Volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting voor elektrische leasevoertuigen die in Vlaanderen worden ingeschreven.

1 07 2020

Traditioneel is 1 juli de datum waarop de tarieven van de verkeersbelasting en de BIV worden geïndexeerd. De Vlaamse regering heeft hiervan gebruikt gemaakt om de verwarrende regeling rond de inschrijving van elektrische leasingvoertuigen in Vlaanderen vanaf 1 juli 2020 gelijk te schakelen met de tarieven die gelden bij een inschrijving in Vlaanderen door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (1).  In beide gevallen “nul” euro verkeersbelasting en BIV.

 

Concreet betekent dit dat vanaf 1 juli 2020 alle in Vlaanderen ingeschreven elektrische voertuigen, ongeachte door wie ze worden ingeschreven, altijd genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting. Dit is vooral belangrijk voor leasingmaatschappijen die hun voertuigen in Vlaanderen inschrijven. De minister van Financiën liet enkele tijd geleden ook weten dat op basis van de huidige wetgeving bij verkoop van een elektrisch voertuig de nieuwe eigenaar bij herinschrijving  in Vlaanderen ook nog verder kan genieten van de volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting.

 

Geen wijzigingen voor elektrische voertuigen in Brussel en Wallonië

Voor inschrijvingen in Brussel of Wallonië van elektrische leasingvoertuigen of klassiek aangekochte elektrische voertuigen door particulieren en rechtspersonen wijzigt er voorlopig niets.  Zij kunnen wel verdere genieten van de allerlaagste tarieven inzake verkeersbelasting (gebaseerd op het tarief van 4 fiscale PK’s) en het laagste BIV tarief van 61,50 euro. Voor het jaar 2020 is voorlopig nog geen verdere vergroening van de Brusselse of Waalse verkeersbelasting en BIV in zicht. Er werden wel diverse wetsontwerpen voorgesteld.

 

Einde fiscale vrijstelling op 31 december 2020 voor plug-in hybrides in Vlaanderen

Belangrijk om weten vormt het feit dat de thans geldende volledige vrijstelling van BIV en verkeersbelasting voor plug-in hybrides (met max. 50 gram CO2-uitstoot) eindigt op 31 december 2020. Het betreft hier wel uitsluitend de regeling voor plug-in hybrides die in Vlaanderen worden ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon of op naam van een rechtspersoon.

Op dit ogenblik heeft de Vlaamse regering nog niet beslist om dit Vlaamse vrijstellingsregime voor plug-in hybrides voor 2021 of erna te verlengen.  Plug-in hybrides ingeschreven op naam van een leasingmaatschappij zijn onderworpen aan de klassieke tarieven die ook gelden voor thermische voertuigen in het Brussels Gewest. Deze tarieven zijn nog steeds uitsluitend gebaseerd op de fiscale PK’s en het vermogen in kilowatt. De CO2-uitstoot heeft hierop geen invloed.

  1. Bron : Amendement op de Vlaamse fiscale codex gestemd op woensdag 24 juni 2020- plenaire vergadering Vlaams parlement.

Bron: Mobilitas





XPOfleet Management Day verplaatst naar 30 maart 2021

24 06 2020

Eerder informeerden we u trots dat de 7de editie van de XPOfleet Management Day door zou gaan in september van dit jaar. Maar helaas komen ook wij niet uit onder de gevolgen van het Corona virus. De organisatie van de XPOfleet Management Day vergt tijd en op dit moment is het niet duidelijk wat er in september mogelijk is en wat nog niet. Aangezien de veiligheid van alle bezoekers en XPOfleet en Mobilitypower personeel primeert hebben we besloten op dit gebied geen enkel risico te willen lopen.

Daarom zal het evenement dit jaar niet door zal gaan. In plaats daarvan zal Kinepolis Antwerpen op dinsdag 30 maart 2021 haar deuren wijd open zetten voor alle XPOfleet klanten.

XPOfleet Management Day 2021





Fiscus legt nieuwe regels vast voor NEDC-WLTP fiscaliteit na 2020 – Belgie

2 04 2020

De overheid maakt (voorlopige?) beslissing over autofiscaliteit na 2020. Als principe kan men de NEDC 2.0 waarden ook na 2020 blijven behouden.

