Herbevestiging van hervorming fiscaal regime van pick-ups met privé gebruik (Belgie)

13 10 2020

Vlaams minister van financiën en begroting Matthias Diependaele herbevestigt zijn intentie om het oneigenlijk gebruik van pick-ups fiscaal in te perken. In februari van dit jaar kondigde zijn kabinet een onderzoek aan naar het fiscaal regime van zogenoemde pick-ups. Nu het onderzoek is afgesloten start de minister het overleg met de gewesten en het federaal niveau.

De verkeersbelasting en de BIV zijn een regionale materie. De regeling inzake fiscale definitie van lichte vrachtwagen waartoe de pick-ups behoren, is een materie die geldt voor de drie Gewesten. De fiscale aftrekbaarheid wordt dan weer federaal geregeld door de Federale Overheidsdienst Financiën (FOD financiën).

Luxe dubbele cabine pick-ups worden vaak privé gebruikt en zijn meestal uitgerust met zware benzine motoren, betalen geen BIV en genieten van een zeer lage verkeersbelasting van zo’n 150 euro en zijn in principe voor 100% fiscaal aftrekbaar. Zij zijn namelijk uitgesloten van de fiscale aftrekbeperking gebaseerd op de CO2-uitstoot zoals die geldt voor personenwagens. Nochtans hebben deze voertuigen vaak uitzonderlijk hoge CO2-waarden.

Om fiscale redenen is de interesse voor deze voertuigen opnieuw hoog. Vandaag brengen steeds meer merken opnieuw pick-up modellen op de markt. Uit recente statistieken blijkt dat de verkoop van pick-ups in Vlaanderen de laatste tien jaar met 300% gestegen is.

Het is met name de bedoeling om de bestaande fiscale voordelen van pick-ups enkel te behouden indien kan aangetoond worden dat zij uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden ingezet. Verdere details werden nog niet bekendgemaakt. De maatregel zou enkel gelden voor nieuw aangekochte pick-ups en niet voor het rijdend park.

Bron: mobilitas





Brussels autosalon verplaatst naar 2022

12 10 2020

De automobielfederatie Febiac blaast het Brusselse Autosalon van januari volgend jaar af.

Na lang twijfelen heeft de automobielfederatie Febiac de knoop doorgehakt. Het Brusselse Autosalon gaat niet door in januari en wordt uitgesteld tot 2022. Dat meldt Febiac maandag in een persbericht.

‘Nu de pandemie opnieuw snel aan kracht wint, moet Febiac besluiten dat de huidige ontwikkeling van de covidpandemie ons niet toelaat een ‘fysiek’ auto-, motor- en lichtebedrijfsvoertuigensalon te organiseren’, stelt salonorganisator Pierre Lalmand. ‘Wij willen op geen enkele manier de veiligheidsmaatregelen en contactbeperkingen ondermijnen die de overheid van elke burger en elke organisatie verwacht.’

Salon Lightversie

De autosector schoof een beslissing over het Autosalon al maanden voor zich uit. Het evenement is bij heel wat merken dankzij de wekenlange ‘saloncondities’ goed voor een derde van de jaarlijkse verkoop. Met meer dan 500.000 bezoekers is het Autosalon een van de grootste evenementen van België.

Maar door de coronacrisis werd snel duidelijk dat Febiac maar een beperkt aantal bezoekers per slot zou kunnen toelaten. Plaatsnemen in de geëxposeerde auto’s zou gezien de hygiënenormen onmogelijk zijn.

Behalve de kleine merken Mitsubishi en Hyundai durfde voorlopig geen enkel merk zijn deelname aan het Salon definitief af te zeggen. Bij organisator Febiac circuleerden verschillende scenario’s om een lightversie van het Autosalon te organiseren. Zo zouden bezoekers op de Heizel langs een vast parcours een rij auto’s kunnen bekijken, zonder in de wagens te mogen plaatsnemen. Maar door het fors stijgende aantal coronabesmettingen blaast Febiac het hele verhaal af.

