Prinsjesdag 2019: de plannen voor de auto van de zaak

23 09 2019

Op 17 september jl. presenteerde het Kabinet de beleidsvoornemens voor 2020. Hieronder een korte samenvatting. Op hoofdlijnen was er al veel vooraf bekend over de fiscale plannen, maar vandaag werden deze formeel door het Kabinet aan de Tweede Kamer aangeboden. Hieronder een korte samenvatting.

Bijtelling

De bijtelling voor volledig elektrische auto’s gaat omhoog voor auto’s met een Datum Eerste Toelating vanaf 1 januari 2020. De bijtelling gaat voor deze auto’s naar 8% van de catalogusprijs voor zover die niet meer is dan € 45.000. Is de catalogusprijs wel meer dan € 45.000, dan geldt over de eerste € 45.000 een bijtelling van 8% en daarboven 22%.

Per 2021 gaat de bijtelling naar 12% over de eerste € 40.000. In 2022, 2023 en 2024 wordt het percentage 16% en in 2025 17%. Daarna geldt het standaardtarief van 22% ook voor elektrische auto’s. Er blijft een overgangsregeling van kracht waarmee het bijtellingspercentage van de Datum Eerste Toelating steeds voor 60 maanden geldt. De bijtellingsregeling wordt tussentijds steeds geëvalueerd en kan dan bijgesteld worden voor nieuwe situaties.

BPM

Voor volledig elektrische auto’s blijft tot en met 2024 de BPM-vrijstelling bestaan. Vanaf 2025 geldt voor deze auto’s alleen de vaste voet van € 360. De BPM-tarieven voor andere auto’s worden per 1 juli 2020 bijgesteld op basis van de nieuwe WLTP-testmethode voor de CO2-uitstoot. Eerder was al geregeld dat voor taxi’s per 2020 de teruggaaf van BPM vervalt. De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor deze auto’s blijft wel bestaan. In de BPM wordt verder de toeslag voor auto’s met een compressieontsteking zo gewijzigd dat deze alleen blijft gelden voor dieselauto’s.

MRB

Voor EV’s blijft tot en met 2024 het MRB-nihiltarief bestaan. In 2025 wordt dat een kwarttarief. Voor plug-in hybrides blijft het huidige halftarief nog bestaan tot en met 2024. In 2025 wordt dat een driekwarttarief. Per 2026 gelden voor beide typen auto’s de normale tarieven. Ter financiering van de klimaatvoorstellen stijgt de dieselaccijns per 1 januari 2021 en per 1 januari 2023 met 1 eurocent. Ook wordt de MRB voor bestelauto’s van ondernemers verhoogd. Vanaf 2021 tot en met 2024 bedraagt de gemiddelde stijging 24 euro per bestelauto per jaar. In 2025 daalt de MRB op deze bestelauto’s vervolgens eenmalig met gemiddeld 24 euro per bestelauto per jaar.

Fiets van de zaak

Vanaf 2020 wordt voor een door de zaak ter beschikking gestelde fiets een gunstige bijtellingsregeling ingevoerd. De jaarlijkse bijtelling wordt 7% van de consumentenprijs. Deze regeling voorkomt administratieve lasten omdat dan niet langer het werkelijke privégebruik bijgehouden hoeft te worden.

Bron: https://www.aldautomotive.nl/over-ons/nieuws-en-persberichten/ArticleID/3575

Advertenties




Mobiliteitsbudget door commissie financiën goedgekeurd

18 01 2019

De Kamercommissie Financiën heeft op woensdag 16 januari 2019 het mobiliteitsbudget goedgekeurd. Als in februari van dit jaar ook de Commissie Sociale zaken en de plenaire vergadering het licht op groen zetten kan het mobiliteitsbudget op 1 maart 2019 in werking treden. Hiermee komt mogelijks een einde aan de saga die reeds op 4 november 2013 begon en dus reeds meer dan 5 jaar aansleept. Op die dag organiseerde CD&V-Kamerleden Jef Van den Bergh en Griet Smaers samen met SD Worx een studiedag rond het mobiliteitsbudget als duurzame alternatief voor de bedrijfswagen. Kamerlid Jef Van den Bergh was uiteindelijk de hoofdindiener van dit wetsvoorstel. Bij de huidige regering in lopende zaken is er vandaag wel enig animo te bespeuren om het mobiliteitsbudget nog voor de verkiezingen van zondag 26 mei 2019 goed te keuren, desnoods ook met de steun van de NVA, zo is te horen.

