Fiscale regels voor het overeenstemmend voertuig voor valse plug-in hybrides bekend.

23 09 2019

Vanaf 1 januari 2020 gelden nieuwe regels inzake aftrekbaarheid voor alle bestaande voertuigen van het wagenpark en specifieke regels voor de fiscale aftrekbaarheid van zogenoemde “valse” plug-in hybrides. Dit zijn volgens de fiscus voertuigen die deels werken op brandstof en deels via een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij geen aanzienlijk gebruik van het voertuig toelaat via de elektrische  energiebron. Deze regel geldt voor alle plug-in hybrides aangekocht vanaf 1 januari 2018. Valse plug-in hybrides die vóór 1 januari 2018 zijn besteld (bestelformulier of ondertekening van het leasecontract als bewijs) vallen niet onder de regel van “valse plug-in hybrides”.

Fiscaal technisch gezien is een valse hybride een oplaadbaar hybride voertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht (0,45 via afronding) of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer. In dat geval bepaalt de fiscus dat de in aanmerking te nemen CO2 uitstoot van de valse plug-in hybride vanaf 1 januari 2020 niet meer gelijk is met deze vermeld op het homologatieformulier maar wel de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de CO2 waarde vermenigvuldigd met 2,5.

De wetgever heeft nu in het Staatsblad van 17 september 2019 bekendgemaakt wat precies moet verstaan worden onder “overeenstemmend voertuig”. Dit heeft zijn belang om vanaf 2020 de juiste fiscale aftrekbaarheid van het voertuig te kunnen berekenen en het juiste voordeel van alle aard die voor valse plug-in hybrides zal gebaseerd zijn op de CO2 waarde van het “overeenstemmende voertuig” en niet meer op basis van het homologatieattest (COC). Men zal dus in de praktijk de gegevens op het COC van de “valse hybride” moeten vergelijken met de gegevens op het COC van gelijkaardige, zogenoemde overeenstemmende modellen die op de markt beschikbaar zijn en bepalen welk model de “valse hybride” op basis van de hierna uiteengezette criteria het dichtst benadert.
Het moet gaan om een voertuig voorzien van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof (COC, rubriek nr. 26). Vervolgens is ook vereist dat het overeenstemmend voertuig ten opzichte van het hybride voertuig categoriseert onder:
– hetzelfde merk (COC, rubriek nr. 0.1);
– dezelfde model (COC, rubriek nr. 0.2.1);
– hetzelfde type koetswerktype (COC, rubriek nr. 38) (bijvoorbeeld berline, break, …);
– en waarvan de verhouding tussen zijn vermogen en het vermogen van het hybride voertuig, beiden uitgedrukt in kW (COC, rubriek nr. 27.1), het dichtst de waarde één benadert, binnen een vork begrepen is tussen 0,75 en 1,25. De voertuigen waarvan de verhouding niet begrepen is binnen dit vork zullen dus niet als overeenstemmend voertuig kunnen beschouwd worden, ook al voldoen ze aan de overige voorwaarden. Indien geen enkel voertuig aan deze voorwaarden voldoet, wordt een coëfficiënt van 2,5 toegepast. De COC-gegevens van alle mogelijke overeenstemmende voertuigen zijn niet publiek en gecentraliseerd beschikbaar voor ondernemingen en bestuurders van bedrijfswagens. Deze zijn in de regel enkel in het bezit van het COC van hun eigen voertuig. Daarom wordt de verplichting om te vergelijken en het overeenstemmend voertuig vast te stellen opgelegd aan de autofabrikant of indien deze niet in België is gevestigd, aan de auto-invoerder. Deze laatsten zullen het overeenstemmend voertuig van ieder plug-in hybride voertuig dat niet beantwoordt aan de fiscale norm moeten bepalen en deze informatie samen met alle noodzakelijk gebleken technische gegevens aan de FOD Financiën moeten overmaken bij de marktintroductie van het betreffende “fake” hybride voertuig. Deze informatie is immers onmiddellijk noodzakelijk, bijvoorbeeld voor de inhouding van de bedrijfsvoorheffing op een voordeel van alle aard. De FOD Financiën zal dus iedere keer haar lijst met overeenstemmende voertuigen actualiseren bij de marktintroductie van nieuwe “valse plug-in hybrides”. De bepaling van het overeenstemmende voertuig gebeurt op het moment waarop het hybride voertuig op de markt wordt gebracht, en blijft ongewijzigd tijdens de levensduur van dat voertuig. Voor reeds bestaande valse plug-in voertuigen zal in de realiteit hetzelfde moeten gebeuren.