Wie de tekst er dieper op naleest zal merken dat alles zal afhangen van de informatie die op het homologatieattest staat. Of importeurs hierbij één of twee waarden vermelden. Indien beide waarden (WLTP & NEDC 2.0) worden vermeld kan men ook na 2020 de NEDC 2.0 waarde fiscaal blijven gebruiken voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid en het voordeel alle aard. Men mag  volgens de fiscus zelfs kiezen tussen de twee waarden indien beide beschikbaar zijn op het homologatieattest. Dit lijkt op het eerste zich merkwaardig maar voor bepaalde plug-in hybrides is de WLTP waarde lager dan de NEDC 2.0 waarde.

Bovendien is ook het probleem voor sommige plug-in hybrides opgelost die op basis van hun WLTP-waarde plots niet meer zouden voldaan hebben aan de grens van max. 50 gram CO2-uitstoot en “fake” zouden geworden zijn. Ook zij kunnen voorlopig de lagere NED 2.0 in 2021 verder blijven gebruiken.

Indien enkel de WLTP waarde wordt vermeld op het homologatie-attest zal het voertuig altijd op de WLTP waarde worden belast. Bovendien blijven de NEDC 1.0 voertuigen van een lage fiscaliteit genieten. Concreet betekent dit dat het bestaande wagenpark dat reeds een WLTP + NEDC 2.0  waarde heeft + de nieuwe inschrijvingen, vanaf 01/01/2021 op fiscaal gebied de NEDC 2.0 waarde verder kunnen behouden voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid en het voordeel alle aard, tenzij op het gelijkvormigheidsattest enkel een WLTP waarde wordt vermeld.

Natuurlijk kan de wetgeving altijd wijzigen. Met deze laatste woorden wil de fiscus in haar commentaar eigenlijk zeggen dat nieuwe toekomstige regeringen de regels indien nodig kunnen aanpassen.

Voor de berekening van de CO2-bijdrage werd nog geen tekst voorzien. Het ligt in de verwachting dat zij dezelfde regels zullen volgen. In deze Corona tijden is dit goed nieuws voor de autosector.

Een fiscale verhoging door gebruik van de WLTP waarden vanaf 2021 is met dit nieuwe commentaar in elk geval uitgesteld.

(*) update antwoord op vraag nr. 41 FAQ  autofiscaliteit maart 2020.

Bron: mobilitas





Update formule fiscale aftrekbaarheid voor diesel hybrides | België

18 02 2020

Sinds begin dit jaar is een nieuwe formule in werking getreden voor de berekening van de fiscale aftrekbaarheid van auto- en brandstofkosten. De fiscale aftrekbaarheid wordt berekend per gram CO2-uitstoot op basis van onderstaande formule:

  120 % – (0,5 % × coëfficiënt volgens brandstoftype × CO2-uitstoot).

 

De coëfficiënt bedraagt “1” voor auto’s met dieselmotor, “0,95” voor benzinewagens (“voertuigen met een andere motor”) en “0,90” voor auto’s op aardgas tot 11 fiscale pk (art. 66 lid 1 2° WIB 92).

Plug-in hybride auto’s en gewone hybride voertuigen, zogenoemde “full hybrides”, worden in de formule fiscale aftrekbaarheid door de fiscale administratie niet uitdrukkelijk genoemd. De fiscus ginger immers vanuit dat zij naast de elektrische motor werden aangedreven door een motor op benzine. Hieruit volgde dat zij werden gelijkgesteld met de voordelige coëfficiënt van 0,95 voor klassieke benzine voertuigen.

Sinds vorig jaar zijn er ook plug-in hybride dieselmodellen op de markt verschenen voornamelijk verdeeld door Mercedes Benz. Men zou er logischerwijze kunnen vanuit gaan dat zij de coëfficiënt “1” voor gewone dieselmotoren zouden moeten gebruiken. De minister van financiën preciseert nu in het kader van een recent antwoord op een parlementaire vraag, dat in het geval van een diesel hybride en plug-in diesel hybride de coëfficiënt “0,95” mag gebruikt worden. De minister herhaalt terloops nog dat de gunstigste coëfficiënt “0,90” voor voertuigen op CNG niet geldt voor voertuigen op LPG. Deze laatste worden gelijkgesteld met benzineauto’s en moeten dus de coëfficiënt “0,95” toepassen.

