Startschot voor mobiliteitsbudget | België

31 07 2018

Ministerraad geeft officieel startschot voor het Mobiliteitsbudget.

Het recente goedgekeurde zomerakkoord van de regering Michel 1 omvat ook een onderdeel met betrekking tot de invoering van het mobiliteitsbudget. Hierdoor is een langlopend wetsontwerp opnieuw op de parlementaire agenda geplaatst. Het is de bedoeling dat dit mobiliteitsbudget in het najaar van 2018 kan van start gaan. De klassieke parlementaire weg moet wel nog doorlopen worden zodat amendenten en dus beperkte wijzigingen op het huidige wetsvoorstel nog mogelijk zijn. Rekeninghoudend met mogelijke vertragingen zou de uiterste startdatum toch 1 januari 2019 moeten zijn. Voor alle duidelijkheid het “mobiliteitsbudget” is een bijkomende regeling naast de “mobiliteitsvergoeding” beter bekend als “cash for car”. Deze laatste regeling werd reeds door het federaal parlement op 15 maart 2018 goedgekeurd (Staatsblad van 7 mei 2018). Tot op vandaag is de interesse hiervoor zeer beperkt.

Principe van mobiliteitsbudget

Een werknemer met een bedrijfswagen of wie hiervoor in aanmerking komt, ontvangt jaarlijks een mobiliteitsbudget. Dit budget stemt overeen met de totale kost van de bedrijfswagen. Werknemers kunnen hiermee hun bestaande bedrijfswagen inruilen voor een milieuvriendelijke versie, een elektrisch model of een voertuig waarvan de CO2 uitstoot maximaal 95 gr bedraagt met een lage emissienorm. Dit wordt wel een hele uitdaging indien de norm van 95 gram dient gehaald te worden op basis van de CO2-uitstoot vastgesteld volgens de NEDC 2.0 norm voor voertuigen die volgens de nieuwe WLTP-norm werden getest. Mogelijks zal de Belgische autolobby hierop nog amendementen via parlementsleden laten indienen.

Met het niet gebruikte budget kan de werknemer alternatieve en duurzame vervoersmiddelen aankopen zoals een abonnement op het openbaar vervoer, fiets, deelauto, werkbus, taxi en ook huisvestingskosten als de werknemer verhuist dichter bij het werk. Hierop geldt een gunstig fiscaal regime. Het restsaldo wordt uitbetaald. Hierop is enkel een speciale voordelige RSZ-bijdrage van 38,07% samen te betalen door werkgever en werknemer.

Invoering van het mobiliteitsbudget

Gelijklopend met de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) kan de werkgever al dan niet zelf beslissen om het mobiliteitsbudget in te voeren. De werknemer is ook niet verplicht om voor een mobiliteitsbudget te kiezen. In de huidige versie van het wetsontwerp kan de werknemer kiezen voor een kleiner en zuiniger model zonder bijkomend te moeten kiezen voor duurzaam alternatief vervoer en het volledige saldo laten uitbetalen tegen een voordelig RSZ-tarief.

Voorwaarden om in aanmerking te komen

– werknemer

De werknemer moet aan een dubbele voorwaarde voldoen. Hij kan slechts een aanvraag voor de mobiliteitsbudget indienen indien hij :

– in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever; EN

– op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever;

– de periode van 36 maanden geldt niet wanneer de werknemer in dienst is van een startende werkgever.

– werkgever

Een werkgever kan een mobiliteitsbudget maar invoeren indien hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde aan één of meerdere werknemers. Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn gelden uitzonderingen.

Fiscaliteit van het mobiliteitsbudget

– werknemer

Deze hangt af van de manier waarop het mobiliteitsbudget wordt ingevuld en wordt in verschillende trappen of pijlers berekend :

  • Pijler 1 : voordeel van alle aard op de (kleinere) bedrijfswagen : deze wordt berekend van de klassieke formule (zie hoofdstuk1, punt 1) rekening houdend met leeftijd en de CO2-uitstoot. Het voordeel van alle aard (VAA) zal dus dalen indien men rijdt met een groenere versie.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : het deel dat de werknemer spendeert voor duurzame transportmiddelen zoals een elektrische fiets of een treinabonnement wordt voor de werknemer fiscaal volledig vrijgesteld om het gebruik maximaal te ondersteunen. Er zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd;
  • Pijler 3 : de belasting op de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werknemer een RSZ-bijdrage van 13,07% verschuldigd.

