Raad van State negatief over Cash for car | België

16 11 2017

Raad van State haar juridisch advies uitbracht over het wetsvoorstel betreffende Cash for Car. De Raad van State twijfelt eraan of de omruiling van een voertuig in een netto loonbedrag fiscaal en sociaal technisch zomaar mogelijk is en niet ingaat tegen bepaalde regels van de loonbeschermingswet. Het betreft immers loonmassa die in principe op dezelfde manier belastbaar is als een gewoon loon. In de huidige regeling die door de federale regering werd voorgesteld is voorzien dat werknemers die hun auto wensen om te ruilen voor cash op de tegenwaarde bijna eenzelfde belasting zouden moeten betalen als op het oorspronkelijke voordeel van alle aard voor hun ingeleverde bedrijfswagen. De Raad van State twijfelt of dit wel mogelijk is.

Bovenop meldt de Raad van State in haar advies dat er mogelijks sprake kan zijn van discriminatie tussen werknemersgroepen, meer concreet dat er in de huidige voorgestelde regeling een ongelijke fiscale en sociale behandeling bestaat tussen werknemers met en zonder een bedrijfswagen. De regeling is bovendien vrijblijvend zowel vanuit de werkgever als de werknemer en houdt geen enkele garantie in dat er wordt overgestapt naar een milieuvriendelijker vervoersmiddel. De overstap naar een oudere meer vervuilende privé-wagen behoort tot de mogelijkheden maar ook de besteding van het cash budget aan niet vervoersgebondendiensten.

De vraag stelt zich nu of de door de regering voorgestelde formule nog tegen 1 januari 2018 wordt ingevoerd.  De federale regering is niet gebonden door het advies van de Raad van State maar het risico dat gediscrimineerde personen of bepaalde organisaties naar het Grondwettelijk Hof stappen om te huidige regeling aan te vechten is hoog. Er dreigen dan heel wat juridische procedures. In bepaalde politieke middens is te horen dat de huidige regeling zou moeten worden aangepast en er een breder overleg moet worden opgestart met de sociale partners met meer nadruk op de omruiling naar andere mobiliteitsformules. Wordt vervolgd.

Bron: Mobilitas

Advertenties




Fiscale aftrekbaarheid bedrijfswagens 2018-2020 | België

6 11 2017

Voor de aangepaste fiscale aftrekbaarheid geldt een overgangsperiode van twee jaar. De huidige regels blijven voorlopig tot 2020 bestaan.

In deze overgangsperiode  tussen 2018 en 2020 zullen eenmanszaken (die belast worden in de personenbelasting) kunnen genieten van een nieuwe fiscale stimulans om voor een milieuvriendelijk voertuig te kiezen. Tot op vandaag kunnen zij de beroepsmatige autokosten voor 75 % fiscaal in mindering brengen ongeacht de CO2-uitstoot. Vanaf volgend jaar kunnen deze zelfstandigen – als dat voordeliger zou zijn – kiezen voor de variabele aftrekregeling in functie van de CO2-uitstoot zoals die geldt voor vennootschappen. De aftrek voor eenmanszaken blijft wel minimaal 75%  zelfs voor de voertuig met zeer hoge CO2-uitstoot.

Vanaf 2020 zal volgens de huidige ontwerptekst zowel voor zelfstandigen als voor vennootschappen een nieuwe formule in functie van de CO2-uitstoot gelden. Deze wordt als volgt berekend:

120 % – (0,5% x brandstofcoëfficiënt x aantal gram CO2 per kilometer)

De brandstofcoëfficiënt bedraagt 1 voor diesel (en hybrides varianten), 0,95 voor benzine (en hybride varianten)  en 0,9 voor auto’s op CNG met maximaal 11 fiscale pk. Het percentage van aftrekbaarheid zal in principe worden vastgelegd op minimaal 50 % en maximaal 100 %.

Hierdoor vervalt vanaf 2020 de verhoogde aftrekbaarheid van 120 % voor 100% elektrische voertuigen. Voor een dieselvoertuig van 115 gram betekent dit een fiscale aftrekbaarheid van 62,5%. in 2020. Voor voertuigen met een CO2-uitstoot van minimaal 200 gram/km zal de aftrek verder beperkt worden tot 40 %.