De lijst met de overeenstemmende voertuigen zal worden bekendgemaakt op de internetsite van de FOD Financiën. De administratie zal de informatie die ze van de fabrikanten of de invoerders heeft gekregen enkel gebruiken om een databank bij te houden. De fabrikanten en de invoerders zijn er eveneens toe gehouden om de informatie te bezorgen voor alle “valse hybrides” die reeds op de markt waren en/of zullen zijn op 31 december 2019. De FOD Financiën zal mogelijks ook samenwerken met FEBIAC voor het opstellen van de lijst van overeenstemmende voertuigen en het up-to-date houden ervan.

Besluit : met de bekendmaking van de regels rond het “overeenstemmend voertuig” is de laatste onbekende factor in het verhaal van de valse plug-in hybides verleden tijd. Boekhouders en sociale secretariaten zullen nu op basis van deze (toekomstige) lijst die de fiscus zelf publiceert, vanaf 1 januari 2020 het correcte voordeel van alle aard, inclusief de juiste bedrijfsvoorheffing en de juiste fiscale aftrekbaarheid kunnen toepassen. In de realiteit betreft het echter een beperkt aantal voertuigen die in de laatste drietal jaren op de markt zijn gekomen. Wie de technische gegevens analyseert van de nieuwe plug-in hybride modellen die vandaag op de markt worden gebracht zal merken dat deze bijna allemaal voldoen aan de fiscale norm en dus in de realiteit ook vanaf 2020 recht hebben op een fiscale aftrekbaarheid tussen 90% en 100%.

Bron: Mobilitas

Advertenties




Fiscus bevestigt gebruik van NEDC 2.0 waarden tot einde 2020 voor de berekening van het voordeel van alle aard. | België

16 01 2019

Er is nu meer rechtszekerheid gekomen rond het gebruik van de NEDC 2.0 waarde bij de berekening van het voordeel van alle aard. In een recente update van haar vraag & antwoord  (1) staat dit nu duidelijk te lezen op welke manier de NEDC 2.0 waarde nog tot einde 2020 mag gebruikt worden voor de berekening van het voordeel van alle aard.

Fiscale situering NEDC 2.0 en WLTP – stand van zaken

Sinds 1 september 2018 hebben alle als nieuw ingeschreven voertuigen een hogere officiële CO2-waarde als gevolg van de strengere WLTP homologatietest (2). Op papier kan dat leiden tot aanzienlijke belastingverhogingen omdat de autofiscaliteit in grote mate gebaseerd is op de officiële uitstootcijfers. Maar de minister stelde in het verleden gerust. De (intussen vervangen) minister van financiën Johan Van Overtveldt bevestigde op vraag van een brief van Febiac midden vorig jaar (2018) dat de fiscus nog zal blijven uitgaan van de zogenoemde teruggerekende NEDC 2.0 waarden voor de federale formules binnen de autofiscaliteit (2) . Hieronder verstaat men de CO2-solidariteitsbijdrage, het belastbaar voordeel van alle aard en de aftrekbeperking van autokosten in de vennootschapsbelasting. Dat gebeurt aan de hand van de officiële Europese correlatietool. De Europese wetgever bepaalde dat de CO2-uitstoot waarde gemeten volgens WLTP in elk geval moet meegedeeld worden en dat in elk geval tot einde 2020 dit moet gebeuren samen met een tweede cijfer dat een omrekening is naar de oude NEDC-waarden. De Europese Commissie werkte daartoe een correlatie-techniek uit die bindend is voor alle constructeurs. Deze omzet-oefening resulteerde in de NEDC 2.0 norm die het effect van WLTP in een overgangsfase moet verzachten en voor fiscale doeleinden kan worden gebruikt. Elk EU land kan zelf bepalen wanneer zij voor haar fiscale doeleinden de WLTP of de NEDC 2.0 wenst te gebruiken. Voor alle nieuw ingeschreven Belgische voertuigen (behalve stockwagens)  vanaf 1 september 2018 vermeldt het gelijkvormigheidsattest (of COC) beide waarden:

  • WLTP: terug te vinden onder vak 49.4
  • NEDC 2.0 (gecorreleerde NEDC): terug te vinden onder vak 49.1.

 

De Belgische RSZ liet in het najaar 2018 reeds weten dat men tot het einde van 2020 voor nieuwe wagens mag rekening houden met de CO2-uitstoot volgens NEDC 2.0.norm (3). Vanaf 2021 voorziet zij een vervanging door de corresponderende WLTP-waarde. Sinds kort gelden hiervoor de waarden voorzien op het gelijkvormigheidsattest als referentiepunt en niet zoals in het verleden de waarden vermeld op het inschrijvingsbewijs.

Update  FAQ-lijst voordelen van alle aard

In een recente update van de befaamde FAQ-lijst van de FOD Financiën rond de berekening van het voordeel van alle aard bij bedrijfswagens (1) geeft de fiscus zelf aan onder vraag nr. 41 welke CO2 waarde moet gebruikt worden en maakt een onderscheid tussen 2 situaties :

  • Voor voertuigen met 1 CO2-uitstootgehalte (NEDC 1.0)

Voor de vaststelling van het belastbaar voordeel van alle aard moet rekening worden gehouden met het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig zoals dat gekend is bij de dienst   voor inschrijving van de voertuigen (DIV) van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Dit gegeven staat in principe vermeld op zowel het gelijkvormigheidsattest (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde   voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen) als op het inschrijvingsbewijs van het voertuig.

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;
  • Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0)

Om na te gaan of een voertuig over 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC) beschikt, kan het gelijkvormigheidsattest van het voertuig worden geraadpleegd. Het gelijkvormigheidsattest van een voertuig met 2 CO2- uitstootgehaltes vermeldt namelijk zowel een tabel (code 49.1) met NEDC verbruiks- en CO2-waarden, als een tabel (code 49.4) met WLTP verbruiks- en CO2-waarden. Het inschrijvingsbewijs van het voertuig vermeldt daarentegen echter maar één waarde en verduidelijkt niet om welke waarde het gaat (WLTP of NEDC). Voor voertuigen met 2 CO2-uitstootgehaltes (WLTP en NEDC 2.0), mag tot en met 31.12.2020 met de NEDC 2.0 waarde rekening worden gehouden voor de berekening van het voordeel van alle aard. Ook hier moet het gaan om de NEDC-waarde zoals die gekend is bij de DIV. In principe stemt die NEDC 2.0-waarde overeen met de NEDC-2.0 waarde vermeld in de tabel (code 49.1) van het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (‘gewogen, gecombineerde’ CO2-waarde voor elektrisch oplaadbare voertuigen; ‘gecombineerde’ CO2-waarde voor andere aandrijvingen). Wanneer het gelijkvormigheidsattest CO2-uitstootgehaltes vermeldt, maar het inschrijvingsbewijs niet, en de DIV heeft geen enkel gegeven over de CO2-uitstootgehaltes, moet het CO2-uitstootgehalte van het betreffende voertuig voor de berekening van het voordeel van alle aard als volgt worden vastgesteld:

Indien de waarde niet bekend is wordt de waarde als volgt forfaitair vastgesteld :

  • voertuigen aangedreven door een benzine-, LPG- of aardgasmotor :  CO2-uitstoot =  205 gr/km;
  • voertuigen aangedreven door een dieselmotor, :  CO2-uitstoot =  195 gr/km;

Vlaamse regeling WLTP & NEDC 2.0

Op niveau van de Vlaamse autofiscaliteit die de BIV en de verkeersbelasting omvat, liet minister van financiën Bart Tommelein in september 2017 reeds weten dat de NEDC 2.0 norm mag worden gebruikt in elk geval tot einde 2019.