 

– werkgever

 

  • Pijler 1 : de belasting op de firmawagen : de CO2-solidariteitsbijdragen en de verworpen kosten op het voordeel van alle aard zijn zoals bij de klassieke bedrijfswagen ten laste van de werkgever. Door de keuze van een groener model zullen deze belastingen dalen.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : deze zijn voor de werkgever vrijgesteld van belastingen en RSZ-bijdragen;
  • Pijler 3 : de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werkgever een speciale

     bijdrage van 25% verschuldigd.

 

Nieuwe mogelijkheden voor mobility as a service

Het mobiliteitsbudget biedt zeker een nieuwe impuls voor tech aanbieders die verschillende transport modi in één enkele App aanbieden zoals Modalizy, Olympus & Ximmo. De invoering van het mobiliteitsbudget betekent concreet dat klassieke autoleasingbedrijven vanaf nu ook daadwerkelijk een multimobiliteitsaanbod zullen moeten aanbieden aan hun traditionele klanten. Hetzelfde geldt ook voor de autoconstructeurs die zich steeds meer als mobiliteitsproviders zullen moeten heruitvinden.

Voorbeelden

 

Bron: Mobilitas

Advertenties




Cash for Car wet is actief | België

15 05 2018

De Wet van 30 maart 2018  “betreffende de invoering van een Mobiliteitsvergoeding” is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 2018 (1ste editie). Het principe van mobiliteitsvergoeding is beter bekend onder de naam “cash for cars”. Vanaf nu kunnen werkgevers de invoering ervan praktisch opstarten hoewel de wetgeving retroactief wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2018.

De invoering van een mobiliteitsvergoeding is geen verplichting. De werkgever mag zelf beslissen om de mobiliteitsvergoeding in te voeren en de werknemer mag zelf beslissen om zijn bestaande firmawagen al dan niet te ruilen voor de mobiliteitsvergoeding.

 De mobiliteitsvergoeding mag niet worden verward met de regeling rond het mobiliteitsbudget waarbij de werknemer de wagen niet verplicht moet ruilen maar mag kiezen voor een kleiner model en aanvullen met alternatieve vervoersmodi. Deze laatste regeling is nog in de fase van het “ontwerp”.  Verwacht wordt dat deze tweede regeling in het najaar 2018 concreter is een wettekst zal worden uitgewerkt.

Bron: Mobilitas





Raad van State negatief over Cash for car | België

16 11 2017

Raad van State haar juridisch advies uitbracht over het wetsvoorstel betreffende Cash for Car. De Raad van State twijfelt eraan of de omruiling van een voertuig in een netto loonbedrag fiscaal en sociaal technisch zomaar mogelijk is en niet ingaat tegen bepaalde regels van de loonbeschermingswet. Het betreft immers loonmassa die in principe op dezelfde manier belastbaar is als een gewoon loon. In de huidige regeling die door de federale regering werd voorgesteld is voorzien dat werknemers die hun auto wensen om te ruilen voor cash op de tegenwaarde bijna eenzelfde belasting zouden moeten betalen als op het oorspronkelijke voordeel van alle aard voor hun ingeleverde bedrijfswagen. De Raad van State twijfelt of dit wel mogelijk is.

Bovenop meldt de Raad van State in haar advies dat er mogelijks sprake kan zijn van discriminatie tussen werknemersgroepen, meer concreet dat er in de huidige voorgestelde regeling een ongelijke fiscale en sociale behandeling bestaat tussen werknemers met en zonder een bedrijfswagen. De regeling is bovendien vrijblijvend zowel vanuit de werkgever als de werknemer en houdt geen enkele garantie in dat er wordt overgestapt naar een milieuvriendelijker vervoersmiddel. De overstap naar een oudere meer vervuilende privé-wagen behoort tot de mogelijkheden maar ook de besteding van het cash budget aan niet vervoersgebondendiensten.

De vraag stelt zich nu of de door de regering voorgestelde formule nog tegen 1 januari 2018 wordt ingevoerd.  De federale regering is niet gebonden door het advies van de Raad van State maar het risico dat gediscrimineerde personen of bepaalde organisaties naar het Grondwettelijk Hof stappen om te huidige regeling aan te vechten is hoog. Er dreigen dan heel wat juridische procedures. In bepaalde politieke middens is te horen dat de huidige regeling zou moeten worden aangepast en er een breder overleg moet worden opgestart met de sociale partners met meer nadruk op de omruiling naar andere mobiliteitsformules. Wordt vervolgd.

Bron: Mobilitas