Voor plug-hybrides zal de gebruikte CO2-uitstoot afhangen van de energiecapaciteit van de batterij. Enkel indien deze minimaal 0,6 kWh  per 100 kilogram van het autogewicht bedraagt zal de CO2 van de hybride versie worden gebruikt. Is de energiecapaciteit lager dan wordt het voordeel alle aard berekend op basis van “de niet-hybride tegenhanger van hetzelfde model”. Wat daaronder juist moet verstaan worden en welk model dan wordt bedoeld is voorlopig nog onduidelijk. Is de CO2-uitstoot niet bekend dan wordt de waarde van de hybride vermenigvuldigd met 2,5.

De vraag stelt zich of de fiscus in 2020 nog steeds de NEDC-testmethode voor brandstofverbruik en uitstoot als fiscale basis zal gebruiken of zal omschakelen naar de nieuwe WLPT testmethode eventueel met een bepaalde omrekeningscoëfficiënt.

Bron: Mobilitas





Fiscale Evolutie in het Belgische fietslandschap

29 10 2017

NIEUWSBRIEF – MOBILITEIT

https://gallery.mailchimp.com/7a858463acae8eed169eff40a/images/be55b01c-0855-4ae5-a0dc-ca7b75dca19a.png

Fietsvergoeding voor eigen fiets & aftrek kosten

Fietst u met een eigen privé-fiets naar het werk dan hebt u recht vanaf 1 januari 2017 op een belastingvrije fietsvergoeding van 0,23 euro per gereden kilometer woon-werkverkeer. Bovenop mag u in uw aangifte 0,23 euro per kilometer in aftrek brengen maar enkel als u de werkelijke kosten bewijst.

Bedrijfsfiets of leasingfiets

Ontvangt u van uw werkgever een bedrijfs- of leasingfiets dan wordt er geen voordeel van alle aard aangerekend voor het privégebruik. Er is daarom ook nooit sprake van een bedrijfsvoorheffing. Bovenop mag de werkgever nog een belastingvrije fietsvergoeding uitbetalen van 0,23 euro per gereden kilometer woon-werkverkeer. U kan dus als werknemer genieten van de cumul van de twee belastingvrije stelsels. Als de bedrijfsfiets nooit voor woon-werkverkeer wordt gebruikt, wordt die wel als belastbaar voordeel beschouwd. Het voordeel wordt dan berekend op basis van de werkelijke waarde.

Opgelet! Indien de werkgever een mountainbike of racefiets ter beschikking stelt, beschouwt de fiscus dit voordeel als een loon. Dit standpunt van de minister van financiën wordt echter betwist en is niet in de wetgeving terug te vinden. Woon-werkverkeer kan immers ook over bospaden en ‘fietsostrades’ lopen. De vrijstelling van de fietsvergoeding  is volgens de minister dan weer wel van toepassing voor mountainbikes of racefietsen.

Bedrijfsfiets en RSZ

Indien de bedrijfsfiets ook voor zuivere privé-verplaatsingen gebruikt wordt zijn de gewone RSZ-bijdrage van werknemer en werkgever verschuldigd op dat privé-gedeelte. Woon-werkverkeer wordt hier niet als privégebruik beschouwd. De basis van de bijdrage is de reële waarde (de winkelprijs voor dat model fiets). Op die prijsbasis wordt het zuiver privé-gedeelte berekend. Dit is in principe voor iedere werknemer verschillend. Men kan wel met de RSZ hierover afspraken maken voor een gelijkvormig percentage dat voor alle werknemers van toepassing is, bijv. 30% privégebruik. De politiek is er nog niet in geslaagd om dit laatste element aan te passen.

Aftrek fietskosten en investeringen bij de werkgever

Zuivere fietskosten

Aankoop of financiële leasing

Een werkgever mag de kosten aankoopkosten of kosten van een financiële leasing (on balance) van een bedrijfsfiets die hij aan werknemer ter beschikking stelt aftrekken tegen 120%. Dit geldt ook voor de onderhoudskosten. De bedrijfsfiets wordt lineair afgeschreven over een minimumperiode van ten minste drie jaar.

