Fiscale regels voor het overeenstemmend voertuig voor valse plug-in hybrides bekend.

23 09 2019

Vanaf 1 januari 2020 gelden nieuwe regels inzake aftrekbaarheid voor alle bestaande voertuigen van het wagenpark en specifieke regels voor de fiscale aftrekbaarheid van zogenoemde “valse” plug-in hybrides. Dit zijn volgens de fiscus voertuigen die deels werken op brandstof en deels via een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij geen aanzienlijk gebruik van het voertuig toelaat via de elektrische  energiebron. Deze regel geldt voor alle plug-in hybrides aangekocht vanaf 1 januari 2018. Valse plug-in hybrides die vóór 1 januari 2018 zijn besteld (bestelformulier of ondertekening van het leasecontract als bewijs) vallen niet onder de regel van “valse plug-in hybrides”.

Fiscaal technisch gezien is een valse hybride een oplaadbaar hybride voertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht (0,45 via afronding) of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer. In dat geval bepaalt de fiscus dat de in aanmerking te nemen CO2 uitstoot van de valse plug-in hybride vanaf 1 januari 2020 niet meer gelijk is met deze vermeld op het homologatieformulier maar wel de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2 waarde vermenigvuldigd met 2,5.

De wetgever heeft nu in het Staatsblad van 17 september 2019 bekendgemaakt wat precies moet verstaan worden onder “overeenstemmend voertuig”. Dit heeft zijn belang om vanaf 2020 de juiste fiscale aftrekbaarheid van het voertuig te kunnen berekenen en het juiste voordeel van alle aard die voor valse plug-in hybrides zal gebaseerd zijn op de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” en niet meer op basis van het homologatieattest (COC). Men zal dus in de praktijk de gegevens op het COC van de “valse hybride” moeten vergelijken met de gegevens op het COC van gelijkaardige, zogenoemde overeenstemmende modellen die op de markt beschikbaar zijn en bepalen welk model de “valse hybride” op basis van de hierna uiteengezette criteria het dichtst benadert.
Het moet gaan om een voertuig voorzien van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof (COC, rubriek nr. 26). Vervolgens is ook vereist dat het overeenstemmend voertuig ten opzichte van het hybride voertuig categoriseert onder:
– hetzelfde merk (COC, rubriek nr. 0.1);
– dezelfde model (COC, rubriek nr. 0.2.1);
– hetzelfde type koetswerktype (COC, rubriek nr. 38) (bijvoorbeeld berline, break, …);
– en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen en het vermogen van het hybride voertuig, beiden uitgedrukt in kW (COC, rubriek nr. 27.1), het dichtst de waarde één benadert, binnen een vork begrepen is tussen 0,75 en 1,25. De voertuigen waarvan de verhouding niet begrepen is binnen dit vork zullen dus niet als overeenstemmend voertuig kunnen beschouwd worden, ook al voldoen ze aan de overige voorwaarden. Indien geen enkel voertuig aan deze voorwaarden voldoet, wordt een coëfficiënt van 2,5 toegepast. De COC-gegevens van alle mogelijke overeenstemmende voertuigen zijn niet publiek en gecentraliseerd beschikbaar voor ondernemingen en bestuurders van bedrijfswagens. Deze zijn in de regel enkel in het bezit van het COC van hun eigen voertuig. Daarom wordt de verplichting om te vergelijken en het overeenstemmend voertuig vast te stellen opgelegd aan de autofabrikant of indien deze niet in België is gevestigd, aan de auto-invoerder. Deze laatsten zullen het overeenstemmend voertuig van ieder plug-in hybride voertuig dat niet beantwoordt aan de fiscale norm moeten bepalen en deze informatie samen met alle noodzakelijk gebleken technische gegevens aan de FOD Financiën moeten overmaken bij de marktintroductie van het betreffende “fake” hybride voertuig. Deze informatie is immers onmiddellijk noodzakelijk, bijvoorbeeld voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing op een voordeel van alle aard. De FOD Financiën zal dus iedere keer haar lijst met overeenstemmende voertuigen actualiseren bij de marktintroductie van nieuwe “valse plug-in hybrides”. De bepaling van het overeenstemmende voertuig gebeurt op het moment waarop het hybride voertuig op de markt wordt gebracht, en blijft ongewijzigd tijdens de levensduur van dat voertuig. Voor reeds bestaande valse plug-in voertuigen zal in de realiteit hetzelfde moeten gebeuren.

