XPOfleet, wagenparkbeheer in 2020

14 11 2016





INSCHRIJVING XPOFLEET MANAGEMENT DAY 3DE EDITIE GEOPEND

23 04 2015

Op 07 mei 2015 organiseert XPOfleet de derde Belgische XPOfleet Management day. Het event vindt plaats in Kinepolis Antwerpen, vlot bereikbaar en uitgerust met een ruime gratis parking.

Deze dag staat in het teken van innoverend fleet & mobiliteitsmanagement. U mag zich verwachten aan een brok actuele informatie over nieuwe tendensen en methodes in de wereld van fleetmanagement.

Het wordt ongetwijfeld een drukke dag en keuzes maken tussen de workshops zal sowieso niet eenvoudig zijn. En u wilt toch ook een bezoek brengen aan de Hollywoodzaal die helemaal gevuld zal zijn met stands van de fleet management beurs en waar u persoonlijke contacten kan leggen met de partners en collega wagenpark- en mobiliteitsprofessionals. Zij maken een hele dag vrij in hun drukke agenda, speciaal om u te woord te staan. Mis de afspraak dan ook niet!

De XPOfleet management days is zeker geen passief luistercongres. Onze XPOfleet management days is bij uitstek het evenement exclusief gericht op de fleetowners dat veel ruimte om actief te netwerken. Contacten leggen met andere fleet, HR of financiele managers, informatie uitwisselen, uw netwerk aanzienlijk uitbreiden. De XPOfleet management days is the place to be.

Informatie over het event en over de dagagenda: http://www.xpofleet.com/xfmd

Wees er snel bij, want de belangstelling voor dit event is groot.

XPOfleet Management Day 2015





RSZ wijzigt standpunt inzake solidariteitsbijdrage voor lichtevrachtwagens

23 10 2014

De RSZ heeft bekendgemaakt dat op “utilitaire voertuigen” in principe voortaan geen solidariteitsbijdrage meer verschuldigd is in zoverre deze voertuigen niet voor privédoeleinden worden gebruikt. Het gaat hierbij om een standpunt dat de RSZ recent in zijn administratieve instructies heeft opgenomen. We vatten de actuele regels van de solidariteitsbijdrage hieronder opnieuw samen.

Fiscaal principe

Sinds 2005 is er op het voordeel van alle aard voor het privégebruik van een bedrijfsvoertuig een solidariteitsbijdrage verschuldigd, ook wel CO2-bijdrage genoemd. Deze bijdrage is uitsluitend ten laste van de werkgever en wordt per kwartaal betaald via de RSZ-aangifte.

Formule
De solidariteits- of CO2-bijdrage wordt maandelijks berekend en is afhankelijk van het type brandstof en de CO2-uitstoot van het voertuig. De berekening voor 2014 ziet er als volgt uit:

Benzinevoertuigen: [(Y x 9) – 768]:12 = euro x 1,2048
Dieselvoertuigen: [(Y x 9) – 600]:12 = euro x 1,2048
LPG-voertuigen: [(Y x 9) – 990]:12 = euro x 1,2048
Elektrische voertuigen : 20,83 euro x 1,2048
Minimum: 25,10 euro

Y = CO2-uitstoot in gram per kilometer zoals vermeld op het gelijkvormigheidsattest van de wagen. Indien er geen gegevens voorhanden zijn, moet men de berekening uitvoeren op basis van een CO2-uitstoot van 182 gr/km voor benzinevoertuigen en 165 gr/km voor dieselvoertuigen. Deze CO2-bijdrage dient de werkgever te betalen voor elke firmawagen ongeacht of de wagen een volledige maand of slechts een gedeelte van de maand wordt gebruikt.

Verschil tussen klassiek bedrijfsvoertuig en ‘ lichte vracht’

lichtevSinds kort maakt de RSZ in het kader van de solidariteitsbijdrage een onderscheid tussen een klassiek bedrijfsvoertuig en een lichtevracht ook wel utilitair voertuig genoemd. Met lichtevracht wordt hierbij de ‘ fiscale’ term van ‘ echte lichtevracht’ bedoeld, in tegenstelling tot de gewone bedrijfsvoertuigen (personenauto, minibus, terreinvoertuig,…) die behoren tot de klasse M1 en N1. Een fiscaal echte lichtevracht is een voertuig dat door de fiscus als dusdanig wordt gekwalificeerd en bijgevolg wordt het VAA berekend op de werkelijke waarde van dit voertuig. Het gaat concreet om voertuigen met een MTM van maximum 3.500 kg die aan een reeks technische voorwaarden voldoen. Pick-ups vallen hier normaal gezien onder, maar zo ook een voertuig type bestelwagen met laadruimte achterin zonder ruiten, waarin wettelijk geen passagiers mogen vervoerd worden.