Operationele leasing

De fietskosten verbonden aan een operationele leasing (off balance) zijn slechts aftrekbaar tegen 100% omdat hier geen afschrijvingen mogelijk zijn.

Toebehoren en fietsinstallaties

Volgende kosten zijn voor 120% aftrekbaar:

  • toebehoren (zoals een fietshelm). Onder fietstoebehoren verstaat men de gebruikelijke (met de fiets verbonden) voorwerpen die wenselijk of noodzakelijk zijn om de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling mogelijk te maken. Voorbeelden: fietspomp, bel, fietslicht, reflectoren, gereedschapskist voor kleine herstellingen, fietstas, accu, lader van een elektrische fiets, … Gewone, sportieve of beschermende kledij van de fietser vallen buiten deze categorie en komen dus niet in aanmerking voor de fiscale aftrek van 120% maar wel voor 100%.
  • de fietsenstalling zelf: kosten van aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een fietsenstalling te installeren.
  • kosten voor fietslaadpunten
  • de kleedruimte of sanitaire voorzieningen: kosten van aankoop, bouwen of verbouwen van een onroerend goed om een kleedruimte of sanitair (al dan niet met douches) te installeren.

Opgelet! Huurkosten voor fietsinstallaties komen niet in aanmerking voor de verhoogde aftrek van 120%.

Elektrische fietsen

Alle voorheen genoemde fiscale voordelen zijn logischerwijze ook van toepassing voor elektrische fietsen inclusief de verhoogde aftrek van 120%  De speedpedelecs vormden tot voor kort hierop een uitzondering. Deze snelle elektrische fietsen halen een snelheid van 45km/h en sinds 1 oktober 2016 worden zij in de verkeerscode gelijkgesteld met bromfietsen (KB van 21 juli 2016).

Speedpedelecs

De Kamercommissie Financiën keurde onlangs een wetsontwerp* goed dat speedpedelecs fiscaal gelijkstelt met klassieke en gewone elektrische fietsen. Werknemers die met een dergelijke snelle elektrische fiets naar het werk pendelen zullen dus ook recht hebben op een fiscaal vrijgestelde vergoeding van maximaal 0,23 euro per kilometer. Wie een ‘bedrijfs-speedpedelec’ van zijn werkgever ter beschikking krijgt en daarmee zijn woon-werktraject aflegt, zal hierop niet langer een belastbaar voordeel aangerekend krijgen. Er is dan ook geen sprake meer van een bedrijfs-voorheffing. De kosten van speedpedelecs zijn ook voor 120% aftrekbaar onder de voorwaarden van gewone fietsen. Werknemers die ervoor kiezen hun werkelijke beroepskosten te bewijzen, kunnen voortaan ook 0,23 euro aftrekken voor elke kilometer woon-werkverkeer die afgelegd werd met een snelle elektrische fiets. De fiscale wijzingen voor speedpedelecs treden retroactief in werking. Ze gelden vanaf het aanslagjaar 2018 dus vanaf 1 januari 2017.

*wetsontwerp van 2 augustus 2017 houdende diverse fiscale bepalingen I, goedgekeurd in de Kamer op 5 oktober 2017.

Opgelet! de nieuwe bepaling betreft enkel de gelijkschakeling op het vlak van de fiscale voordelen met de klassieke fiets De wegcode onderscheidt nog steeds verschillende rechten en verplichtingen naargelang het type (elektrische) fiets dat wordt gebruikt.

Combinatie bedrijfsfiets met bedrijfswagen

De combinatie van een bedrijfswagen met een bedrijfsfiets is fiscaal perfect mogelijk en verhoogt niet het voordeel van alle aard van het totaal pakket. Wie kiest voor een kleinere bedrijfswagen en een bedrijfsfiets binnen hetzelfde budget zal mogelijks een lager voordeel van alle aard betalen. Verschillende leasingmaatschappijen bieden deze combinatie reeds aan binnen een budget van 30,00 tot 150,00 euro per maand voor het fietsbudget.