De lijst met de overeenstemmende voertuigen zal worden bekendgemaakt op de internetsite van de FOD Financiën. De administratie zal de informatie die ze van de fabrikanten of de invoerders heeft gekregen enkel gebruiken om een databank bij te houden. De fabrikanten en de invoerders zijn er eveneens toe gehouden om de informatie te bezorgen voor alle “valse hybrides” die reeds op de markt waren en/of zullen zijn op 31 december 2019. De FOD Financiën zal mogelijks ook samenwerken met FEBIAC voor het opstellen van de lijst van overeenstemmende voertuigen en het up-to-date houden ervan.

Besluit : met de bekendmaking van de regels rond het “overeenstemmend voertuig” is de laatste onbekende factor in het verhaal van de valse plug-in hybides verleden tijd. Boekhouders en sociale secretariaten zullen nu op basis van deze (toekomstige) lijst die de fiscus zelf publiceert, vanaf 1 januari 2020 het correcte voordeel van alle aard, inclusief de juiste bedrijfsvoorheffing en de juiste fiscale aftrekbaarheid kunnen toepassen. In de realiteit betreft het echter een beperkt aantal voertuigen die in de laatste drietal jaren op de markt zijn gekomen. Wie de technische gegevens analyseert van de nieuwe plug-in hybride modellen die vandaag op de markt worden gebracht zal merken dat deze bijna allemaal voldoen aan de fiscale norm en dus in de realiteit ook vanaf 2020 recht hebben op een fiscale aftrekbaarheid tussen 90% en 100%.

Bron: Mobilitas

Advertenties




Fiscus bevestigt gebruik van NEDC 2.0 waarden tot einde 2020 voor de berekening van het voordeel van alle aard. | België

16 01 2019

Er is nu meer rechtszekerheid gekomen rond het gebruik van de NEDC 2.0 waarde bij de berekening van het voordeel van alle aard. In een recente update van haar vraag & antwoord  (1) staat dit nu duidelijk te lezen op welke manier de NEDC 2.0 waarde nog tot einde 2020 mag gebruikt worden voor de berekening van het voordeel van alle aard.

Fiscale situering NEDC 2.0 en WLTP – stand van zaken

Sinds 1 september 2018 hebben alle als nieuw ingeschreven voertuigen een hogere officiële CO2-waarde als gevolg van de strengere WLTP homologatietest (2). Op papier kan dat leiden tot aanzienlijke belastingverhogingen omdat de autofiscaliteit in grote mate gebaseerd is op de officiële uitstootcijfers. Maar de minister stelde in het verleden gerust. De (intussen vervangen) minister van financiën Johan Van Overtveldt bevestigde op vraag van een brief van Febiac midden vorig jaar (2018) dat de fiscus nog zal blijven uitgaan van de zogenoemde teruggerekende NEDC 2.0 waarden voor de federale formules binnen de autofiscaliteit (2) . Hieronder verstaat men de CO2-solidariteitsbijdrage, het belastbaar voordeel van alle aard en de aftrekbeperking van autokosten in de vennootschapsbelasting. Dat gebeurt aan de hand van de officiële Europese correlatietool. De Europese wetgever bepaalde dat de CO2-uitstoot waarde gemeten volgens WLTP in elk geval moet meegedeeld worden en dat in elk geval tot einde 2020 dit moet gebeuren samen met een tweede cijfer dat een omrekening is naar de oude NEDC-waarden. De Europese Commissie werkte daartoe een correlatie-techniek uit die bindend is voor alle constructeurs. Deze omzet-oefening resulteerde in de NEDC 2.0 norm die het effect van WLTP in een overgangsfase moet verzachten en voor fiscale doeleinden kan worden gebruikt. Elk EU land kan zelf bepalen wanneer zij voor haar fiscale doeleinden de WLTP of de NEDC 2.0 wenst te gebruiken. Voor alle nieuw ingeschreven Belgische voertuigen (behalve stockwagens)  vanaf 1 september 2018 vermeldt het gelijkvormigheidsattest (of COC) beide waarden:

  • WLTP: terug te vinden onder vak 49.4
  • NEDC 2.0 (gecorreleerde NEDC): terug te vinden onder vak 49.1.

