staatsblad van 17 september 2019 bekendgemaakt wat precies moet verstaan worden onder “overeenstemmend voertuig”. Dit heeft zijn belang om vanaf 2020 de juiste fiscale aftrekbaarheid van het voertuig te kunnen berekenen en het juiste voordeel van alle aard die voor valse plug-in hybrides zal gebaseerd zijn op de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” en niet meer op basis van het homologatieattest (COC). Men zal dus in de praktijk de gegevens op het COC van de “valse hybride” moeten vergelijken met de gegevens op het COC van gelijkaardige, zogenoemde overeenstemmende modellen die op de markt beschikbaar zijn en bepalen welk model de “valse hybride” op basis van de hierna uiteengezette criteria het dichtst benadert.
Het moet gaan om een voertuig voorzien van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof (COC, rubriek nr. 26). Vervolgens is ook vereist dat het overeenstemmend voertuig ten opzichte van het hybride voertuig categoriseert onder:
– hetzelfde merk (COC, rubriek nr. 0.1);
– dezelfde model (COC, rubriek nr. 0.2.1);
– hetzelfde type koetswerktype (COC, rubriek nr. 38) (bijvoorbeeld berline, break, …);
– en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen en het vermogen van het hybride voertuig, beiden uitgedrukt in kW (COC, rubriek nr. 27.1), het dichtst de waarde één benadert, binnen een vork begrepen is tussen 0,75 en 1,25. De voertuigen waarvan de verhouding niet begrepen is binnen dit vork zullen dus niet als overeenstemmend voertuig kunnen beschouwd worden, ook al voldoen ze aan de overige voorwaarden. Indien geen enkel voertuig aan deze voorwaarden voldoet, wordt een coëfficiënt van 2,5 toegepast. De COC-gegevens van alle mogelijke overeenstemmende voertuigen zijn niet publiek en gecentraliseerd beschikbaar voor ondernemingen en bestuurders van bedrijfswagens. Deze zijn in de regel enkel in het bezit van het COC van hun eigen voertuig. Daarom wordt de verplichting om te vergelijken en het overeenstemmend voertuig vast te stellen opgelegd aan de autofabrikant of indien deze niet in België is gevestigd, aan de auto-invoerder. Deze laatsten zullen het overeenstemmend voertuig van ieder plug-in hybride voertuig dat niet beantwoordt aan de fiscale norm moeten bepalen en deze informatie samen met alle noodzakelijk gebleken technische gegevens aan de FOD Financiën moeten overmaken bij de marktintroductie van het betreffende “fake” hybride voertuig. Deze informatie is immers onmiddellijk noodzakelijk, bijvoorbeeld voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing op een voordeel van alle aard. De FOD Financiën zal dus iedere keer haar lijst met overeenstemmende voertuigen actualiseren bij de marktintroductie van nieuwe “valse plug-in hybrides”. De bepaling van het overeenstemmende voertuig gebeurt op het moment waarop het hybride voertuig op de markt wordt gebracht, en blijft ongewijzigd tijdens de levensduur van dat voertuig. Voor reeds bestaande valse plug-in voertuigen zal in de realiteit hetzelfde moeten gebeuren.

De lijst met de overeenstemmende voertuigen zal worden bekendgemaakt op de internetsite van de FOD Financiën. De administratie zal de informatie die ze van de fabrikanten of de invoerders heeft gekregen enkel gebruiken om een databank bij te houden. De fabrikanten en de invoerders zijn er eveneens toe gehouden om de informatie te bezorgen voor alle “valse hybrides” die reeds op de markt waren en/of zullen zijn op 31 december 2019. De FOD Financiën zal mogelijks ook samenwerken met FEBIAC voor het opstellen van de lijst van overeenstemmende voertuigen en het up-to-date houden ervan.

Besluit : met de bekendmaking van de regels rond het “overeenstemmend voertuig” is de laatste onbekende factor in het verhaal van de valse plug-in hybides verleden tijd. Boekhouders en sociale secretariaten zullen nu op basis van deze (toekomstige) lijst die de fiscus zelf publiceert, vanaf 1 januari 2020 het correcte voordeel van alle aard, inclusief de juiste bedrijfsvoorheffing en de juiste fiscale aftrekbaarheid kunnen toepassen. In de realiteit betreft het echter een beperkt aantal voertuigen die in de laatste drietal jaren op de markt zijn gekomen. Wie de technische gegevens analyseert van de nieuwe plug-in hybride modellen die vandaag op de markt worden gebracht zal merken dat deze bijna allemaal voldoen aan de fiscale norm en dus in de realiteit ook vanaf 2020 recht hebben op een fiscale aftrekbaarheid tussen 90% en 100%.

Bron: Mobilitas