Cafetariaplan en bedrijfsfiets

Via een cafetariaplan kan men op een voor de werkgever budget neutrale manier een bedrijfsfiets ter beschikking stellen in ruil voor een “salary sacrifice”. Sociale secretariaten voorzien hiervoor specifieke berekeningstools en advies.

Bedrijfsfiets en BTW

De BTW aftrek dient beperkt te worden tot het gedeelte “echt beroepsgebruik”. Hieronder vallen dus enkel de professionele verplaatsingen naar klanten. Het woon-werkverkeer met de bedrijfsfiets wordt voor de BTW niet beschouwd als privégebruik.

Wetgeving elektrische fietsen

De nieuwe verkeerswetgeving maakt het onderscheid tussen drie types fietsen met aandrijving:

  • Pedelec : deze fiets met hulpmotor geeft enkel ondersteuning als je zelfmeetrapt en dat tot 25 km/u aan een maximaal vermogen van 250 watt. Sneller mag, maar zonder elektrische ondersteuning. Een pedelec geldt als een gewone (elektrische) fiets dus zonder verzekeringsplicht BA en inschrijving en geniet van alle fiscale fietsvoordelen.
  • Speed pedelec : een speed pedelec (high speed electric bike) is een pedelec die elektrische ondersteuning biedt tot 45 km/u bij een vermogen tussen 250 watt en 4kW. Sinds 1 oktober 2016 behoren speedpedelecs tot de nieuwe bromfietsklasse P (“P” van Pedelec). Hiervoor geldt de verkeerwetgeving voor bromfietsen. Een rijbewijs, helm conform EN1078, inschrijving bij de DIV en nummerplaat zijn verplicht maar voorlopig geen verzekering BA. Fiscale fietsvoordelen gelden ook voor speedpedelecs.

Tekst: Michel Willems
Copyright  MOBILITAS





Toekomstige fiscaliteit plug-in hybrides in België

24 10 2017

De regering beloofde in haar zomerakkoord de fiscale aftrekbaarheid van luxe SUV plug-in hybrides strenger aan te pakken vanaf 2020. In de officiële documenten van het zomerakkoord vinden we enkel de twee woorden ‘hervorming autokosten’ in het hoofdstuk over de vennootschapsbelasting. Men wenst de luxe SUV plug-in hybrides die vaak meer dan 75.000 euro kosten en in de huidige modellen slechts over een beperkte batterijcapaciteit beschikken fiscaal niet meer te ondersteunen.

Het betreft modellen zoals een Porsche Cayenne, BMW X5, Volvo XC90 of  Audi Q7. Zij zullen hun huidig gunstregime inzake fiscale aftrekbaarheid (vandaag vaak 90 of 100%) vanaf 2020 verliezen. Het jaar 2020 is ook het laatste jaar van het fiscale gunstregime in Vlaanderen voor dergelijke voertuigen die inzake BIV en verkeersbelasting vandaag van  een volledige vrijstelling genieten inzake BIV en verkeersbelasting bij een maximale CO2-uitstoot tot 50 gram.

Voor klassieke benzine- en dieselwagens geldt voor dezelfde modellen een fiscale aftrekbaarheid van slechts 50 à 60 procent en vanaf 2018 mogelijks nog van 40%. Vandaag blijkt dat de batterij van dergelijke plug-in hybride luxe SUV’s vaak erg beperkt is en dus slechts een kleine actieradius elektrisch rijden toelaat, in de praktijk max. 30 kilometer en vaak amper of nooit elektrisch worden opgeladen. Men spreekt daarom ook van ‘fake’ plug-in hybrides.