 

De Belgische RSZ liet in het najaar 2018 reeds weten dat men tot het einde van 2020 voor nieuwe wagens mag rekening houden met de CO2-uitstoot volgens NEDC 2.0.norm (3). Vanaf 2021 voorziet zij een vervanging door de corresponderende WLTP-waarde. Sinds kort gelden hiervoor de waarden voorzien op het gelijkvormigheidsattest als referentiepunt en niet zoals in het verleden de waarden vermeld op het inschrijvingsbewijs.

Update  FAQ-lijst voordelen van alle aard

In een recente update van de befaamde FAQ-lijst van de FOD Financiën rond de berekening van het voordeel van alle aard bij bedrijfswagens (1) geeft de fiscus zelf aan onder vraag nr. 41 welke CO2 waarde moet gebruikt worden en maakt een onderscheid tussen 2 situaties :

  • Voor voertuigen met 1 CO2-uitstootgehalte (NEDC 1.0)

Voor de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard moet rekening worden gehouden met het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig zoals dat gekend is bij de dienst   voor inschrijving van de voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Dit gegeven staat in principe vermeld op zowel het gelijkvormigheidsattest (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde   voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen) als op het inschrijvingsbewijs van het voertuig.

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;
  • Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0)

Om na te gaan of een voertuig over 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC) beschikt, kan het gelijkvormigheidsattest van het voertuig worden geraadpleegd. Het gelijkvormigheidsattest van een voertuig met 2 CO2- uitstootgehaltes vermeldt namelijk zowel een tabel (code 49.1) met NEDC verbruiks- en CO2-waarden, als een tabel (code 49.4) met WLTP verbruiks- en CO2-waarden. Het inschrijvingsbewijs van het voertuig vermeldt daarentegen echter maar één waarde en verduidelijkt niet om welke waarde het gaat (WLTP of NEDC). Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0), mag tot en met 31.12.2020 met de NEDC 2.0 waarde rekening worden gehouden voor de berekening van het voordeel van alle aard. Ook hier moet het gaan om de NEDC-waarde zoals die gekend is bij de DIV. In principe stemt die NEDC 2.0-waarde overeen met de NEDC-2.0 waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen). Wanneer het gelijkvormigheidsattest CO2-uitstootgehaltes vermeldt, maar het inschrijvingsbewijs niet, en de DIV heeft geen enkel gegeven over de CO2-uitstootgehaltes, moet het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig voor de berekening van het voordeel van alle aard als volgt worden vastgesteld:

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;

Vlaamse regeling WLTP & NEDC 2.0

Op niveau van de Vlaamse autofiscaliteit die de BIV en de verkeersbelasting omvat, liet minister van financiën Bart Tommelein in september 2017 reeds weten dat de NEDC 2.0 norm mag worden gebruikt in elk geval tot einde 2019.

(vraag om uitleg nr. 2750 J. Vandenbroucke en 2760 J. De Potter, 19 september 2017, Comm. Fin. Vl. Parl., C317, 9-14). In de wandelgangen is nu te horen dat die termijn mogelijks zou verlengd worden tot 30 juni 2020 of zelf tot einde 2020 om te vermijden dat er een verschil zou ontstaan tussen de federale formules en de regionale (Vlaamse) formules voor de fiscale toepassing van de NEDC 2.0 en WLTP waarden .

Regeling WLTP & NEDC 2.0 in het Brussels en Waals Gewest en voor leasingvoertuigen

Voor voertuigen ingeschreven in het Brussels of Waals Gewest en voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een leasingmaatschappij heeft de WLTP & NEDC 2.0  regeling op de berekening van de BIV en de verkeersbelasting voorlopig geen invloed. Deze is nog steeds gebaseerd op fiscale pk’s en op het vermogen in kilowatt. De CO2-uitstoot heeft hier dus geen belang.