 

Overzicht formule fiscale aftrekbaarheid vanaf 2020 :

Diesel: 120 % – (0,5 % × 1 × CO2-uitstoot).

Diesel hybrides & plug-in : 120 % – (0,5 % × 0,95 × CO2-uitstoot).

CNG <= 11 fiscale PK: 120 % – (0,5 % × 0,90 × CO2-uitstoot).

Benzine, LPG en alle andere brandstof: 120 % – (0,5 % × 0,95 × CO2-uitstoot).

 

Voor 100% elektrische voertuigen (0 gram CO2-uitstoot) bedraagt de aftrekbaarheid vanaf 2020 altijd 100%. De uitkomst is maximaal 100% en minimaal 50%. Er geldt een specifieke fiscale aftrekbaarheid van 40% voor voertuigen met een CO2-uitstoot vanaf 200 gram.

 

Afronding :

De minister liet indirect ook weten dat de uitkomst mag worden afgerond tot het dichtste tiende % na de komma.     53,22% wordt 53,20%  53,28% wordt 53,30%, 53,25 wordt 53,30%.

Bron : Vraag. nr. 96 Kathleen Depoorter, Antwoord minister :  Kamer 2019-2020, afl. 8, 116. (Via Mobilitas)





Cash-for-cars overleeft niet de toets van het Grondwettelijk Hof | België

27 01 2020

De cash-for-cars regeling die in 2018 werd opgestart en in 2019 nog van een fiscale update werd voorzien zal vanaf 1 januari 2021 niet meer van toepassing zijn tenzij er voordien een nieuwe regeling wordt uitgewerkt. Dit is het gevolg van een klacht die de christelijke vakbond ACV, het socialistische ABVV en 3 klimaatorganisaties waaronder Inter-Environnement Bruxelles vzw, Climaxi et Climate Express indienden bij het Grondwettelijk Hof. De klagende partijen die niet geloofden in de effectiviteit van de maatregel hebben nu gelijk gekregen. Het Grondwettelijk Hof argumenteert in haar besluit dat cash-for-cars inderdaad kan leiden tot een ongelijke fiscale behandeling van loon met name door de fors lagere RSZ en fiscale bijdragen waardoor de cash-for-cars regeling eerder een instrument wordt van loonoptimalisatie. Omdat alleen wie een bedrijfswagen ter beschikking krijgt kan kiezen voor cash-for-cars ontstaat een ongeoorloofde discriminatie tegenover andere werknemers die niet kunnen instappen in dit fiscale gunstregime. Het Hof vindt ook dat het huidige systeem er niet toe leidt dat er minder voertuigen op de weg komen. Het ingeruilde voertuig kan immers vervangen worden door een ander privé aangekocht voertuig dat mogelijks ouder is en meer vervuilend. In de praktijk wordt de regeling vanaf 1 januari 2020 stopgezet. De wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget” die samen met de sociale partners werd uitgewerkt en sinds begin 2019 van toepassing is, blijft wel verder gelden.

Het is maar de vraag of de vernietiging van de cash-for-cars in de realiteit op milieu en fiscaal vlak veel zal wijzigen. Het antwoord is resoluut “neen”. Vooreerst was de cash-for-cars regeling van bij haar geboorte in 2018 geen succes. Tot op vandaag hebben slechts een 500-tal werknemers op een vloot van meer dan 660.000 bedrijfswagen voor gemengd gebruik voor deze regeling gekozen. Zelfs indien men de huidige vloot van 420.000 bedrijfswagens die vandaag zijn ingeschreven op naam van leasingmaatschappijen en autoverhuurders  als norm zou nemen, zijn de 500 cash-for-cars regelingen een onbeduidend aantal. Ook de sociale secretariaten Acerta en SD Worx bevestigden onlangs de lage populariteit van cash-for-cars.