Nieuwe benadering van het woon-werkverkeer

Als principe geldt: van zodra een werknemer zijn bedrijfswagen gebruikt om verplaatsingen uit te voeren tussen zijn woonplaats en zijn vaste werkplaats is de solidariteitsbijdrage verschuldigd. Er is reeds sprake van een vaste plaats van tewerkstelling indien de werknemer effectief prestaties op die plaats levert en zich met zijn het voertuig minstens (al dan niet opeenvolgend) 40 dagen per jaar naar diezelfde plaats begeeft.

Uitzondering voor lichtevrachtwagens

De RSZ voert in zijn instructie voor het tweede kwartaal 2014 een nieuwe uitzondering in:
Indien de woon-werkverplaatsing met een lichtevracht plaatsvindt dan is er in het kader van de solidariteitsbijdrage geen sprake meer van belastbaar woon-werkverkeer. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer het voertuig gebruikt om te gaan werken op zijn bedrijf op een werf of bij een klant. Zelfs indien de werknemer het ganse jaar ‘s morgens naar eenzelfde plaats rijdt en ’s avonds van die plaats terug naar huis komt, zonder dat hij tijdens de dag zijn lichtevracht (beroepsmatig) moet gebruiken, is geen solidariteitsbijdrage verschuldigd.

Besluit: indien de werknemer een lichtevracht gebruikt voor zijn woon-werkverplaatsing is dit voertuig vrijgesteld van solidariteitsbijdrage. Er mag echter geen privégebruik toegelaten zijn (zie verder).

Uitzondering voor gewone voertuigen met variabele plaats van tewerkstelling en zonder privégebruik

Indien de werknemer niet over een vaste plaats van tewerkstelling beschikt en er met dat voertuig geen ander privégebruik plaatsvindt, is dit gewone voertuig vrijgesteld van solidariteitsbijdrage. Maar wat is de definitie van een vaste plaats van tewerkstelling?

Een vaste plaats van tewerkstelling beantwoordt aan deze 2 voorwaarden:

de werknemer levert effectief prestaties van enige omvang op die plaats (zijn eigen bedrijf, een werf, een klant, …).
Voorbeeld: Een technicus die ’s morgens naar zijn bedrijf rijdt, daar tijdens de voormiddag toestellen herstelt en deze tijdens de namiddag bij klanten gaat installeren, heeft een woon-werkverplaatsing, zelfs als hij aan het einde van zijn dagtaak niet terugkeert naar het bedrijf maar rechtstreeks van bij de laatste klant naar huis rijdt. Echter, iemand die naar het bedrijf rijdt alleen maar om goederen op te laden, en dan gedurende de ganse dag deze goederen levert en nadien met dit voertuig naar huis rijdt, heeft geen woon-werkverplaatsing, want hij levert geen prestaties van enige omvang op het bedrijf.
het voertuig rijdt tijdens het jaar minimaal 40 dagen naar eenzelfde plaats, ongeacht of deze dagen op elkaar volgen of niet. Van zodra de 40 dagen bereikt zijn op één plaats is de solidariteitsbijdrage verschuldigd voor het ganse jaar (eventueel beperkt tot de periode dat het voertuig werd ter beschikking gesteld).

Besluit : indien de werknemer niet over een vaste plaats van tewerkstelling beschikt en dus wel over een variabele plaats van tewerkstelling en er met dat voertuig geen ander privégebruik plaatsvindt, is dit gewoon voertuig vrijgesteld van solidariteitsbijdrage.

Privégebruik

De solidariteitsbijdrage is steeds verschuldigd indien een gewoon voertuig of een utilitair voertuig privé mag worden gebruikt. Enkel het occasioneel gebruik (zoals een verhuizing in het weekend) is vrijgesteld. Blijft de gewone bedrijfswagen ook buiten de werkuren ter beschikking van de werknemer maar is privégebruik verboden, dan is dit niet voldoende voor de RSZ om vrijgesteld te zijn van de bijdrage. Er moeten minstens sancties en een controlemechanisme voorhanden zijn. Roep hiervoor de hulp in van een sociaal secretariaat. Bij een lichtevracht wordt privégebruik niet vermoed. De RSZ gaat er met andere woorden van uit dat een lichtevracht door uw werknemers niet privé wordt gebruikt. Het tegendeel kan steeds worden vastgesteld door de inspectiediensten waardoor men als werkgever toch nog de solidariteitsbijdrage verschuldigd is.
Overzicht heffing solidariteitsbijdrage  (zie bijlage)