 

Carpolicy

Wellicht is dit het moment om uw car policy aan een review te onderwerpen. Zeker indien deze gekoppeld is aan een maximale CO2-waarde. WLTP en de daaraan gekoppelde NEDC 2.0 waarde verhoogt de uitstootcijfers gemiddeld met 10 gram. Voor sommige modellen kan dit echter hoger zijn. Zonder aanpassing van de car policy dreigen bepaalde voertuigen de selectielijst niet meer te halen.

 

Voetnoten :

(1) De befaamde FAQ-lijst van FOD Financiën voordelen van alle aard is recent aangepast. Vraag nr. 41.

https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/121-faq-bedrijfswagens-2019-versie17.pdf

(2) Test Procedure) (verordening (EU) 2017/1151 van 1 juni 2017, PB EU L 175, 7 juli 2017, 1; http://wltpfacts.eu)

(3) RSZ – directie reglementering – mail van 26 september 2018 volgend op de nota FEBIAC betreffende inschrijving en fiscaliteit van lichte voertuigen van 16 augustus 2018.

Bron: Mobilitas





Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

21 11 2018

Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

1 januari 2019 komt snel dichterbij voor de Brusselse Gewestregering. Dat is ook het moment waarop zij de autobelastingen zelf zal innen. Maar de veelbesproken hervorming van de autofiscaliteit komt er voorlopig niet en is bijna zeker uitgesteld tot de volgende legislatuur. Voor autobezitters en eigenaars van leasingvoertuigen ingeschreven in het Brussels Gewest blijft dus voorlopig alles bij het oude. Enkel het briefhoofd van het aanslagbiljet zal wijzigen : van de FOD Financiën naar Brussel Fiscaliteit. Dat betekent vandaag concreet dat wie in het Brussels Gewest met een vervuilende auto rondrijdt niet meer betaalt aan belastingen dan de eigenaar van een gloednieuwe propere leasingauto. Voor een groenere Brusselse autofiscaliteit gebaseerd op CO2-uitstoot, Euronorm en andere poluenten zoals NOx en fijnstofpartikels is het nog even wachten. Met de invoering van een Lage Emissie Zone (LEZ) heeft de Brusselse regering wel een eerste voorzichtige stap gezet maar de LEZ wordt maar zeer geleidelijk ingevoerd. Tot einde 2019 hebben dieselvoertuigen met EURO3 (dus zonder verplichte roetpartikelfilter) nog steeds vrije toegang tot de Brusselse zone. Voor benzine, LPG en CNG voertuigen geldt de vrije toegang nog tot einde 2024 indien zij minstens aan de EURO2 norm voldoen. In Antwerpen zijn de regels veel strenger. Anderzijds bereikte de Brusselse regering einde mei 2018, mede door toedoen van minister van Leefmilieu Céline Fremault, een princiepsakkoord om tegen 2030 een volledige dieselban in te voeren, al temperde Minister-president Rudi Vervoort het enthousiasme dat een volledige dieselban nog niet verworven is. De LEZ wijzigt ook niets aan de totale autodruk.