(vraag om uitleg nr. 2750 J. Vandenbroucke en 2760 J. De Potter, 19 september 2017, Comm. Fin. Vl. Parl., C317, 9-14). In de wandelgangen is nu te horen dat die termijn mogelijks zou verlengd worden tot 30 juni 2020 of zelf tot einde 2020 om te vermijden dat er een verschil zou ontstaan tussen de federale formules en de regionale (Vlaamse) formules voor de fiscale toepassing van de NEDC 2.0 en WLTP waarden .

Regeling WLTP & NEDC 2.0 in het Brussels en Waals Gewest en voor leasingvoertuigen

Voor voertuigen ingeschreven in het Brussels of Waals Gewest en voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een leasingmaatschappij heeft de WLTP & NEDC 2.0  regeling op de berekening van de BIV en de verkeersbelasting voorlopig geen invloed. Deze is nog steeds gebaseerd op fiscale pk’s en op het vermogen in kilowatt. De CO2-uitstoot heeft hier dus geen belang.

 

Carpolicy

Wellicht is dit het moment om uw car policy aan een review te onderwerpen. Zeker indien deze gekoppeld is aan een maximale CO2-waarde. WLTP en de daaraan gekoppelde NEDC 2.0 waarde verhoogt de uitstootcijfers gemiddeld met 10 gram. Voor sommige modellen kan dit echter hoger zijn. Zonder aanpassing van de car policy dreigen bepaalde voertuigen de selectielijst niet meer te halen.

 

Voetnoten :

(1) De befaamde FAQ-lijst van FOD Financiën voordelen van alle aard is recent aangepast. Vraag nr. 41.

https://financien.belgium.be/sites/default/files/downloads/121-faq-bedrijfswagens-2019-versie17.pdf

(2) Test Procedure) (verordening (EU) 2017/1151 van 1 juni 2017, PB EU L 175, 7 juli 2017, 1; http://wltpfacts.eu)

(3) RSZ – directie reglementering – mail van 26 september 2018 volgend op de nota FEBIAC betreffende inschrijving en fiscaliteit van lichte voertuigen van 16 augustus 2018.

Bron: Mobilitas





Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

21 11 2018

Hervorming groene Brusselse autofiscaliteit en taxatie op leasingvoertuigen (BIV & verkeersbelasting) opnieuw uitgesteld.

1 januari 2019 komt snel dichterbij voor de Brusselse Gewestregering. Dat is ook het moment waarop zij de autobelastingen zelf zal innen. Maar de veelbesproken hervorming van de autofiscaliteit komt er voorlopig niet en is bijna zeker uitgesteld tot de volgende legislatuur. Voor autobezitters en eigenaars van leasingvoertuigen ingeschreven in het Brussels Gewest blijft dus voorlopig alles bij het oude. Enkel het briefhoofd van het aanslagbiljet zal wijzigen : van de FOD Financiën naar Brussel Fiscaliteit. Dat betekent vandaag concreet dat wie in het Brussels Gewest met een vervuilende auto rondrijdt niet meer betaalt aan belastingen dan de eigenaar van een gloednieuwe propere leasingauto. Voor een groenere Brusselse autofiscaliteit gebaseerd op CO2-uitstoot, Euronorm en andere poluenten zoals NOx en fijnstofpartikels is het nog even wachten. Met de invoering van een Lage Emissie Zone (LEZ) heeft de Brusselse regering wel een eerste voorzichtige stap gezet maar de LEZ wordt maar zeer geleidelijk ingevoerd. Tot einde 2019 hebben dieselvoertuigen met EURO3 (dus zonder verplichte roetpartikelfilter) nog steeds vrije toegang tot de Brusselse zone. Voor benzine, LPG en CNG voertuigen geldt de vrije toegang nog tot einde 2024 indien zij minstens aan de EURO2 norm voldoen. In Antwerpen zijn de regels veel strenger. Anderzijds bereikte de Brusselse regering einde mei 2018, mede door toedoen van minister van Leefmilieu Céline Fremault, een princiepsakkoord om tegen 2030 een volledige dieselban in te voeren, al temperde Minister-president Rudi Vervoort het enthousiasme dat een volledige dieselban nog niet verworven is. De LEZ wijzigt ook niets aan de totale autodruk.