De regering wenst dit oneigenlijk gebruik af te schaffen en wenst de fiscale aftrekbaarheid vanaf 2020  te laten afhangen van de energiecapaciteit van de batterij. Is die beperkt in verhouding tot het gewicht van het voertuig dan zal men moeten rekening houden met een sterk verlaagde fiscale aftrekbaarheid zoals bij klassieke Benzine en dieselmodellen. In de ontwerpteksten  valt nu te lezen dat de formule werd bepaald op 1 kilowattuur (kWh) per 100 kilogram auto. Een Porsche Cayenne hybride van 2,8 ton met een batterij van 10 kWh komt hierdoor niet meer in aanmerking voor het huidige gunstig fiscaal regime. De batterij zou minstens 28 kWh energie moeten kunnen opslaan.

Ook andere luxe hybride SUV’s, waaronder de BMW X5 vallen fiscaal door de mand. Merkwaardig is het feit dat ook kleinere plug-in hybrides waaronder de Toyota C-HR en de Toyota Auris (de best verkochte hybride en populair in het leasewagensegment), de BMW 2-Reeks en de Volkswagen Golf GTE plug-in volgens de voorgestelde formule beschikken over een batterij met te weinig vermogen en dus volgens de ontwerpteksten hun huidige fiscale voordelen zullen verliezen.

In de ontwerpteksten wordt vermeld dat de regering de formule nog kan aanpassen (lees verlagen) tot 0,6 kWh per 100 kilogram. In dat geval zou bijv. de Volkswagen Golf GTE plug-in nog kunnen genieten van het fiscale gunstregime.

De nieuwe fiscaliteit zou gelden voor voertuigen die vanaf 1 januari 2018 worden gekocht, maar de toepassing zou pas vanaf 2020 volgen.

Bron: Mobilitas





CO2 taks (patronale solidariteitsbijdrage) coëfficiënt 2018 | België

23 10 2017

Zoals ieder jaar wordt de CO2 taks op 1 januari van ieder jaar geïndexeerd. Ook op 1 januari 2018 is dit het geval. De index aanpassing is vastgesteld op 1,2708

De bijdrage wordt dus per type brandstof als volgt berekend:

voor benzinevoertuigen:

  • CO2 bekend: [(CO2-uitstoot x 9€) – 768] / 12 x 1,2708
  • CO2 niet bekend: [(182 x 9€) – 768] / 12 x 1,2708 = 92,13€

voor dieselvoertuigen:

  • CO2 bekend: [(CO2-uitstoot x 9€) – 600] / 12 x 1,2708
  • CO2 niet bekend: [(165x 9€) – 600] / 12 x 1,2708 = 93,72€

voor voertuigen op LPG:

  • [(CO2-uitstoot x 9€) – 990] / 12 x 1,2708

voor elektrisch aangedreven voertuigen:  26,47 EUR

Vanaf 1 januari 2018 mag de CO2-bijdrage in geen geval lager zijn dan € 26,47 voor niet elektrische voertuigen. De bijdrage is in principe per kwartaal verschuldigd. De forfaitaire solidariteitsbijdrage is verschuldigd ongeacht of de werknemer zelf financieel tussenkomt en onafhankelijk van de hoogte van de werknemerstussenkomst.

 





XPOfleet breidt software uit naar mobiliteitsbeheer

28 09 2017

Fleetmanagement is vaak op contract/kenteken niveau ingeregeld. Mobiliteitspassen brengen inzicht, maar zijn onbruikbaar voor de arbeidsvoorwaardelijke ‘mobiliteitsmix’ van aanvullend salaris, vakantiedagen, thuiswerken en ga zo maar door. Op 26 september lanceerde XPOfleet versie 5.1 van de XPOfleet software suite tijdens de door haar georganiseerde “XPOfleet Management Day 2017”. Belangrijkste vernieuwing hierbij is ongetwijfeld de mogelijkheid om een flexibele mobiliteitsmix eindelijk beheersbaar te maken binnen bedrijven en organisaties.

Een belangrijke stap in de transitie van wagenpark- naar mobiliteitsbeheer is de asset die wordt beheerd nl. van voertuig naar medewerker. XPOfleet heeft dit vanaf het begin al mogelijk gemaakt maar met de module Mobiliteitsbeheer komt alles bij elkaar.