Uitstel voor groenere BIV en verkeersbelasting

Concreet betekent het uitstel van de Brussels regering dat de hervorming van BIV (Belasting voor Inverkeerstelling) en de VB (Verkeersbelasting) in 2019 niet zal worden uitgevoerd en wordt verschoven naar de volgende legislatuur. Wellicht zal dan ook een koppeling worden gemaakt met het inter-federaal akkoord over de slimme kilometerheffing. De BIV en de verkeersbelasting zullen, zoals reeds enkele decennia lang, voorlopig verder berekend worden op basis van de fiscale Pk’s en het vermogen in kilowatt van het voertuig. In het kader van de aangekondigde fiscale hervorming stelde Brussels minister van Financiën Guy Vanhengel een groep van experten aan die in mei 2018 haar voorstel kwam toelichten voor het Brussels Parlement. Maar er was wel enige kritiek te horen. De huidige verschuiving van de voorgestelde fiscale hervorming naar de toekomst is deels te wijten aan de ondoorzichtige formules die vrij eenzijdig de focus legden op luchtkwaliteit en het onzorgvuldig gebruik van euronormen en diesel/benzine-framing en een CO2-verrekening die uiteindelijk weinig verschil maakte. Het vermogen van het voertuig was een criterium dat niet werd gebruikt met vaak perverse fiscale gevolgen. Luxe-voertuigen met krachtige motoren betaalden in de voorgestelde regeling plots veel minder dan oudere kleine dieselvoertuigen. De kritiek dat geen rekening werd gehouden met sociale correcties was steeds luider te horen. Een nieuwe Maserati die onder het nieuwe stelsel lager zou worden getaxeerd dan een 8 jaar oude kleine diesel was hiervan een treffend voorbeeld. In navolging van Vlaanderen stelde de expertengroep ook voor om elektrische, plug-hybride en CNG-auto’s voor een minimale periode van vijf jaar vrij te stellen van taxatie. Maar ook dat stuitte op enig verzet. Indien milieuvriendelijke auto’s te snel zouden doorbreken dreigde het Brussel Gewest te veel inkomsten te verliezen. In 2016 brachten BIV en verkeersbelasting meer dan 180 miljoen euro op.

Leasingvoertuigen

Bijna alle Belgische erkende autoleasingmaatschappijen hebben hun maatschappelijke zetel binnen het Brussel Gewest. Dit betekent dat zij bij inschrijving van een voertuig op hun naam ook aan dezelfde taxatie inzake BIV en verkeersbelasting onderworpen zijn. Een aanpassing van de huidige regeling zou dan ook meteen een wijziging in taxatie voor honderdduizenden leasingvoertuigen hebben betekend. Bij de regionalisering van de autofiscaliteit (BIV en verkeersbelasting) werd destijds beslist dat de oude federale regeling, die nu overeenkomt met deze van het Brussels Gewest, voorlopig zou behouden blijven voor leasewagens om fiscale concurrentie tussen Gewesten te vermijden. Daarom dient vooraf nog een samenwerkingsakkoord te worden gesloten tussen de huidige drie Gewesten alvorens de gewestelijke fiscale taxatieformules voor leasingvoertuigen kunnen gewijzigd worden. Een bijkomende reden dus dat de hervorming van de autobelastingen in het Brussels Gewest nog enige tijd zal nodig hebben om effectief in werking te treden. Concreet zullen de huidige berekeningsregels voor BIV en verkeersbelasting gebaseerd op fiscale Pk’s en vermogen in kilowatt nog een tijdje verder behouden blijven voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij.

Bron: Mobilitas





Fiscal Tools ondersteunt nieuwe wetgeving van 1 juli 2018

3 08 2018

XPOfleet Fiscal Tools is een 100% gratis app voor Android en Apple iOS die wordt gebruikt van om alle Belgische fiscale belastingen en toeslagen te berekenen die relevant zijn voor auto’s. Of het nu gaat om de BIV, Wegenbelasting, voordeel van alle aard,….. en dit ongeacht of het voertuig wordt ingeschreven in Vlaanderen, Brussel of Wallonië.

Traditioneel veranderen op 1 juli van ieder jaar een aantal coëfficiënten voor belastingen die door de Vlaamse gemeenschap worden geint zoals wegenbelasting en de BIV. Vandaag is een nieuwe versie van XPOfleet Fiscal Tools uitgekomen die deze nieuwe regelgeving automatisch ondersteunt.

 





Startschot voor mobiliteitsbudget | België

31 07 2018

Ministerraad geeft officieel startschot voor het Mobiliteitsbudget.