Uitstel voor groenere BIV en verkeersbelasting

Concreet betekent het uitstel van de Brussels regering dat de hervorming van BIV (Belasting voor Inverkeerstelling) en de VB (Verkeersbelasting) in 2019 niet zal worden uitgevoerd en wordt verschoven naar de volgende legislatuur. Wellicht zal dan ook een koppeling worden gemaakt met het inter-federaal akkoord over de slimme kilometerheffing. De BIV en de verkeersbelasting zullen, zoals reeds enkele decennia lang, voorlopig verder berekend worden op basis van de fiscale Pk’s en het vermogen in kilowatt van het voertuig. In het kader van de aangekondigde fiscale hervorming stelde Brussels minister van Financiën Guy Vanhengel een groep van experten aan die in mei 2018 haar voorstel kwam toelichten voor het Brussels Parlement. Maar er was wel enige kritiek te horen. De huidige verschuiving van de voorgestelde fiscale hervorming naar de toekomst is deels te wijten aan de ondoorzichtige formules die vrij eenzijdig de focus legden op luchtkwaliteit en het onzorgvuldig gebruik van euronormen en diesel/benzine-framing en een CO2-verrekening die uiteindelijk weinig verschil maakte. Het vermogen van het voertuig was een criterium dat niet werd gebruikt met vaak perverse fiscale gevolgen. Luxe-voertuigen met krachtige motoren betaalden in de voorgestelde regeling plots veel minder dan oudere kleine dieselvoertuigen. De kritiek dat geen rekening werd gehouden met sociale correcties was steeds luider te horen. Een nieuwe Maserati die onder het nieuwe stelsel lager zou worden getaxeerd dan een 8 jaar oude kleine diesel was hiervan een treffend voorbeeld. In navolging van Vlaanderen stelde de expertengroep ook voor om elektrische, plug-hybride en CNG-auto’s voor een minimale periode van vijf jaar vrij te stellen van taxatie. Maar ook dat stuitte op enig verzet. Indien milieuvriendelijke auto’s te snel zouden doorbreken dreigde het Brussel Gewest te veel inkomsten te verliezen. In 2016 brachten BIV en verkeersbelasting meer dan 180 miljoen euro op.

Leasingvoertuigen

Bijna alle Belgische erkende autoleasingmaatschappijen hebben hun maatschappelijke zetel binnen het Brussel Gewest. Dit betekent dat zij bij inschrijving van een voertuig op hun naam ook aan dezelfde taxatie inzake BIV en verkeersbelasting onderworpen zijn. Een aanpassing van de huidige regeling zou dan ook meteen een wijziging in taxatie voor honderdduizenden leasingvoertuigen hebben betekend. Bij de regionalisering van de autofiscaliteit (BIV en verkeersbelasting) werd destijds beslist dat de oude federale regeling, die nu overeenkomt met deze van het Brussels Gewest, voorlopig zou behouden blijven voor leasewagens om fiscale concurrentie tussen Gewesten te vermijden. Daarom dient vooraf nog een samenwerkingsakkoord te worden gesloten tussen de huidige drie Gewesten alvorens de gewestelijke fiscale taxatieformules voor leasingvoertuigen kunnen gewijzigd worden. Een bijkomende reden dus dat de hervorming van de autobelastingen in het Brussels Gewest nog enige tijd zal nodig hebben om effectief in werking te treden. Concreet zullen de huidige berekeningsregels voor BIV en verkeersbelasting gebaseerd op fiscale Pk’s en vermogen in kilowatt nog een tijdje verder behouden blijven voor leasingvoertuigen ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij.