XPOfleet 5.1 biedt ondersteuning voor het efficiënte beheer van mobiliteitsbudgetten bestaande uit een mix van mobiliteitscomponenten zoals: kaarten, abonnementen, alternatieve verloning of ander vervoer zoals fietsen en scooters met of zonder een bedrijfsauto.

Het was altijd al perfect in te zien wie, welke toewijzing had en wat zijn/haar budgetten of categorieën waren. XPOfleet luistert naar haar klanten en heeft samen met enkele voorlopers gewerkt aan een volgende stap voor de gekende software. Volledige controle en efficiency in het beheren van de complete mobiliteitsmix, alles in één tool en slimme algoritmes om de klant te ontzorgen en ‘management by exception’ mogelijk te maken.
Mobiliteitsbeheer is een module zonder meerprijs voor alle XPOfleet klanten en beschikbaar vanaf oktober 2017.





Zomerakkoord maakt Belgische bedrijfswagens duurder.

7 08 2017

1) Beperking van de fiscale aftrekbaarheid van Plug-in hybride luxe SUV’s

Plug-in hybride luxe SUV’s met een beperkte batterij capaciteit zoals Porsche Cayenne, Porsche Cayenne, BMW X5, Volvo XC90 of  Audi Q7 zullen hun huidig fiscaal gunstregime inzake fiscale aftrekbaarheid (vandaag vaak 90 of 100%) vanaf 2020 verliezen. Dit ligt in de lijn met het bestaande fiscaal gunstregime in Vlaanderen voor dergelijke voertuigen inzake BIV en verkeersbelasting waarbij tot slechts tot 2020 een vrijstelling geldt van de BIV en verkeersbelasting voor Plug-in hybrides met een CO2 uitstoot tot en met 50 gram.

Voor benzine- en dieselwagens geldt voor dezelfde modellen vandaag al een fiscale aftrekbaarheid van 50 à 60 procent. De regering is van oordeel dat dat de batterij van dergelijke Plug-in hybride luxe SUV’s vaak erg beperkt is met een kleine actieradius en in de praktijk wordt amper of nooit wordt opgeladen. Men spreekt daarom ook van ‘Fake’ hybrides. De regering wenst dit oneigenlijk gebruik af te schaffen en zal de fiscale aftrekbaarheid vanaf 2020 laten afhangen van de energiecapaciteit van de batterij. Is die beperkt in verhouding tot het gewicht van het voertuig dan zal men rekening moeten houden met een sterk beperkte fiscale aftrekbaarheid.

 2) Verlaging fiscale aftrekbaarheid voor zeer vervuilende voertuigen

Voor voertuigen die zeer slechts scoren inzake milieufactoren is het de bedoeling om vanaf 1 januari 2018 de minimale fiscale aftrekbaarheid te verlagen van 50% naar 40%.

3) Fiscale aftrekbaarheid elektrische voertuigen beperkt tot 100%

De regering kondigde aan om de fiscale aftrekbaarheid van volledig elektrische wagens ingeschreven op naam van een vennootschap van 120 naar 100% terug te brengen. In principe vanaf 2020.

4) Dezelfde fiscale aftrekbaarheid voor vennootschappen en zelfstandigen.

Het huidig onderscheid tussen de fiscale aftrekbaarheid van autokosten voor zelfstandigen (75% voor alle soorten van kosten inclusief brandstof ongeacht de CO2-uitstoot) zou worden gelijktrokken met de fiscale aftrekbaarheid die geldt binnen de vennootschappen en die rekening houdt met milieufactoren. In de toekomst dus tussen 40% tot 100% fiscale aftrekbaarheid.

 

Besluit : de bovengenoemde maatregelen betreffen weliswaar een regeringsbeslissing in het kader van het zomerakkoord maar er is zelfs nog geen wetontwerp rond geschreven en de definitieve uitvoeringsbesluiten met de nodig technische details zijn vandaag onbestaande. Alles dient ook nog door het parlement te worden goedgekeurd en heeft daarom eerder de waarde van een “aankondiging”. Het is zeker een leidraad voor de nabije toekomst. Het is te verwachten dat in het najaar meer technische details zullen bekend worden.

Bron: Mobilitas