Cash for Car wet is actief | België

15 05 2018

De Wet van 30 maart 2018  “betreffende de invoering van een Mobiliteitsvergoeding” is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 2018 (1ste editie). Het principe van mobiliteitsvergoeding is beter bekend onder de naam “cash for cars”. Vanaf nu kunnen werkgevers de invoering ervan praktisch opstarten hoewel de wetgeving retroactief wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2018.

De invoering van een mobiliteitsvergoeding is geen verplichting. De werkgever mag zelf beslissen om de mobiliteitsvergoeding in te voeren en de werknemer mag zelf beslissen om zijn bestaande firmawagen al dan niet te ruilen voor de mobiliteitsvergoeding.

 De mobiliteitsvergoeding mag niet worden verward met de regeling rond het mobiliteitsbudget waarbij de werknemer de wagen niet verplicht moet ruilen maar mag kiezen voor een kleiner model en aanvullen met alternatieve vervoersmodi. Deze laatste regeling is nog in de fase van het “ontwerp”.  Verwacht wordt dat deze tweede regeling in het najaar 2018 concreter is een wettekst zal worden uitgewerkt.

Bron: Mobilitas

Advertenties




Raad van State negatief over Cash for car | België

16 11 2017

Raad van State haar juridisch advies uitbracht over het wetsvoorstel betreffende Cash for Car. De Raad van State twijfelt eraan of de omruiling van een voertuig in een netto loonbedrag fiscaal en sociaal technisch zomaar mogelijk is en niet ingaat tegen bepaalde regels van de loonbeschermingswet. Het betreft immers loonmassa die in principe op dezelfde manier belastbaar is als een gewoon loon. In de huidige regeling die door de federale regering werd voorgesteld is voorzien dat werknemers die hun auto wensen om te ruilen voor cash op de tegenwaarde bijna eenzelfde belasting zouden moeten betalen als op het oorspronkelijke voordeel van alle aard voor hun ingeleverde bedrijfswagen. De Raad van State twijfelt of dit wel mogelijk is.

Bovenop meldt de Raad van State in haar advies dat er mogelijks sprake kan zijn van discriminatie tussen werknemersgroepen, meer concreet dat er in de huidige voorgestelde regeling een ongelijke fiscale en sociale behandeling bestaat tussen werknemers met en zonder een bedrijfswagen. De regeling is bovendien vrijblijvend zowel vanuit de werkgever als de werknemer en houdt geen enkele garantie in dat er wordt overgestapt naar een milieuvriendelijker vervoersmiddel. De overstap naar een oudere meer vervuilende privé-wagen behoort tot de mogelijkheden maar ook de besteding van het cash budget aan niet vervoersgebondendiensten.

De vraag stelt zich nu of de door de regering voorgestelde formule nog tegen 1 januari 2018 wordt ingevoerd.  De federale regering is niet gebonden door het advies van de Raad van State maar het risico dat gediscrimineerde personen of bepaalde organisaties naar het Grondwettelijk Hof stappen om te huidige regeling aan te vechten is hoog. Er dreigen dan heel wat juridische procedures. In bepaalde politieke middens is te horen dat de huidige regeling zou moeten worden aangepast en er een breder overleg moet worden opgestart met de sociale partners met meer nadruk op de omruiling naar andere mobiliteitsformules. Wordt vervolgd.

Bron: Mobilitas