De klacht en de daaropvolgende vernietiging door het Grondwettelijk Hof is eerder een symbooldossier dat mogelijks wel op termijn onverwachte gevolgen kan hebben.  Steeds meer belangengroepen beschouwen de bedrijfswagen als een wettelijke georganiseerde optimalisatie van RSZ- en sociale bijdragen die de laatste jaren op grote schaal door bedrijven wordt toegepast. Die trend is ook te merken in de wetsvoorstellen die vorig jaar door CD&V en Open Vld in de Kamer werden ingediend. Daarin wordt niet enkel de fiscale druk op thermische voertuigen stevig verhoogd ten gunste van elektrische voertuigen maar wordt door CD&V ook voorgesteld om vanaf 1 januari 2023 elk bedrijfsvoertuig met een CO2-uitstoot boven nul op dezelfde manier te belasten als een gewone bezoldiging volgens de sociale zekerheidsregels. Het voorstel van Open Vld voorziet dan weer een drastisch verhoging van de actuele CO2-bijdrage in de periode 2023 – 2027.  Wellicht zullen belangengroepen zich vandaag gesterkt voelen door de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Mogelijks vragen zij in de toekomst ook een aanpassing van de huidige wettelijke regeling rond het “mobiliteitsbudget”. In de huidige regeling is het immers mogelijk om zijn huidige bedrijfswagen te vervangen door een cash betaling zonder verplicht te moeten kiezen voor andere duurzamere vervoersmodi in de pijlers 1 en 2.

Bron: mobilitas





Ook minder aftrek voor bedrijfsfiets in België v.a. 1/1/2020

13 12 2019

T.e.m. 31 december 2019 geldt er een verhoogde aftrek op aangekochte bedrijfsfietsen van 120%. Vanaf 1 januari 2020 wordt deze geschrapt in de vennootschapsbelasting. De kosten blijven wel voor 100% aftrekbaar.

Bron: De Standaard van 13 december 2019





De aftrekbaarheid van bedrijfswagen eenvoudig in je boekhouding vanaf 1/1/2020

27 11 2019

Vanaf 1 januari 2020 verandert de wetgeving rondom de aftrekbaarheid van autokosten in België. Tot 2020 waren het aantal categorieën van fiscale aftrekbaarheid beperkt. Veel bedrijven loste dit op in hun boekhouding door autokosten per aftrekbaarheid op een aparte grootboekrekening te boeken. Vanaf 2020 werkt dit niet meer.

Ieder voertuig krijgt vanaf 1 januari 2020 zijn eigen aftrekbaarheid afhankelijk van type voertuig, CO2 uitstoot en soort brandstof. Dit maakt de boekhouding vanaf 2020 veel complexer…… Of dat wordt toch beweerd!

Het probleem is maar zo ingewikkeld als de oplossing

Wat als je gewoon al je autokosten per kostensoort een grootboekrekening zou kunnen boeken? Dus een rekening voor huur, brandstof, verzekering, interest, onderhoud, noem maar op. Dan boek je op het einde van het jaar “gewoon” de verworpen uitgaven en klaar is Kees.

Hebt u 100 bedrijfswagens of 10.000 te beheren?  XPOfleet 7 maakt het boeken van de autokosten inderdaad zo eenvoudig. Volledig automatisch boekt de fleetmanagement-software ieder onderdeel van de factuur op de juiste auto, kostensoort, bestuurder en zelfs kostenplaats. Zelfs tot op de juiste grootboekrekening. Het enige wat u dan nog moet doen is regelmatig de kosten doorgeven aan de boekhouding.

Om de periode vervolgens af te sluiten vertelt XPOfleet u hoeveel van de geboekte kosten verworpen dienen te worden.

Dit alles gewoon out-of-the box. Niks geen maatwerk of moeilijke trainingen. XPOfleet 7 is nu beschikbaar. Vraag vandaag uw upgrade, installatie of demo op sales@XPOfleet.com.