Het recente goedgekeurde zomerakkoord van de regering Michel 1 omvat ook een onderdeel met betrekking tot de invoering van het mobiliteitsbudget. Hierdoor is een langlopend wetsontwerp opnieuw op de parlementaire agenda geplaatst. Het is de bedoeling dat dit mobiliteitsbudget in het najaar van 2018 kan van start gaan. De klassieke parlementaire weg moet wel nog doorlopen worden zodat amendenten en dus beperkte wijzigingen op het huidige wetsvoorstel nog mogelijk zijn. Rekeninghoudend met mogelijke vertragingen zou de uiterste startdatum toch 1 januari 2019 moeten zijn. Voor alle duidelijkheid het “mobiliteitsbudget” is een bijkomende regeling naast de “mobiliteitsvergoeding” beter bekend als “cash for car”. Deze laatste regeling werd reeds door het federaal parlement op 15 maart 2018 goedgekeurd (Staatsblad van 7 mei 2018). Tot op vandaag is de interesse hiervoor zeer beperkt.

Principe van mobiliteitsbudget

Een werknemer met een bedrijfswagen of wie hiervoor in aanmerking komt, ontvangt jaarlijks een mobiliteitsbudget. Dit budget stemt overeen met de totale kost van de bedrijfswagen. Werknemers kunnen hiermee hun bestaande bedrijfswagen inruilen voor een milieuvriendelijke versie, een elektrisch model of een voertuig waarvan de CO2 uitstoot maximaal 95 gr bedraagt met een lage emissienorm. Dit wordt wel een hele uitdaging indien de norm van 95 gram dient gehaald te worden op basis van de CO2-uitstoot vastgesteld volgens de NEDC 2.0 norm voor voertuigen die volgens de nieuwe WLTP-norm werden getest. Mogelijks zal de Belgische autolobby hierop nog amendementen via parlementsleden laten indienen.

Met het niet gebruikte budget kan de werknemer alternatieve en duurzame vervoersmiddelen aankopen zoals een abonnement op het openbaar vervoer, fiets, deelauto, werkbus, taxi en ook huisvestingskosten als de werknemer verhuist dichter bij het werk. Hierop geldt een gunstig fiscaal regime. Het restsaldo wordt uitbetaald. Hierop is enkel een speciale voordelige RSZ-bijdrage van 38,07% samen te betalen door werkgever en werknemer.

Invoering van het mobiliteitsbudget

Gelijklopend met de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) kan de werkgever al dan niet zelf beslissen om het mobiliteitsbudget in te voeren. De werknemer is ook niet verplicht om voor een mobiliteitsbudget te kiezen. In de huidige versie van het wetsontwerp kan de werknemer kiezen voor een kleiner en zuiniger model zonder bijkomend te moeten kiezen voor duurzaam alternatief vervoer en het volledige saldo laten uitbetalen tegen een voordelig RSZ-tarief.

Voorwaarden om in aanmerking te komen

– werknemer

De werknemer moet aan een dubbele voorwaarde voldoen. Hij kan slechts een aanvraag voor de mobiliteitsbudget indienen indien hij :

– in de loop van 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever; EN

– op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen (heeft) beschikt bij de huidige werkgever;

– de periode van 36 maanden geldt niet wanneer de werknemer in dienst is van een startende werkgever.

– werkgever

Een werkgever kan een mobiliteitsbudget maar invoeren indien hij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van de mobiliteitsvergoeding één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelde aan één of meerdere werknemers. Voor startende werkgevers die minder dan 36 maanden actief zijn gelden uitzonderingen.

Fiscaliteit van het mobiliteitsbudget

– werknemer

Deze hangt af van de manier waarop het mobiliteitsbudget wordt ingevuld en wordt in verschillende trappen of pijlers berekend :

  • Pijler 1 : voordeel van alle aard op de (kleinere) bedrijfswagen : deze wordt berekend van de klassieke formule (zie hoofdstuk1, punt 1) rekening houdend met leeftijd en de CO2-uitstoot. Het voordeel van alle aard (VAA) zal dus dalen indien men rijdt met een groenere versie.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : het deel dat de werknemer spendeert voor duurzame transportmiddelen zoals een elektrische fiets of een treinabonnement wordt voor de werknemer fiscaal volledig vrijgesteld om het gebruik maximaal te ondersteunen. Er zijn geen RSZ-bijdragen verschuldigd;
  • Pijler 3 : de belasting op de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werknemer een RSZ-bijdrage van 13,07% verschuldigd.