Dankzij het mobiliteitsbudget kunnen werknemers het budget van hun huidige bedrijfswagen herinvesteren in 3 pijlers.  Ze hebben de keuze tussen een milieuvriendelijker model (pijler 1) en kunnen bijkomend kiezen tussen alternatieven zoals openbaar vervoer, fiets of zelfs dichter bij het werk gaan wonen (pijler 2). Zij kunnen ook een cash uitbetaling vragen (pijler 3) eventueel ook in combinatie met pijlers 1 en 2. Concreet kan een werknemer met een bedrijfswagen of wie daarvoor in aanmerking komt, jaarlijks een mobiliteitsbudget ter beschikking krijgen als de werkgever die heeft voorzien.

Dit budget stemt overeen met de totale (jaarlijkse) kost van de ingeruilde actuele bedrijfswagen. Het budget kan ook worden geherinvesteerd in alternatieve en duurzame vervoersmiddelen zoals een abonnement of ticket op het openbaar vervoer inclusief hogesnelheidstreinen, fiets, deelauto, werk- en waterbussen, taxiritten en korte termijnverhuur van een voertuig zonder chauffeur voor een maximumduur van 30 dagen. De herinvestering van het budget mag ook in huisvestingskosten als de werknemer dichter bij het werk gaat wonen in een straal van max. 5km van zijn werkplaats. Het saldo kan worden uitbetaald in cash. Daarop moeten er 38,07% sociale bijdragen worden betaald, maar geen belasting. Tegelijk worden ook enkele aanpassingen voorzien aan de regeling van cash for cars. De werkgever heeft geen enkele verplichting om het mobiliteitsbudget voor zijn werknemers in te voeren.

Mogelijke versoepeling CO2 grens

Tot voor enkele weken geleden was de grens om te herinvesteren in een milieuvriendelijk voertuig vastgelegd op 95 gram. Dit had wel tot gevolg dat de keuze uitermate beperkt was. Na heel wat kritiek van o.a. Febiac en Renta is nu te horen dat men zou bereid zijn voor de kalenderjaren 2019 en 2020 de CO2 -norm te versoepelen tot respectievelijk 105 gr en 100 gr per kilometer en dus pas vanaf 1 januari 2021 te verstrengen tot de initieel beoogde 95 gram per kilometer. Het is wachten of er op dat vlak nog amendementen worden ingediend alvorens de regeling door het parlement wordt goedgekeurd. Deze CO2 grens is niet van toepassing indien men investeert in een 100% elektrisch voertuig.

Bron: Mobilitas





Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

21 11 2018

Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

1 januari 2019 komt snel dichterbij voor de Brusselse Gewestregering. Dat is ook het moment waarop zij de autobelastingen zelf zal innen. Maar de veelbesproken hervorming van de autofiscaliteit komt er voorlopig niet en is bijna zeker uitgesteld tot de volgende legislatuur. Voor autobezitters en eigenaars van leasingvoertuigen ingeschreven in het Brussels Gewest blijft dus voorlopig alles bij het oude. Enkel het briefhoofd van het aanslagbiljet zal wijzigen : van de FOD Financiën naar Brussel Fiscaliteit. Dat betekent vandaag concreet dat wie in het Brussels Gewest met een vervuilende auto rondrijdt niet meer betaalt aan belastingen dan de eigenaar van een gloednieuwe propere leasingauto. Voor een groenere Brusselse autofiscaliteit gebaseerd op CO2-uitstoot, Euronorm en andere poluenten zoals NOx en fijnstofpartikels is het nog even wachten. Met de invoering van een Lage Emissie Zone (LEZ) heeft de Brusselse regering wel een eerste voorzichtige stap gezet maar de LEZ wordt maar zeer geleidelijk ingevoerd. Tot einde 2019 hebben dieselvoertuigen met EURO3 (dus zonder verplichte roetpartikelfilter) nog steeds vrije toegang tot de Brusselse zone. Voor benzine, LPG en CNG voertuigen geldt de vrije toegang nog tot einde 2024 indien zij minstens aan de EURO2 norm voldoen. In Antwerpen zijn de regels veel strenger. Anderzijds bereikte de Brusselse regering einde mei 2018, mede door toedoen van minister van Leefmilieu Céline Fremault, een princiepsakkoord om tegen 2030 een volledige dieselban in te voeren, al temperde Minister-president Rudi Vervoort het enthousiasme dat een volledige dieselban nog niet verworven is. De LEZ wijzigt ook niets aan de totale autodruk.