 





Formule solidariteitsbijdrage 2020

16 11 2019

De nieuwe geïndexeerde formules voor de solidariteitsbijdrage, ook wel CO2-bijdrage genoemd, voor het jaar 2020 werden officieel bevestigd. De coëfficiënt 1 van 1,2950 die geldt voor 2019 verhoogt naar 1,3078 voor het jaar 2020, hetzij een stijging van net geen 1%. Voor  het gebruik van een bedrijfsvoertuig voor persoonlijke doeleinden wordt sinds 1 januari 2005 een maandelijks bedrag berekend voor elk voertuig dat de werkgever aan zijn werknemer ter beschikking stelt. Deze forfaitaire solidariteitsbijdrage is verschuldigd ongeacht of de werknemer zelf financieel tussenkomt en ongeacht de hoogte van die tussenkomst. Deze maandelijkse bijdrage (met een minimum van 27,24 euro voor het jaar 2020) is afhankelijk van de CO2-uitstoot en het type brandstof en wordt forfaitair vastgesteld.

WLTP verbruikstest

De CO2-uitstoot is de uitstoot in gram/km zoals vermeld op het gelijkvormigheidsattest of in het proces-verbaal van gelijkvormigheid van het voertuig of in de gegevensbank van de DIV. Voor voertuigen getest volgens de nieuwe WLTP-methode moet de CO2-uitstoot hernomen worden zoals vermeld in punt 49.1. van het gelijkvormigheidsattest (COC). Deze regeling geldt in elk geval tot einde 2020.

Fake plug-in hybrides

Voor de zogenoemde fake plug-in hybrides mag men vanaf 2020 nog steeds de lage CO2-uitstoot gebruiken zoals vermeld op het homologatieattest voor de berekening van de CO2-bijdrage. Dit in tegenstelling tot de fiscale aftrekbaarheid en de berekening van het voordeel van alle aard waar voor fake plug-in hybrides vanaf 2020.

Cash for cars

Op de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) is de werkgever ook een solidariteitsbijdrage verschuldigd op basis van de ingeruilde bedrijfswagen. De bijdrage is gelijk aan het bedrag van de solidariteitsbijdrage die verschuldigd was in de loop van de maand die de toekenning van de mobiliteitsvergoeding voorafgaat en wordt berekend op basis het voertuig dat werd ingeruild. Dezelfde basisformule (met de CO2-uitstoot van het ingeruilde voertuig) moet dus worden toegepast voor de berekening. Om de bijdrage in 2020 te bepalen moeten men ook de formule 2020 toepassen.

 

 

Type aandrijving

 

   

Formule solidariteitsbijdrage 2020

 

Benzine

 

 

CO2

bekend

 

[((CO2-uitstoot x 9 euro)-768)/12] x 1,3078

 

 

CO2 niet

bekend

 

[((182 x 9 euro)- 768)/12] x 1,3078 = 94,81 euro

 

 

Diesel

 

CO2

bekend

 

[((CO2-uitstoot x 9 euro)-600)/12] x 1,3078

 

CO2 niet

bekend

 

[((165 x 9 euro)- 600)/12] x 1,3078 = 96,44 euro

 

CNG & LPG (2)    

[((CO2-uitstoot x 9 euro)-990)/12] x 1,3078

 

100 % elektrisch (3)    

27,24 euro per maand

 

(1) coëfficiënt gebaseerd op de indexen (149,19/114,08) ;

(2) een LPG voertuig is een omgebouwd voertuig die oorspronkelijk op benzine reed. Men gebruikt in de formule de CO2 waarde van het benzinevoertuig. Voor CNG voertuigen gebruikt men de CO2 waarde zoals deze voorzien zijn door de importeur (af fabriek). Voor de retrofit modellen gebruikt men de CO2 waarde van het benzine model.

(3) in afwachting van een eventuele wettelijke aanpassing aanvaardt de RSZ deze minimumbijdrage ook voor wagens die uitsluitend op waterstof rijden.

De minimumbijdrage per maand in 2020 bedraagt voor alle voertuigen 27,24 euro.

 

Bron en copyright: Mobilitas





Fiscale regels voor het overeenstemmend voertuig voor valse plug-in hybrides bekend.