Bron: Mobilitas





Benamingen voor brandstof overal in Europa gelijk

8 11 2018

Vanaf 12 oktober 2018 zijn de benamingen voor brandstof aan de pomp overal in Europa geharmoniseerd: u kunt kiezen uit E5, E10, B7 of LPG. Maar wat verandert er precies?

Het antwoord op die vraag is simpel: niets. Er komt alleen een sticker bij voor de internationale herkenbaarheid, de oude namen blijven er voorlopig ook op staan.

Er zijn drie categorieën:
• vluchtige brandstoffen als benzine krijgen een cirkel
• dieselolie krijgt een vierkant
• gasvormige brandstoffen als LPG, aardgas (CNG), waterstof (H2) en LNG krijgen een ruit.

Daarnaast blijven de signaalkleuren bestaan: als u een zwart vulpistool in handen heeft, dan is dit diesel.

Bron: Link2Fleet





Fiscal Tools ondersteunt nieuwe wetgeving van 1 juli 2018

3 08 2018

XPOfleet Fiscal Tools is een 100% gratis app voor Android en Apple iOS die wordt gebruikt van om alle Belgische fiscale belastingen en toeslagen te berekenen die relevant zijn voor auto’s. Of het nu gaat om de BIV, Wegenbelasting, voordeel van alle aard,….. en dit ongeacht of het voertuig wordt ingeschreven in Vlaanderen, Brussel of Wallonië.

Traditioneel veranderen op 1 juli van ieder jaar een aantal coëfficiënten voor belastingen die door de Vlaamse gemeenschap worden geint zoals wegenbelasting en de BIV. Vandaag is een nieuwe versie van XPOfleet Fiscal Tools uitgekomen die deze nieuwe regelgeving automatisch ondersteunt.

 





Minister van Financiën Van Overtveldt bevestigt fiscale toepassing NEDC 2.0 uitstootwaarde tot 2020.

28 05 2018

 

Midden mei 2018 heeft de Belgische autolobby een dringende boodschap aan federaal minister van Financiën Johan Van Overtveldt en zijn regionale collega’s van financiën verzonden. In deze brief werd hem gevraagd om op korte termijn dringend duidelijkheid  te verschaffen met betrekking tot de mogelijke verhoging van de Belgische autotaxatie naar aanleiding van de nieuwe WLTP testprocedure (Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure). De minister antwoordde op de brief in een eerste reactie dat in de overgangsfase en zeker tot 2020 men met de NEDC waarden zal rekening houden en niet met de hogere WLTP waarde. Dit vraagt wel enige fiscaal technische verduidelijking.

 

Sinds 1 september 2017 worden namelijk de verbruiksnormen van nieuw gehomologeerde modellen vastgelegd volgens de nieuwe WLTP testmethode. Met uitzondering van een aantal stockmodellen moeten bovendien ALLE nieuwe en voor de eerste keer ingeschreven voertuigen vanaf 1 september 2018 verbruikswaarden kunnen voorleggen getest volgens de WLTP methode. Uit diverse steekproeven blijkt dat deze CO2-verbruikswaarden gemiddeld 20 tot 30% hoger kunnen zijn dan de oude NEDC CO2-verbruikswaarden ook NEDC 1.0 genoemd. Hierdoor dreigt vandaag een belangrijke verhoging van de fiscaliteit van de bedrijfswagens. Om dit tegen te gaan werd op Europees niveau beslist om naast de WLTP waarde in elk geval tot einde 2020 voor elk voertuig een tweede waarde mede te delen onder de naam NEDC.2.0 of ‘correlated’ NEDC. Deze laatste heeft de bedoeling om vanuit de WLTP verbruikswaarde via een terugrekenmethode een tweede kunstmatige CO2-uitstootwaarde te berekenen die kan gebruikt worden binnen de nationale autofiscaliteit. Uit de eerste steekproeven blijkt dat de NEDC 2.0 waarde gemiddeld 8 tot 11% hoger is dan de oude NEDC 1.0. Er is dus in elk geval sprake van een belastingverhoging.