Inwerkingtreding en praktische gevolgen
De RSZ publiceert deze nieuwe regels in haar administratieve instructies van het tweede kwartaal 2014 (Administratieve instructies RSZ – 2014/02 : www.socialsecurity.be). Zij gelden voor alle nog niet definitief afgehandelde dossiers. Indien een werkgever in het verleden lichtevrachtwagens ter beschikking heeft gesteld waarvoor volgens de nieuwe beoordelingsregels geen solidariteitsbijdrage verschuldigd is, kan de werkgever aan de RSZ een schriftelijke vraag stellen om het dossier te herbekijken. In dit schrijven vermeldt de werkgever hoeveel bijdragen er te veel werden betaald en waarom, en over welke kwartalen het gaat. De RSZ zal de vraag en de argumentatie van de werkgever onderzoeken en vervolgens haar standpunt meedelen. De verjaringstermijn voor dergelijke vorderingen (met name rond onterecht betaalde bijdragen) bedraagt drie jaar. De termijn start op de laatste dag van het betrokken kwartaal.

Bron artikel: Link2Fleet





BTW terugvorderbaarheid lichte vrachtwagens soms 85%

29 10 2013

Met beslissing E.T. 119.650/4 dd. 9/9/2013 brengt de btw administratie ook meer duidelijkheid over de BTW terugvorderbaarheid van Lichte vrachtwagens. Zware vrachtwagens (met een maximaal toegelaten massa >3500Kg) vallen niet onder deze regeling.

Voor bestelwagens en pick-ups met enkele en dubbele cabine die bestemd worden voor “gemengd gebruik” dient de (100%) aftrek van btw eveneens beperkt te worden in functie van het privé gebruik (waartoe ook het woon-werkverkeer – zie hieronder – wordt gerekend).

Afzonderlijke criteria werden uitgewerkt voor “fiscale lichte vrachtwagens”, die grosso modo als volgt kunnen worden samengevat.

Bij “onbeduidend privégebruik” (occasioneel of toevallig gebruik) van de lichte vrachtwagen kan men 100% aftrek van de btw in aftrek brengen.

Bij “gemengd gebruik” (zowel beroeps- als privégebruik) van de lichte vracht dient men ofwel te opteren voor:

  1. Rittenadministratie (naar analogie met de methode personenwagens); (Totaal aantal km’s – woon-werk verkeer (x2) – privé km’s ) / Totaal aantal km’s
  2. een specifiek forfait voor lichte vracht  van 85 % (15% van de kosten aankoop, huur, brandstof… zijn niet aftrekbaar). Voorwaarde om deze methode toe te passen is dat de lichte vrachtwagen overwegend gebruikt wordt door de belastingplichtige voor goederenvervoer in het kader van de economische activiteit. Hiervoor zal rekening worden gehouden met de feitelijke omstandigheden, in het bijzonder:
    1. de aard van de economische activiteit van de belastingplichtige waarvan het vervoer van goederen een kenmerkend element is;
    2. het type van lichte vrachtwagen (open laadbak, afgesloten laadruimte, aantal zitplaatsen;
    3. de identiteit van de persoon aan wie het vervoermiddel ter beschikking wordt gesteld.

Wanneer men niet voldoet aan de voorwaarden om voormelde methode van 85% toe te passen, kan men nog terugvallen op het algemeen forfait van 35%.

Er geldt dus geen semi-forfaitaire methode  voor lichte vracht. Wel kan op basis van rittenadministratie van de lichte vrachtwagens een globaal gemiddeld aftrekpercentage voor de vloot lichte vrachtwagens bepaald worden.

Wanneer geopteerd wordt voor het forfait, geldt deze keuze voor ALLE lichte vrachtwagens van de onderneming (behalve wanneer kan aangetoond worden dat het privégebruik onbeduidend is, bijvoorbeeld. lichte vracht die enkel op bedrijfsterreinen wordt gebruikt).

Men kan wel afzonderlijke keuzes maken voor de vloot bedrijfswagens/personenwagens enerzijds en de vloot lichte vrachtwagens anderzijds.

Wie ervoor kiest om het algemeen forfait (35%) toe te passen, moet deze keuze minimaal gedurende 4 kalenderjaren aanhouden.

 

 

Bron: http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=f7904402-976f-4413-afd8-8f92dfda5514

Bron: http://www.bdo.be/nl/news/professional-news/2013/bedrijfswagens-btw-regime-versoepeld/