23 09 2019

Vanaf 1 januari 2020 gelden nieuwe regels inzake aftrekbaarheid voor alle bestaande voertuigen van het wagenpark en specifieke regels voor de fiscale aftrekbaarheid van zogenoemde “valse” plug-in hybrides. Dit zijn volgens de fiscus voertuigen die deels werken op brandstof en deels via een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij geen aanzienlijk gebruik van het voertuig toelaat via de elektrische  energiebron. Deze regel geldt voor alle plug-in hybrides aangekocht vanaf 1 januari 2018. Valse plug-in hybrides die vóór 1 januari 2018 zijn besteld (bestelformulier of ondertekening van het leasecontract als bewijs) vallen niet onder de regel van “valse plug-in hybrides”.

Fiscaal technisch gezien is een valse hybride een oplaadbaar hybride voertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht (0,45 via afronding) of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer. In dat geval bepaalt de fiscus dat de in aanmerking te nemen CO2 uitstoot van de valse plug-in hybride vanaf 1 januari 2020 niet meer gelijk is met deze vermeld op het homologatieformulier maar wel de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2 waarde vermenigvuldigd met 2,5.

De wetgever heeft nu in het Staatsblad van 17 september 2019 bekendgemaakt wat precies moet verstaan worden onder “overeenstemmend voertuig”. Dit heeft zijn belang om vanaf 2020 de juiste fiscale aftrekbaarheid van het voertuig te kunnen berekenen en het juiste voordeel van alle aard die voor valse plug-in hybrides zal gebaseerd zijn op de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” en niet meer op basis van het homologatieattest (COC). Men zal dus in de praktijk de gegevens op het COC van de “valse hybride” moeten vergelijken met de gegevens op het COC van gelijkaardige, zogenoemde overeenstemmende modellen die op de markt beschikbaar zijn en bepalen welk model de “valse hybride” op basis van de hierna uiteengezette criteria het dichtst benadert.
Het moet gaan om een voertuig voorzien van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof (COC, rubriek nr. 26). Vervolgens is ook vereist dat het overeenstemmend voertuig ten opzichte van het hybride voertuig categoriseert onder:
– hetzelfde merk (COC, rubriek nr. 0.1);
– dezelfde model (COC, rubriek nr. 0.2.1);
– hetzelfde type koetswerktype (COC, rubriek nr. 38) (bijvoorbeeld berline, break, …);
– en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen en het vermogen van het hybride voertuig, beiden uitgedrukt in kW (COC, rubriek nr. 27.1), het dichtst de waarde één benadert, binnen een vork begrepen is tussen 0,75 en 1,25. De voertuigen waarvan de verhouding niet begrepen is binnen dit vork zullen dus niet als overeenstemmend voertuig kunnen beschouwd worden, ook al voldoen ze aan de overige voorwaarden. Indien geen enkel voertuig aan deze voorwaarden voldoet, wordt een coëfficiënt van 2,5 toegepast. De COC-gegevens van alle mogelijke overeenstemmende voertuigen zijn niet publiek en gecentraliseerd beschikbaar voor ondernemingen en bestuurders van bedrijfswagens. Deze zijn in de regel enkel in het bezit van het COC van hun eigen voertuig. Daarom wordt de verplichting om te vergelijken en het overeenstemmend voertuig vast te stellen opgelegd aan de autofabrikant of indien deze niet in België is gevestigd, aan de auto-invoerder. Deze laatsten zullen het overeenstemmend voertuig van ieder plug-in hybride voertuig dat niet beantwoordt aan de fiscale norm moeten bepalen en deze informatie samen met alle noodzakelijk gebleken technische gegevens aan de FOD Financiën moeten overmaken bij de marktintroductie van het betreffende “fake” hybride voertuig. Deze informatie is immers onmiddellijk noodzakelijk, bijvoorbeeld voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing op een voordeel van alle aard. De FOD Financiën zal dus iedere keer haar lijst met overeenstemmende voertuigen actualiseren bij de marktintroductie van nieuwe “valse plug-in hybrides”. De bepaling van het overeenstemmende voertuig gebeurt op het moment waarop het hybride voertuig op de markt wordt gebracht, en blijft ongewijzigd tijdens de levensduur van dat voertuig. Voor reeds bestaande valse plug-in voertuigen zal in de realiteit hetzelfde moeten gebeuren.