Uitstel voor groenere BIV en verkeersbelasting

Concreet betekent het uitstel van de Brussels regering dat de hervorming van BIV (Belasting voor Inverkeerstelling) en de VB (Verkeersbelasting) in 2019 niet zal worden uitgevoerd en wordt verschoven naar de volgende legislatuur. Wellicht zal dan ook een koppeling worden gemaakt met het inter-federaal akkoord over de slimme kilometerheffing. De BIV en de verkeersbelasting zullen, zoals reeds enkele decennia lang, voorlopig verder berekend worden op basis van de fiscale Pk’s en het vermogen in kilowatt van het voertuig. In het kader van de aangekondigde fiscale hervorming stelde Brussels minister van Financiën Guy Vanhengel een groep van experten aan die in mei 2018 haar voorstel kwam toelichten voor het Brussels Parlement. Maar er was wel enige kritiek te horen. De huidige verschuiving van de voorgestelde fiscale hervorming naar de toekomst is deels te wijten aan de ondoorzichtige formules die vrij eenzijdig de focus legden op luchtkwaliteit en het onzorgvuldig gebruik van euronormen en diesel/benzine-framing en een CO2-verrekening die uiteindelijk weinig verschil maakte. Het vermogen van het voertuig was een criterium dat niet werd gebruikt met vaak perverse fiscale gevolgen. Luxe-voertuigen met krachtige motoren betaalden in de voorgestelde regeling plots veel minder dan oudere kleine dieselvoertuigen. De kritiek dat geen rekening werd gehouden met sociale correcties was steeds luider te horen. Een nieuwe Maserati die onder het nieuwe stelsel lager zou worden getaxeerd dan een 8 jaar oude kleine diesel was hiervan een treffend voorbeeld. In navolging van Vlaanderen stelde de expertengroep ook voor om elektrische, plug-hybride en CNG-auto’s voor een minimale periode van vijf jaar vrij te stellen van taxatie. Maar ook dat stuitte op enig verzet. Indien milieuvriendelijke auto’s te snel zouden doorbreken dreigde het Brussel Gewest te veel inkomsten te verliezen. In 2016 brachten BIV en verkeersbelasting meer dan 180 miljoen euro op.

Leasingvoertuigen

Bijna alle Belgische erkende autoleasingmaatschappijen hebben hun maatschappelijke zetel binnen het Brussel Gewest. Dit betekent dat zij bij inschrijving van een voertuig op hun naam ook aan dezelfde taxatie inzake BIV en verkeersbelasting onderworpen zijn. Een aanpassing van de huidige regeling zou dan ook meteen een wijziging in taxatie voor honderdduizenden leasingvoertuigen hebben betekend. Bij de regionalisering van de autofiscaliteit (BIV en verkeersbelasting) werd destijds beslist dat de oude federale regeling, die nu overeenkomt met deze van het Brussels Gewest, voorlopig zou behouden blijven voor leasewagens om fiscale concurrentie tussen Gewesten te vermijden. Daarom dient vooraf nog een samenwerkingsakkoord te worden gesloten tussen de huidige drie Gewesten alvorens de gewestelijke fiscale taxatieformules voor leasingvoertuigen kunnen gewijzigd worden. Een bijkomende reden dus dat de hervorming van de autobelastingen in het Brussels Gewest nog enige tijd zal nodig hebben om effectief in werking te treden. Concreet zullen de huidige berekeningsregels voor BIV en verkeersbelasting gebaseerd op fiscale Pk’s en vermogen in kilowatt nog een tijdje verder behouden blijven voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij.

Bron: Mobilitas





XPOfleet Management Day | 25 september 2018

16 08 2018

’t is zo ver. De uitnodigingen voor de XPOfleet Management Day 2018 op 25 september a.s. in Kinepolis Antwerpen zijn de deur uit. 

Partners en exposanten dit jaar zijn Intersticker, Ford Motor Company, Fietsen Wildiers, Carglass, Jesco, TomTom Telematics en mediapartner Link2Fleet.

Een hele dag gevuld met Wagenparkbeheer, mobiliteit en heel veel XPOfleet. De XFMD is een kwalitatief kennis evenement met klantenervaringen, veel kennisdeling en XPOfleettrainingen. Het hele XPOfleet team is aanwezig om al uw vragen te beantwoorden. Maar ook een groot aantal professionele wagenparkbeheerders en mobilitymanagers – ervaren XPOfleetgebruikers – zijn al ingeschreven en zullen acte de présence geven. Deel uw kennis en ervaring uit de eerste hand.