Bron : DE TIJD 12 oktober 2020





Gevolgen nieuw regeerakkoord voor de bedrijfswagen (België)

1 10 2020

Zoals reeds verwacht bevat het regeerakkoord van de nieuwe regering De Croo weinig concrete details i.v.m. met de evolutie van de fiscaliteit voor bedrijfswagens vanaf 2021. Een aantal punten die reeds eerder in de media kwamen worden nu wel specifiek benoemd. Het betreft het principe dat tegen 2026 alle nieuwe bedrijfswagens emissievrij moeten zijn. Er wordt in het regeerakkoord evenwel niet vermeld via welke concrete maatregelen de regering dit wenst te realiseren. Wellicht zal men zich in de tussenliggende periode (2021 – 2026) laten inspireren door het wetsvoorstel van Egbert Lachaert (Open Vld) & het wetsvoorstel van CD&V (ingediend door ondermeer Wouter Beke en enkele andere CD&V leden). Beide voorstellen zetten in op een vermindering van de fiscale voordelen voor bedrijfswagens met fossiele motorisaties. Open VLD  voorziet vanaf 2023 een oplopende vermindering van de fiscale aftrekbaarheid van fossiele motorisaties. Beide wetsvoorstellen wensen een vrij forse verhoging van de sociale bijdragen voor bedrijfswagens door te voeren tenzij voor zero emissie voertuigen.

CD&V die in de nieuwe regering de portefeuille financiën beheert voorziet in haar wetsvoorstel om ook het voordeel van alle aard aan te pakken voor voertuigen die niet echt CO2 zuinig zijn en een bijkomende belasting op tankkaarten in te voeren. De twee wetsvoorstellen houden er rekening mee dat er tegen 2023 een substantieel nieuw aanbod zal zijn aan aantrekkelijke zero emissie voertuigen.

Voor bedrijfswagens is nog geen concrete fiscale wijzigingen voorzien voor 2021 en later. Wat intussen wel vast staat voor 2021 is de keuzemogelijkheid tussen de NEDC 2.0 of de WLTP waarde bij de toepassing van de fiscale formules “voordeel alle aard” en “fiscale aftrekbaarheid” en dit voor alle voertuigen (nieuwe en rijdend wagenpark) die op het homologatieattest over de twee waarden beschikken.

Mobiliteitsbudget

De nieuwe regering wenst het mobiliteitsbudget aantrekkelijker te maken. De huidige regeling geeft werknemers met een bedrijfswagen de keuze om hun bestaande bedrijfswagen in te ruilen voor duurzame vervoersalternatieven waaronder een nieuwere milieuvriendelijke bedrijfswagen met een maximale CO2-uitstoot van vandaag 100 gram en 95 gram vanaf 1 januari 2021. Het regeerakkoord voorziet om het bestaande wettelijk kader verder aan te passen waarbij ook werknemers die vandaag geen aanspraak kunnen maken op een bedrijfswagen toegang zouden krijgen tot het mobiliteitsbudget via hun werkgever. Dat bedoeling is om meer werknemers te laten inzetten op duurzame mobiliteit (openbaar vervoer, de fiets, milieuvriendelijke bedrijfswagens, …) en het wonen dicht bij het werk verder te stimuleren. De huidige regeling rond het mobiliteitsbudget is vandaag in haar praktische uitwerking te weinig flexibel en bevat een hele reeks beperkingen waardoor de effectieve implementatie bij bedrijven zeer laag blijft.  De interesse bij werkgevers blijft echter groot. We herhalen nog dat het stelsel van “Cash for Cars” uitdooft einde 2020.

Rijbewijs met punten

Een laatste opvallende maatregel is de invoering van het rijbewijs met punten voor automobilisten die herhaaldelijk zware verkeersovertredingen begaan zoals dit ook reeds geldt in een aantal EU landen.





Volledige vrijstelling van BIV & verkeersbelasting voor EV’s die in Vlaanderen worden ingeschreven vanaf 1 juli 2020

7 07 2020

De Vlaamse regering heeft beslist om vanaf 1 juli 2020 de tarieven die gelden bij een inschrijving van een 100% elektrisch voertuig in Vlaanderen gelijk te schakelen met deze voor een natuurlijke persoon of een rechtspersoon.  Voor 100% elektrische voertuigen bedraagt het BIV en verkeersbelasting tarief dus steeds “nul”.

Concreet betekent dit dat vanaf 1 juli 2020 alle in Vlaanderen ingeschreven elektrische voertuigen, ongeachte door wie ze worden ingeschreven, altijd genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting. Dit is vooral belangrijk voor leasingmaatschappijen die hun voertuigen in Vlaanderen inschrijven. De minister van Financiën liet enkele tijd geleden ook weten dat op basis van de huidige wetgeving bij verkoop van een elektrisch voertuig de nieuwe eigenaar bij herinschrijving  in Vlaanderen ook nog verder kan genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting.





Volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting voor elektrische leasevoertuigen die in Vlaanderen worden ingeschreven.