 

– werkgever

 

  • Pijler 1 : de belasting op de firmawagen : de CO2-solidariteitsbijdragen en de verworpen kosten op het voordeel van alle aard zijn zoals bij de klassieke bedrijfswagen ten laste van de werkgever. Door de keuze van een groener model zullen deze belastingen dalen.
  • Pijler 2 : de belasting op duurzame transportmiddelen : deze zijn voor de werkgever vrijgesteld van belastingen en RSZ-bijdragen;
  • Pijler 3 : de overblijvende jaarlijkse cash-uitbetaling : op dit bedrag is de werkgever een speciale

     bijdrage van 25% verschuldigd.

 

Nieuwe mogelijkheden voor mobility as a service

Het mobiliteitsbudget biedt zeker een nieuwe impuls voor tech aanbieders die verschillende transport modi in één enkele App aanbieden zoals Modalizy, Olympus & Ximmo. De invoering van het mobiliteitsbudget betekent concreet dat klassieke autoleasingbedrijven vanaf nu ook daadwerkelijk een multimobiliteitsaanbod zullen moeten aanbieden aan hun traditionele klanten. Hetzelfde geldt ook voor de autoconstructeurs die zich steeds meer als mobiliteitsproviders zullen moeten heruitvinden.

Voorbeelden

 

Bron: Mobilitas





Wet plug-in hybride voertuigen goedgekeurd. | België

10 01 2018

In het Staatsblad van vrijdag 29 december 2017 verscheen de nieuwe fiscale regeling die de aftrekbaarheid regelt van voertuigen voor de periode vanaf 2018 tot 2020 en later. Deze regeling werd op vrijdag 22 december 2017 door het Belgisch federaal Parlement goedgekeurd (Kamer) Voor plug-in hybride voertuigen werden nog last minute aanpassing doorgevoerd.

In de diverse versies van de ontwerpteksten was voorheen te lezen dat de batterij over een energiecapaciteit heeft van minstens 0,6 kWh per 100 kg wagengewicht diende te beschikken. Dit had echter tot gevolg dat slechts een handvol modellen beantwoordden aan de nieuwe fiscale norm. Alle andere voertuigen zouden vanaf 2020 fors zwaarder belast worden. Daarom heeft de regering in laatste urgentie onder druk van de autosector de fiscale norm voor plug-in hybrides verder versoepeld.

Volgens de goedgekeurde tekst verschenen is het Staatsblad van 29 december volstaat het nu dat de batterij een capaciteit heeft van 0,5 kWh per 100 kg wagengewicht. Tegelijk werd de fiscale norm voor “fake” plug-hybrides verstrengd. Een voertuig met een officiële CO2-uitstoot van meer dan 50 gram per km wordt voortaan fiscaal altijd beschouwd als een ‘valse plug-in hybride’, dus ook met een voldoende grote batterij. Maar toch verhoogt door de nieuwe aanpassing  het aanbod aan ‘echte’ stekkerhybrides.

In de goedgekeurde wettekst blijft wel vermeld dat de minimale energiecapaciteit nog verhoogd kan worden tot 2,1 kWh  via een eenvoudig Koninklijk Besluit. Die mogelijkheid treedt weliswaar pas op 1 januari 2020 in werking maar het is dus geen garantie dat een plug-in hybride die bijv. in januari 2018 werd aangekocht in 2020 nog aan de fiscale norm zal voldoen indien deze door een toekomstige regering in 2020 wordt aangepast.

De wettekst definieert verder een ‘valse hybride’ als een “oplaadbaar hybridevoertuig dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer’’ (nieuw lid 9 in art. 36 § 2 en art. 66 § 1 lid 3 WIB 92).

Bron: Mobilitas





Minimum voordeel van alle aard bedrijfswagens stijgt tot €1.310 | België

2 01 2018

Eerder werd de referentie CO2 uitstoot 2018 voor diesel en benzine wagens al bekend gemaakt respectievelijk 86 gr/km en 105 gr/km.

Wanneer een werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt aan haar werknemer waarmee ook privé verplaatsingen mogen worden gedaan kan het Voordeel van Alle Aard in 2018 nooit lager zijn dan 1.310 Euro. In 2017 was dit nog 1.280 Euro.