Cash-for-cars overleeft niet de toets van het Grondwettelijk Hof | België

27 01 2020

De cash-for-cars regeling die in 2018 werd opgestart en in 2019 nog van een fiscale update werd voorzien zal vanaf 1 januari 2021 niet meer van toepassing zijn tenzij er voordien een nieuwe regeling wordt uitgewerkt. Dit is het gevolg van een klacht die de christelijke vakbond ACV, het socialistische ABVV en 3 klimaatorganisaties waaronder Inter-Environnement Bruxelles vzw, Climaxi et Climate Express indienden bij het Grondwettelijk Hof. De klagende partijen die niet geloofden in de effectiviteit van de maatregel hebben nu gelijk gekregen. Het Grondwettelijk Hof argumenteert in haar besluit dat cash-for-cars inderdaad kan leiden tot een ongelijke fiscale behandeling van loon met name door de fors lagere RSZ en fiscale bijdragen waardoor de cash-for-cars regeling eerder een instrument wordt van loonoptimalisatie. Omdat alleen wie een bedrijfswagen ter beschikking krijgt kan kiezen voor cash-for-cars ontstaat een ongeoorloofde discriminatie tegenover andere werknemers die niet kunnen instappen in dit fiscale gunstregime. Het Hof vindt ook dat het huidige systeem er niet toe leidt dat er minder voertuigen op de weg komen. Het ingeruilde voertuig kan immers vervangen worden door een ander privé aangekocht voertuig dat mogelijks ouder is en meer vervuilend. In de praktijk wordt de regeling vanaf 1 januari 2020 stopgezet. De wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget” die samen met de sociale partners werd uitgewerkt en sinds begin 2019 van toepassing is, blijft wel verder gelden.

Het is maar de vraag of de vernietiging van de cash-for-cars in de realiteit op milieu en fiscaal vlak veel zal wijzigen. Het antwoord is resoluut “neen”. Vooreerst was de cash-for-cars regeling van bij haar geboorte in 2018 geen succes. Tot op vandaag hebben slechts een 500-tal werknemers op een vloot van meer dan 660.000 bedrijfswagen voor gemengd gebruik voor deze regeling gekozen. Zelfs indien men de huidige vloot van 420.000 bedrijfswagens die vandaag zijn ingeschreven op naam van leasingmaatschappijen en autoverhuurders  als norm zou nemen, zijn de 500 cash-for-cars regelingen een onbeduidend aantal. Ook de sociale secretariaten Acerta en SD Worx bevestigden onlangs de lage populariteit van cash-for-cars.

De klacht en de daaropvolgende vernietiging door het Grondwettelijk Hof is eerder een symbooldossier dat mogelijks wel op termijn onverwachte gevolgen kan hebben.  Steeds meer belangengroepen beschouwen de bedrijfswagen als een wettelijke georganiseerde optimalisatie van RSZ- en sociale bijdragen die de laatste jaren op grote schaal door bedrijven wordt toegepast. Die trend is ook te merken in de wetsvoorstellen die vorig jaar door CD&V en Open Vld in de Kamer werden ingediend. Daarin wordt niet enkel de fiscale druk op thermische voertuigen stevig verhoogd ten gunste van elektrische voertuigen maar wordt door CD&V ook voorgesteld om vanaf 1 januari 2023 elk bedrijfsvoertuig met een CO2-uitstoot boven nul op dezelfde manier te belasten als een gewone bezoldiging volgens de sociale zekerheidsregels. Het voorstel van Open Vld voorziet dan weer een drastisch verhoging van de actuele CO2-bijdrage in de periode 2023 – 2027.  Wellicht zullen belangengroepen zich vandaag gesterkt voelen door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Mogelijks vragen zij in de toekomst ook een aanpassing van de huidige wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget”. In de huidige regeling is het immers mogelijk om zijn huidige bedrijfswagen te vervangen door een cash betaling zonder verplicht te moeten kiezen voor andere duurzamere vervoersmodi in de pijlers 1 en 2.

Bron: mobilitas