1 07 2020

Traditioneel is 1 juli de datum waarop de tarieven van de verkeersbelasting en de BIV worden geïndexeerd. De Vlaamse regering heeft hiervan gebruikt gemaakt om de verwarrende regeling rond de inschrijving van elektrische leasingvoertuigen in Vlaanderen vanaf 1 juli 2020 gelijk te schakelen met de tarieven die gelden bij een inschrijving in Vlaanderen door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (1).  In beide gevallen “nul” euro verkeersbelasting en BIV.

 

Concreet betekent dit dat vanaf 1 juli 2020 alle in Vlaanderen ingeschreven elektrische voertuigen, ongeachte door wie ze worden ingeschreven, altijd genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting. Dit is vooral belangrijk voor leasingmaatschappijen die hun voertuigen in Vlaanderen inschrijven. De minister van Financiën liet enkele tijd geleden ook weten dat op basis van de huidige wetgeving bij verkoop van een elektrisch voertuig de nieuwe eigenaar bij herinschrijving  in Vlaanderen ook nog verder kan genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting.

 

Geen wijzigingen voor elektrische voertuigen in Brussel en Wallonië

Voor inschrijvingen in Brussel of Wallonië van elektrische leasingvoertuigen of klassiek aangekochte elektrische voertuigen door particulieren en rechtspersonen wijzigt er voorlopig niets.  Zij kunnen wel verdere genieten van de allerlaagste tarieven inzake verkeersbelasting (gebaseerd op het tarief van 4 fiscale PK’s) en het laagste BIV tarief van 61,50 euro. Voor het jaar 2020 is voorlopig nog geen verdere vergroening van de Brusselse of Waalse verkeersbelasting en BIV in zicht. Er werden wel diverse wetsontwerpen voorgesteld.

 

Einde fiscale vrijstelling op 31 december 2020 voor plug-in hybrides in Vlaanderen

Belangrijk om weten vormt het feit dat de thans geldende volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting voor plug-in hybrides (met max. 50 gram CO2-uitstoot) eindigt op 31 december 2020. Het betreft hier wel uitsluitend de regeling voor plug-in hybrides die in Vlaanderen worden ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon of op naam van een rechtspersoon.

Op dit ogenblik heeft de Vlaamse regering nog niet beslist om dit Vlaamse vrijstellingsregime voor plug-in hybrides voor 2021 of erna te verlengen.  Plug-in hybrides ingeschreven op naam van een leasingmaatschappij zijn onderworpen aan de klassieke tarieven die ook gelden voor thermische voertuigen in het Brussels Gewest. Deze tarieven zijn nog steeds uitsluitend gebaseerd op de fiscale PK’s en het vermogen in kilowatt. De CO2-uitstoot heeft hierop geen invloed.

  1. Bron : Amendement op de Vlaamse fiscale codex gestemd op woensdag 24 juni 2020- plenaire vergadering Vlaams parlement.

Bron: Mobilitas





XPOfleet Management Day verplaatst naar 30 maart 2021

24 06 2020

Eerder informeerden we u trots dat de 7de editie van de XPOfleet Management Day door zou gaan in september van dit jaar. Maar helaas komen ook wij niet uit onder de gevolgen van het Corona virus. De organisatie van de XPOfleet Management Day vergt tijd en op dit moment is het niet duidelijk wat er in september mogelijk is en wat nog niet. Aangezien de veiligheid van alle bezoekers en XPOfleet en Mobilitypower personeel primeert hebben we besloten op dit gebied geen enkel risico te willen lopen.

Daarom zal het evenement dit jaar niet door zal gaan. In plaats daarvan zal Kinepolis Antwerpen op dinsdag 30 maart 2021 haar deuren wijd open zetten voor alle XPOfleet klanten.

XPOfleet Management Day 2021





Fiscus legt nieuwe regels vast voor NEDC-WLTP fiscaliteit na 2020 – Belgie

2 04 2020

De overheid maakt (voorlopige?) beslissing over autofiscaliteit na 2020. Als principe kan men de NEDC 2.0 waarden ook na 2020 blijven behouden.

Wie de tekst er dieper op naleest zal merken dat alles zal afhangen van de informatie die op het homologatieattest staat. Of importeurs hierbij één of twee waarden vermelden. Indien beide waarden (WLTP & NEDC 2.0) worden vermeld kan men ook na 2020 de NEDC 2.0 waarde fiscaal blijven gebruiken voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid en het voordeel alle aard. Men mag  volgens de fiscus zelfs kiezen tussen de twee waarden indien beide beschikbaar zijn op het homologatieattest. Dit lijkt op het eerste zich merkwaardig maar voor bepaalde plug-in hybrides is de WLTP waarde lager dan de NEDC 2.0 waarde.