Zoals u van ons gewend bent is het evenement exclusief toegankelijk voor XPOfleet klanten en fleetowners met een vloot van ten minste 100 voertuigen. Bent u nog niet ingeschreven, ga dan snel naar XPOfleet.com/xfmd. Hebt U nog geen uitnodiging ontvangen? Stuur een mailtje naar xfmd@XPOfleet.com

 

XPOfleet Management Day 2018





Fiscal Tools ondersteunt nieuwe wetgeving van 1 juli 2018

3 08 2018

XPOfleet Fiscal Tools is een 100% gratis app voor Android en Apple iOS die wordt gebruikt van om alle Belgische fiscale belastingen en toeslagen te berekenen die relevant zijn voor auto’s. Of het nu gaat om de BIV, Wegenbelasting, voordeel van alle aard,….. en dit ongeacht of het voertuig wordt ingeschreven in Vlaanderen, Brussel of Wallonië.

Traditioneel veranderen op 1 juli van ieder jaar een aantal coëfficiënten voor belastingen die door de Vlaamse gemeenschap worden geint zoals wegenbelasting en de BIV. Vandaag is een nieuwe versie van XPOfleet Fiscal Tools uitgekomen die deze nieuwe regelgeving automatisch ondersteunt.

 





Startschot voor mobiliteitsbudget | België

31 07 2018

Ministerraad geeft officieel startschot voor het Mobiliteitsbudget.

Het recente goedgekeurde zomerakkoord van de regering Michel 1 omvat ook een onderdeel met betrekking tot de invoering van het mobiliteitsbudget. Hierdoor is een langlopend wetsontwerp opnieuw op de parlementaire agenda geplaatst. Het is de bedoeling dat dit mobiliteitsbudget in het najaar van 2018 kan van start gaan. De klassieke parlementaire weg moet wel nog doorlopen worden zodat amendenten en dus beperkte wijzigingen op het huidige wetsvoorstel nog mogelijk zijn. Rekeninghoudend met mogelijke vertragingen zou de uiterste startdatum toch 1 januari 2019 moeten zijn. Voor alle duidelijkheid het “mobiliteitsbudget” is een bijkomende regeling naast de “mobiliteitsvergoeding” beter bekend als “cash for car”. Deze laatste regeling werd reeds door het federaal parlement op 15 maart 2018 goedgekeurd (Staatsblad van 7 mei 2018). Tot op vandaag is de interesse hiervoor zeer beperkt.

Principe van mobiliteitsbudget

Een werknemer met een bedrijfswagen of wie hiervoor in aanmerking komt, ontvangt jaarlijks een mobiliteitsbudget. Dit budget stemt overeen met de totale kost van de bedrijfswagen. Werknemers kunnen hiermee hun bestaande bedrijfswagen inruilen voor een milieuvriendelijke versie, een elektrisch model of een voertuig waarvan de CO2 uitstoot maximaal 95 gr bedraagt met een lage emissienorm. Dit wordt wel een hele uitdaging indien de norm van 95 gram dient gehaald te worden op basis van de CO2-uitstoot vastgesteld volgens de NEDC 2.0 norm voor voertuigen die volgens de nieuwe WLTP-norm werden getest. Mogelijks zal de Belgische autolobby hierop nog amendementen via parlementsleden laten indienen.

Met het niet gebruikte budget kan de werknemer alternatieve en duurzame vervoersmiddelen aankopen zoals een abonnement op het openbaar vervoer, fiets, deelauto, werkbus, taxi en ook huisvestingskosten als de werknemer verhuist dichter bij het werk. Hierop geldt een gunstig fiscaal regime. Het restsaldo wordt uitbetaald. Hierop is enkel een speciale voordelige RSZ-bijdrage van 38,07% samen te betalen door werkgever en werknemer.

Invoering van het mobiliteitsbudget

Gelijklopend met de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) kan de werkgever al dan niet zelf beslissen om het mobiliteitsbudget in te voeren. De werknemer is ook niet verplicht om voor een mobiliteitsbudget te kiezen. In de huidige versie van het wetsontwerp kan de werknemer kiezen voor een kleiner en zuiniger model zonder bijkomend te moeten kiezen voor duurzaam alternatief vervoer en het volledige saldo laten uitbetalen tegen een voordelig RSZ-tarief.