Deze belastingverhoging komt bovenop de aangekondigde belastingverhoging ten laste van de werkgevers vanaf 2020 door toepassing van de nieuwe formule voor fiscale aftrekbaarheid en de hogere fiscale belasting van zogenoemde “fake” plug-in hybrides. De fiscale verhoging door de hogere NEDC 2.0 waarde hebben bij ongewijzigde fiscale formules onmiddellijke gevolgen bij de berekening van het voordeel van alle aard (zowel voor de werkgever als de werknemer),  de fiscale aftrekbaarheid en de CO2-bijdrage (zie onderstaand voorbeeld).

In Vlaanderen zijn de gevolgen nog belangrijker omdat ook de BIV en de verkeersbelasting er gekoppeld zijn aan de CO2-uitstoot. Dit is met name het geval voor bedrijfswagens die op naam van een vennootschap met maatschappelijke zetel in Vlaanderen worden ingeschreven. Voor bedrijfswagens ingeschreven op naam van een erkende autoleasingfirma is er dan voor de BIV en de verkeersbelasting geen fiscale verhoging als gevolg van de hogere WLTP waarden. De BIV en de verkeersbelasting voor dergelijke voertuigen zijn in dit laatste geval (voorlopig) nog gebaseerd op de fiscale PK en het vermogen in kilowatt (kW).

Voor lopende bestellingen van firmawagens is het niet altijd duidelijk of een voertuig reeds is getest onder de WLTP testcyclus of nog onder de oude NEDC 1.0 cyclus. Dit hangt af van de datum waarop het voertuig bij de constructeur werd gebouwd of geassembleerd. Het is wel te verwachten dat de meeste bedrijfsvoertuigen die in het najaar van 2018 worden geleverd reeds onder WLTP zullen getest zijn. Voertuigen nog gehomologeerd onder de oude en lagere NEDC 1.0 waarde mogen deze lagere waarde nu en in de toekomst nog verder gebruiken in de fiscale formules. Deze situatie creëert dus binnenkort bij ongewijzigd beleid een fiscale ongelijkheid tussen voertuigen die nog gehomologeerd zijn onder de oude NEDC 1.0 waarde en voertuigen (en dit kan hetzelfde model betreffen met gelijke motorisatie) gehomologeerd onder de nieuwe WLTP testcyclus en die vaak door bepaalde aanpassingen milieuvriendelijker zijn.

Het is nu afwachten of de federale en regionale ministers van financiën nog vóór de zomervakantie een akkoord kunnen bereiken over de aanpassing van bepaalde fiscale formules teneinde een dreigende verhoging te vermijden.  Die laatste termijn is wel nodig gezien de verplichte WLTP waarden gelden vanaf 1 september 2018 voor alle nieuw ingeschreven voertuigen.

 

Voorbeeld

Fiscale cataloguswaarde voertuig 27.000,00 euro – diesel – euro 6

Voertuig ingeschreven op naam van een erkende autoleasingmaatschappij

 

                                       Fiiscale gevolgen van de diverse testcycli inzake CO2-uitstoot
Testcyclus

CO2-uitstoot

Uitstoot gemeten Fiscale aftrekbaarheid Voordeel alle aard per maand

werknemer (1)

CO2-bijdrage (1)

per maand

Tot 30/08/2018

NEDC 1.0 testwaarde

 

104 gr/km      90% 140,79 € 35,58 €
Vanaf 01/09/2018

NEDC 2.0 testwaarde

10% hoger (2)

114 gr/km      80% 160,07 € 45,11 €
Vanaf 2020 of later

WLTP testwaarde

25% hoger (2) en toepassing nieuwe

fiscale formule

2020 fiscale aftrekbaarheid

130 gr/km      55% (3) 190,93 € 60,36 €

 

(1) exclusief toekomstige indexaties

(2) de verhogingen van 10% en 25% zijn gebaseerd op gemiddelden van voorlopige testresultaten bij diverse middenklasse modellen

(3) dit fiscaal aftrekpercentage geldt ook bij de brandstof (tot en met 2019 is dit gelijk aan 75%)

Bron: Mobilitas