Bovendien is ook het probleem voor sommige plug-in hybrides opgelost die op basis van hun WLTP-waarde plots niet meer zouden voldaan hebben aan de grens van max. 50 gram CO2-uitstoot en “fake” zouden geworden zijn. Ook zij kunnen voorlopig de lagere NED 2.0 in 2021 verder blijven gebruiken.

Indien enkel de WLTP waarde wordt vermeld op het homologatie-attest zal het voertuig altijd op de WLTP waarde worden belast. Bovendien blijven de NEDC 1.0 voertuigen van een lage fiscaliteit genieten. Concreet betekent dit dat het bestaande wagenpark dat reeds een WLTP + NEDC 2.0  waarde heeft + de nieuwe inschrijvingen, vanaf 01/01/2021 op fiscaal gebied de NEDC 2.0 waarde verder kunnen behouden voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid en het voordeel alle aard, tenzij op het gelijkvormigheidsattest enkel een WLTP waarde wordt vermeld.

Natuurlijk kan de wetgeving altijd wijzigen. Met deze laatste woorden wil de fiscus in haar commentaar eigenlijk zeggen dat nieuwe toekomstige regeringen de regels indien nodig kunnen aanpassen.

Voor de berekening van de CO2-bijdrage werd nog geen tekst voorzien. Het ligt in de verwachting dat zij dezelfde regels zullen volgen. In deze Corona tijden is dit goed nieuws voor de autosector.

Een fiscale verhoging door gebruik van de WLTP waarden vanaf 2021 is met dit nieuwe commentaar in elk geval uitgesteld.

(*) update antwoord op vraag nr. 41 FAQ  autofiscaliteit maart 2020.

Bron: mobilitas





Update formule fiscale aftrekbaarheid voor diesel hybrides | België

18 02 2020

Sinds begin dit jaar is een nieuwe formule in werking getreden voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid van auto- en brandstofkosten. De fiscale aftrekbaarheid wordt berekend per gram CO2-uitstoot op basis van onderstaande formule:

  120 % – (0,5 % × coëfficiënt volgens brandstoftype × CO2-uitstoot).

 

De coëfficiënt bedraagt “1” voor auto’s met dieselmotor, “0,95” voor benzinewagens (“voertuigen met een andere motor”) en “0,90” voor auto’s op aardgas tot 11 fiscale pk (art. 66 lid 1 2° WIB 92).

Plug-in hybride auto’s en gewone hybride voertuigen, zogenoemde “full hybrides”, worden in de formule fiscale aftrekbaarheid door de fiscale administratie niet uitdrukkelijk genoemd. De fiscus ginger immers vanuit dat zij naast de elektrische motor werden aangedreven door een motor op benzine. Hieruit volgde dat zij werden gelijkgesteld met de voordelige coëfficiënt van 0,95 voor klassieke benzine voertuigen.

Sinds vorig jaar zijn er ook plug-in hybride dieselmodellen op de markt verschenen voornamelijk verdeeld door Mercedes Benz. Men zou er logischerwijze kunnen vanuit gaan dat zij de coëfficiënt “1” voor gewone dieselmotoren zouden moeten gebruiken. De minister van financiën preciseert nu in het kader van een recent antwoord op een parlementaire vraag, dat in het geval van een diesel hybride en plug-in diesel hybride de coëfficiënt “0,95” mag gebruikt worden. De minister herhaalt terloops nog dat de gunstigste coëfficiënt “0,90” voor voertuigen op CNG niet geldt voor voertuigen op LPG. Deze laatste worden gelijkgesteld met benzineauto’s en moeten dus de coëfficiënt “0,95” toepassen.

 

Overzicht formule fiscale aftrekbaarheid vanaf 2020 :

Diesel: 120 % – (0,5 % × 1 × CO2-uitstoot).

Diesel hybrides & plug-in : 120 % – (0,5 % × 0,95 × CO2-uitstoot).

CNG <= 11 fiscale PK: 120 % – (0,5 % × 0,90 × CO2-uitstoot).

Benzine, LPG en alle andere brandstof: 120 % – (0,5 % × 0,95 × CO2-uitstoot).

 

Voor 100% elektrische voertuigen (0 gram CO2-uitstoot) bedraagt de aftrekbaarheid vanaf 2020 altijd 100%. De uitkomst is maximaal 100% en minimaal 50%. Er geldt een specifieke fiscale aftrekbaarheid van 40% voor voertuigen met een CO2-uitstoot vanaf 200 gram.

 

Afronding :

De minister liet indirect ook weten dat de uitkomst mag worden afgerond tot het dichtste tiende % na de komma.     53,22% wordt 53,20%  53,28% wordt 53,30%, 53,25 wordt 53,30%.