Voorwaarden om in aanmerking te komen

– werknemer

De werknemer moet aan een dubbele voorwaarde voldoen. Hij kan slechts een aanvraag voor de mobiliteitsbudget indienen indien hij :

– in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever; EN

– op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever;

– de periode van 36 maanden geldt niet wanneer de werknemer in dienst is van een startende werkgever.

– werkgever

Een werkgever kan een mobiliteitsbudget maar invoeren indien hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde aan één of meerdere werknemers. Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn gelden uitzonderingen.

Fiscaliteit van het mobiliteitsbudget

– werknemer

Deze hangt af van de manier waarop het mobiliteitsbudget wordt ingevuld en wordt in verschillende trappen of pijlers berekend :

  • Pijler 1 : voordeel van alle aard op de (kleinere) bedrijfswagen : deze wordt berekend van de klassieke formule (zie hoofdstuk1, punt 1) rekening houdend met leeftijd en de CO2-uitstoot. Het voordeel van alle aard (VAA) zal dus dalen indien men rijdt met een groenere versie.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : het deel dat de werknemer spendeert voor duurzame transportmiddelen zoals een elektrische fiets of een treinabonnement wordt voor de werknemer fiscaal volledig vrijgesteld om het gebruik maximaal te ondersteunen. Er zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd;
  • Pijler 3 : de belasting op de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werknemer een RSZ-bijdrage van 13,07% verschuldigd.

 

– werkgever

 

  • Pijler 1 : de belasting op de firmawagen : de CO2-solidariteitsbijdragen en de verworpen kosten op het voordeel van alle aard zijn zoals bij de klassieke bedrijfswagen ten laste van de werkgever. Door de keuze van een groener model zullen deze belastingen dalen.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : deze zijn voor de werkgever vrijgesteld van belastingen en RSZ-bijdragen;
  • Pijler 3 : de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werkgever een speciale

     bijdrage van 25% verschuldigd.

 

Nieuwe mogelijkheden voor mobility as a service

Het mobiliteitsbudget biedt zeker een nieuwe impuls voor tech aanbieders die verschillende transport modi in één enkele App aanbieden zoals Modalizy, Olympus & Ximmo. De invoering van het mobiliteitsbudget betekent concreet dat klassieke autoleasingbedrijven vanaf nu ook daadwerkelijk een multimobiliteitsaanbod zullen moeten aanbieden aan hun traditionele klanten. Hetzelfde geldt ook voor de autoconstructeurs die zich steeds meer als mobiliteitsproviders zullen moeten heruitvinden.

Voorbeelden

 

Bron: Mobilitas





Minister van Financiën Van Overtveldt bevestigt fiscale toepassing NEDC 2.0 uitstootwaarde tot 2020.

28 05 2018

 

Midden mei 2018 heeft de Belgische autolobby een dringende boodschap aan federaal minister van Financiën Johan Van Overtveldt en zijn regionale collega’s van financiën verzonden. In deze brief werd hem gevraagd om op korte termijn dringend duidelijkheid  te verschaffen met betrekking tot de mogelijke verhoging van de Belgische autotaxatie naar aanleiding van de nieuwe WLTP testprocedure (Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure). De minister antwoordde op de brief in een eerste reactie dat in de overgangsfase en zeker tot 2020 men met de NEDC waarden zal rekening houden en niet met de hogere WLTP waarde. Dit vraagt wel enige fiscaal technische verduidelijking.

 

Sinds 1 september 2017 worden namelijk de verbruiksnormen van nieuw gehomologeerde modellen vastgelegd volgens de nieuwe WLTP testmethode. Met uitzondering van een aantal stockmodellen moeten bovendien ALLE nieuwe en voor de eerste keer ingeschreven voertuigen vanaf 1 september 2018 verbruikswaarden kunnen voorleggen getest volgens de WLTP methode. Uit diverse steekproeven blijkt dat deze CO2-verbruikswaarden gemiddeld 20 tot 30% hoger kunnen zijn dan de oude NEDC CO2-verbruikswaarden ook NEDC 1.0 genoemd. Hierdoor dreigt vandaag een belangrijke verhoging van de fiscaliteit van de bedrijfswagens. Om dit tegen te gaan werd op Europees niveau beslist om naast de WLTP waarde in elk geval tot einde 2020 voor elk voertuig een tweede waarde mede te delen onder de naam NEDC.2.0 of ‘correlated’ NEDC. Deze laatste heeft de bedoeling om vanuit de WLTP verbruikswaarde via een terugrekenmethode een tweede kunstmatige CO2-uitstootwaarde te berekenen die kan gebruikt worden binnen de nationale autofiscaliteit. Uit de eerste steekproeven blijkt dat de NEDC 2.0 waarde gemiddeld 8 tot 11% hoger is dan de oude NEDC 1.0. Er is dus in elk geval sprake van een belastingverhoging.