De lijst met de overeenstemmende voertuigen zal worden bekendgemaakt op de internetsite van de FOD Financiën. De administratie zal de informatie die ze van de fabrikanten of de invoerders heeft gekregen enkel gebruiken om een databank bij te houden. De fabrikanten en de invoerders zijn er eveneens toe gehouden om de informatie te bezorgen voor alle “valse hybrides” die reeds op de markt waren en/of zullen zijn op 31 december 2019. De FOD Financiën zal mogelijks ook samenwerken met FEBIAC voor het opstellen van de lijst van overeenstemmende voertuigen en het up-to-date houden ervan.

Besluit : met de bekendmaking van de regels rond het “overeenstemmend voertuig” is de laatste onbekende factor in het verhaal van de valse plug-in hybides verleden tijd. Boekhouders en sociale secretariaten zullen nu op basis van deze (toekomstige) lijst die de fiscus zelf publiceert, vanaf 1 januari 2020 het correcte voordeel van alle aard, inclusief de juiste bedrijfsvoorheffing en de juiste fiscale aftrekbaarheid kunnen toepassen. In de realiteit betreft het echter een beperkt aantal voertuigen die in de laatste drietal jaren op de markt zijn gekomen. Wie de technische gegevens analyseert van de nieuwe plug-in hybride modellen die vandaag op de markt worden gebracht zal merken dat deze bijna allemaal voldoen aan de fiscale norm en dus in de realiteit ook vanaf 2020 recht hebben op een fiscale aftrekbaarheid tussen 90% en 100%.

Bron: Mobilitas





Mobiliteitsbudget door commissie sociale zaken goedgekeurd op 6 februari 2019.

15 02 2019

Stemming door het Parlement wellicht voor einde februari 2019.

Op 6 februari 2019 keurde ook de commissie sociale zaken het wetsontwerp rond het mobiliteitsbudget goed nadat de commissie financiën deze voordien op woensdag 16 januari 2019 had goedgekeurd. Het is nu te verwachten dat de wet tegen eind februari 2019 in het Parlement in plenaire zitting zal worden gestemd. Na publicatie in het Staatsblad kunnen de ondernemingen en werkgevers starten met de uitwerking en de implementatie ervan.

Dat belooft niet zo eenvoudig te zijn. Het beheer is complex en er zijn vele fiscale en sociale regels die moeten gevolgd worden. Een deel van de opdracht zal door sociale secretariaten worden overgenomen. Enkele sociale secretariaten bieden reeds eenvoudige online berekeningstools aan.

De invoering van een mobiliteitsbudget betekent ook een ingrijpende aanpassing voor de bestaande carpolicy en ook leasingmaatschappijen zullen hun adviestools moeten bijpassen en bijkomende mobiliteitsberekeningen aanbieden als aanvulling op de klassieke bedrijfswagen offerte.

Na de wettelijke invoering van het mobiliteitsbudget zullen nog vele praktische vragen onbeantwoord blijven. Het is te verwachten dat dit jaar er dan ook nog een reeks verklarende nota’s en circulaires zowel van de fiscale als van de sociale administraties. zullen volgen Wellicht zullen vele werkgevers daarop wachten om het effectief in te voeren. Het mobiliteitsbudget invoeren is voor de werkgever geen wettelijke verplichting. Ook de werknemer mag zelf beslissen of hij al dan niet instapt in het mobiliteitsbudget nadat de werkgever het heeft ingevoerd.

Tenslotte geldt de tijdelijke versoepeling van de CO2-grens van 95 gram voor de herinvestering in een milieuvriendelijk voertuig (Kamerstuk nr. 3381/2). De grens werd voor 2019 opgetrokken tot 105 gram en tot 100 gram voor 2020. Hierdoor beschikt de werknemer over een grotere keuzevrijheid binnen pijler 1 van het mobiliteitsbudget.

 

Bron: Mobilitas