Bron : Vraag. nr. 96 Kathleen Depoorter, Antwoord minister :  Kamer 2019-2020, afl. 8, 116. (Via Mobilitas)





Cash-for-cars overleeft niet de toets van het Grondwettelijk Hof | België

27 01 2020

De cash-for-cars regeling die in 2018 werd opgestart en in 2019 nog van een fiscale update werd voorzien zal vanaf 1 januari 2021 niet meer van toepassing zijn tenzij er voordien een nieuwe regeling wordt uitgewerkt. Dit is het gevolg van een klacht die de christelijke vakbond ACV, het socialistische ABVV en 3 klimaatorganisaties waaronder Inter-Environnement Bruxelles vzw, Climaxi et Climate Express indienden bij het Grondwettelijk Hof. De klagende partijen die niet geloofden in de effectiviteit van de maatregel hebben nu gelijk gekregen. Het Grondwettelijk Hof argumenteert in haar besluit dat cash-for-cars inderdaad kan leiden tot een ongelijke fiscale behandeling van loon met name door de fors lagere RSZ en fiscale bijdragen waardoor de cash-for-cars regeling eerder een instrument wordt van loonoptimalisatie. Omdat alleen wie een bedrijfswagen ter beschikking krijgt kan kiezen voor cash-for-cars ontstaat een ongeoorloofde discriminatie tegenover andere werknemers die niet kunnen instappen in dit fiscale gunstregime. Het Hof vindt ook dat het huidige systeem er niet toe leidt dat er minder voertuigen op de weg komen. Het ingeruilde voertuig kan immers vervangen worden door een ander privé aangekocht voertuig dat mogelijks ouder is en meer vervuilend. In de praktijk wordt de regeling vanaf 1 januari 2020 stopgezet. De wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget” die samen met de sociale partners werd uitgewerkt en sinds begin 2019 van toepassing is, blijft wel verder gelden.

Het is maar de vraag of de vernietiging van de cash-for-cars in de realiteit op milieu en fiscaal vlak veel zal wijzigen. Het antwoord is resoluut “neen”. Vooreerst was de cash-for-cars regeling van bij haar geboorte in 2018 geen succes. Tot op vandaag hebben slechts een 500-tal werknemers op een vloot van meer dan 660.000 bedrijfswagen voor gemengd gebruik voor deze regeling gekozen. Zelfs indien men de huidige vloot van 420.000 bedrijfswagens die vandaag zijn ingeschreven op naam van leasingmaatschappijen en autoverhuurders  als norm zou nemen, zijn de 500 cash-for-cars regelingen een onbeduidend aantal. Ook de sociale secretariaten Acerta en SD Worx bevestigden onlangs de lage populariteit van cash-for-cars.

De klacht en de daaropvolgende vernietiging door het Grondwettelijk Hof is eerder een symbooldossier dat mogelijks wel op termijn onverwachte gevolgen kan hebben.  Steeds meer belangengroepen beschouwen de bedrijfswagen als een wettelijke georganiseerde optimalisatie van RSZ- en sociale bijdragen die de laatste jaren op grote schaal door bedrijven wordt toegepast. Die trend is ook te merken in de wetsvoorstellen die vorig jaar door CD&V en Open Vld in de Kamer werden ingediend. Daarin wordt niet enkel de fiscale druk op thermische voertuigen stevig verhoogd ten gunste van elektrische voertuigen maar wordt door CD&V ook voorgesteld om vanaf 1 januari 2023 elk bedrijfsvoertuig met een CO2-uitstoot boven nul op dezelfde manier te belasten als een gewone bezoldiging volgens de sociale zekerheidsregels. Het voorstel van Open Vld voorziet dan weer een drastisch verhoging van de actuele CO2-bijdrage in de periode 2023 – 2027.  Wellicht zullen belangengroepen zich vandaag gesterkt voelen door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Mogelijks vragen zij in de toekomst ook een aanpassing van de huidige wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget”. In de huidige regeling is het immers mogelijk om zijn huidige bedrijfswagen te vervangen door een cash betaling zonder verplicht te moeten kiezen voor andere duurzamere vervoersmodi in de pijlers 1 en 2.

Bron: mobilitas





Ook minder aftrek voor bedrijfsfiets in België v.a. 1/1/2020

13 12 2019

T.e.m. 31 december 2019 geldt er een verhoogde aftrek op aangekochte bedrijfsfietsen van 120%. Vanaf 1 januari 2020 wordt deze geschrapt in de vennootschapsbelasting. De kosten blijven wel voor 100% aftrekbaar.

Bron: De Standaard van 13 december 2019