Deze belastingverhoging komt bovenop de aangekondigde belastingverhoging ten laste van de werkgevers vanaf 2020 door toepassing van de nieuwe formule voor fiscale aftrekbaarheid en de hogere fiscale belasting van zogenoemde “fake” plug-in hybrides. De fiscale verhoging door de hogere NEDC 2.0 waarde hebben bij ongewijzigde fiscale formules onmiddellijke gevolgen bij de berekening van het voordeel van alle aard (zowel voor de werkgever als de werknemer),  de fiscale aftrekbaarheid en de CO2-bijdrage (zie onderstaand voorbeeld).

In Vlaanderen zijn de gevolgen nog belangrijker omdat ook de BIV en de verkeersbelasting er gekoppeld zijn aan de CO2-uitstoot. Dit is met name het geval voor bedrijfswagens die op naam van een vennootschap met maatschappelijke zetel in Vlaanderen worden ingeschreven. Voor bedrijfswagens ingeschreven op naam van een erkende autoleasingfirma is er dan voor de BIV en de verkeersbelasting geen fiscale verhoging als gevolg van de hogere WLTP waarden. De BIV en de verkeersbelasting voor dergelijke voertuigen zijn in dit laatste geval (voorlopig) nog gebaseerd op de fiscale PK en het vermogen in kilowatt (kW).

Voor lopende bestellingen van firmawagens is het niet altijd duidelijk of een voertuig reeds is getest onder de WLTP testcyclus of nog onder de oude NEDC 1.0 cyclus. Dit hangt af van de datum waarop het voertuig bij de constructeur werd gebouwd of geassembleerd. Het is wel te verwachten dat de meeste bedrijfsvoertuigen die in het najaar van 2018 worden geleverd reeds onder WLTP zullen getest zijn. Voertuigen nog gehomologeerd onder de oude en lagere NEDC 1.0 waarde mogen deze lagere waarde nu en in de toekomst nog verder gebruiken in de fiscale formules. Deze situatie creëert dus binnenkort bij ongewijzigd beleid een fiscale ongelijkheid tussen voertuigen die nog gehomologeerd zijn onder de oude NEDC 1.0 waarde en voertuigen (en dit kan hetzelfde model betreffen met gelijke motorisatie) gehomologeerd onder de nieuwe WLTP testcyclus en die vaak door bepaalde aanpassingen milieuvriendelijker zijn.

Het is nu afwachten of de federale en regionale ministers van financiën nog vóór de zomervakantie een akkoord kunnen bereiken over de aanpassing van bepaalde fiscale formules teneinde een dreigende verhoging te vermijden.  Die laatste termijn is wel nodig gezien de verplichte WLTP waarden gelden vanaf 1 september 2018 voor alle nieuw ingeschreven voertuigen.

 

Voorbeeld

Fiscale cataloguswaarde voertuig 27.000,00 euro – diesel – euro 6

Voertuig ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij

 

                                       Fiiscale gevolgen van de diverse testcycli inzake CO2-uitstoot
Testcyclus

CO2-uitstoot

Uitstoot gemeten Fiscale aftrekbaarheid Voordeel alle aard per maand

werknemer (1)

CO2-bijdrage (1)

per maand

Tot 30/08/2018

NEDC 1.0 testwaarde

 

104 gr/km      90% 140,79 € 35,58 €
Vanaf 01/09/2018

NEDC 2.0 testwaarde

10% hoger (2)

114 gr/km      80% 160,07 € 45,11 €
Vanaf 2020 of later

WLTP testwaarde

25% hoger (2) en toepassing nieuwe

fiscale formule

2020 fiscale aftrekbaarheid

130 gr/km      55% (3) 190,93 € 60,36 €

 

(1) exclusief toekomstige indexaties

(2) de verhogingen van 10% en 25% zijn gebaseerd op gemiddelden van voorlopige testresultaten bij diverse middenklasse modellen

(3) dit fiscaal aftrekpercentage geldt ook bij de brandstof (tot en met 2019 is dit gelijk aan 75%)

Bron: Mobilitas